Terug naar homepage

Inleiding door Jan Smit op Jaarvergadering Wadvaarders (1/2002)
Jaarvergadering Vereniging Wadvaarders, Zoutkamp

Hierbij wil ik uw vereniging de Wadvaarders bedanken voor de uitnodiging voor deze spreekbeurt om iets te vertellen over mijn werk en het verantwoord om te gaan met het Waddengebied, althans hoe ik het zie en beleef.

Vooreerst wil ik mij voorstellen wie ik ben en wat ik zoal doe in mijn dagelijks leven als schipper op het ms Krukel varende voor de Directie Noord van het Ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij.

Mijn naam is Jan Smit en ben geboren en getogen op het eiland Terschelling. Dit in de boerderij te Lies, wat nu pensionhotel de Walvisvaarder heet. Deze naam is niet zomaar aan dit pensionhotel gegeven aangezien van mijn oma痴 kant een van mijn voorouders als commandeur op de walvisvaart voer en hier wonende was. Het werd gebouwd als boerderij en diende als oudedag-voorziening. Een vroegere vorm van AOW.

Heb in mijn jeugd al veel tijd op het wad doorgebracht wanneer we er gingen zwemmen en dat ik met mijn opa mee ging om er te vissen. Dit ook in het vroege voorjaar dat het water nog zo koud was, dat wanneer je er in stapte, in zwembroek en overal, het leek of ze met een mes in je benen sneden. En dan tot je middel erin. Waadbroeken hadden we niet.

Gedurende de periode van 1972 tot 1982 was ik als vaste opstapper aangesteld op de motorreddingboot Carlot en vanuit die functie kwam ik regelmatig op zowel de Wadden- als de Noordzee. Dit met mooi, als met slecht weer.

Echter er moest ook brood op de plank en zo kwam ik in 1971 in vaste dienst bij het Staatsbosbeheer.

  1. Vanaf 1972 tot 1982 als vogelwachter op de Boschplaat Terschelling en kwam zodoende in aanraking met een natuurgebied uniek in Europa. Heb van collega痴 hier veel geleerd om de natuur te waarderen en om met de natuur om te gaan. Het werd mij hier duidelijk dat, zeer zeker in de broedperiode, rust een absolute noodzaak is. Als opgeschoten knaap kwam ik ook wel eens op de Boschplaat, maar dan echter met andere bedoelingen.
  2. Vanaf 1982 tot heden ben ik aangesteld als schipper op het ms Krukel en belast met toezicht in het Waddengebied. Hiervoor ben ik verhuisd naar het eiland Ameland wat de thuishaven van het ms Krukel is.

In tegenstelling tot een recreant, welke zijn vakantie in het gebied doorbrengt, is het met mij net omgekeerd. In mijn vakantie ben ik er niet. Zodoende ben ik goed geïnformeerd wat zich het gehele jaar rond afspeelt in het gebied en kan ik mijn taken verantwoord uitoefenen. Hiertoe ben ik tevens aangesteld als opsporingsambtenaar van de Algemene Inspectiedienst.

Wat zijn onder andere mijn taken

Toezicht in het Waddengebied en toezien op het naleven van voornamelijk de groene regelgeving.

Dit surveilleren in ons vaargebied dient zo te zijn gepland zodat we met regelmaat ons gehele vaargebied bezoeken. Om dit te bewerkstelligen is een jaarplan opgesteld. Aangezien het weer niet altijd meewerkt en er vaarverzoeken binnenkomen kan dit zo geactualiseerd worden dat er uiteindelijk een weekprogramma wordt samengesteld.

Het vaargebied van het ms Krukel is het centrale gedeelte van de Waddenzee. Dit strekt zich ongeveer uit vanaf de Mepen tot aan ongeveer Simonszand. Tevens behoort de Noordzee Kust Zone tot ons vaargebied. Voor het overig gedeelte varen in het Westelijk Waddengebied het ms Phoca en in het Oostelijk gedeelte het ms Harder. De vaargebieden overlappen elkaar enigszins.

Verder zijn alle overheidsdiensten in het Waddengebied een soort van overeenkomst aangegaan. Dit onder de vlag van het S.I.W.P: Samenwerkende Inspecties Waddengebied.

Rijksdiensten varende onder deze vlag zijn onder meer:

Kortom alle Rijksdiensten welke u wel eens op het wad kunt tegenkomen.

Gebeurtenissen, zoals schade aan boeien verdachte vaarbewegingen enz. worden doorgegeven aan die Rijksdienst waar die melding thuishoort.

Het secretariaat van het SIW is ondergebracht bij Rijkswaterstaat te Leeuwarden. De recreant kan voorvallen in het Waddengebied kwijt bij de Centrale Meldpost Waddenzee, welke is gehuisvest op de Brandaris te Terschelling, Marifoonkanaal 4. Deze zorgt ervoor dat uw melding bij de juiste overheidsinspectie terechtkomt.

Toezicht op de bepalingen van verleende vergunningen.

Vergunningen welke door LNV aan gebruikers in het veld zijn verleend worden door ons gecontroleerd. Dit o.a. op de naleving van de bepalingen en voorwaarden welke in de vergunning staan aangegeven. Van iedere vergunning is een kopie aan boord aanwezig. Tevens ligt een boekwerk aan boord met foto痴 en gegevens van ieder visserijvaartuig welke vaart onder de Nederlandse vlag, inclusief Duitse en Belgische Urkers.

Zo kan het voorkomen dat een vergunning wordt gecontroleerd zonder dat een bezoek aan de vergunninghouder wordt gebracht.

Voor een visite aan boord van een te controleren schip hebben we de beschikking over een bijboot. Tevens kunnen we een controle uitoefenen met behulp van de radar. De radar aan boord is gekoppeld aan de plaatsbepalingsapparatuur en de plotter. Zo kunnen we eventuele vaarbewegingen, kilometers ver weg, vastleggen en die gegevens eventueel uitprinten en aan de overtreder tonen.

Dit geldt ook voor laagvliegende vliegtuigen, helikopters, schepen en lopende personen op het wad.

Tevens worden er controles uitgevoerd met extra AID-ers en opsporingsambtenaren van het Korps Landelijke Politiediensten aan boord Dit in het kader van het zogenaamde Waddenhandhavingsoverleg (WHO).

Deze controles kunnen gaan tot het controleren van vaarbewijzen tot aan het meten van de maaswijdte van visnetten.

Voordat een mechanische en handkokkelvisser vergunning Visserijwet en Natuurbeschermingswet wordt verleend dient eerst bekend te zijn hoeveel kokkels er in de Waddenzee aanwezig zijn. Om de hoeveelheid kokkels en vleesgewicht te weten te komen wordt er jaarlijks een bestandsopname gemaakt. Deze bestandsopname gebeurt in het voorjaar. Op vooraf vastgestelde vaste meetpunten wordt bemonsterd. Dit gebeurt met twee, door de mechanische kokkelsector, beschikbaar gestelde schepen. De bemonstering en de verwerking hiervan gebeurt door medewerkers, afkomstig van het R.I.V.O. te Yerseke, Directie Vis, Directie Noordwest en onze Directie.

In het najaar voor de visserij is begonnen worden een beknopt aantal punten herbemonstert om een inzicht te verkrijgen van een eventuele groei. Naar aanleiding van deze bestandsopname wordt besloten of de vergunningen niet of wel wordt verleend. O.a. wordt bij de vergunningverlening bekeken of er wel genoeg voedsel voor de vogels aanwezig is en er eventueel een tekort bij bevissing zou ontstaan. Zo kan er dus worden besloten dat er in een bepaald jaar niet op kokkels wordt gevist.

Wanneer erop kokkels wordt gevist dienen o.a. de volgende vergunningen aan boord te zijn:

  • Publiekrechtelijke vergunning Visserijwet;
  • Privaatrechtelijke vergunning Visserijwet;
  • Vergunning Natuurbeschermingswet.

Tevens dient een ondertekend visplan aanwezig te zijn.

De verzegelde zogenaamde blackbox, welke is aangesloten op satelliet-navigatie, is verplicht en legt de scheepsbewegingen en werking van de pompen vast. Op verzoek kunnen deze gegevens door een bureau worden uitgelezen en worden ons ter beschikking gesteld. Om fraude hiervan te voorkomen worden deze gegevens in het bijzijn van een opsporingsambtenaar verzamelt.

Wanneer de mosselsector een vergunning aanvraagt om op mosselzaad te vissen, bestemd voor zijn gehuurde mosselpercelen dient ongeveer hetzelfde. Er wordt ook een bestandsopname gemaakt. Meest wordt er op mosselzaad gevist in het sublitoraal en wel in het Westelijke waddengebied. De mosselcultuurpercelen liggen alle Westelijk van het Terschellinger wantij.

Omdat regelgeving in feite altijd achter de feiten aanholt is het voor onze eigen dienst belangrijk te weten wat in het veld gebeurt. Nieuwe ontwikkelingen welke een bedreiging kunnen vormen voor de natuurwetenschappelijke betekenis en het onverantwoord omgaan met het gebied kunnen dan eventueel snel worden aangepast in de regelgeving.

Het geven van gerichte voorlichting is van groot belang. Het probleem voor ons is dat wij niet even naar een schip kunnen gaan voor een praatje. Op het land kun je even met de fiets aan de hand bij iemand gaan staan voor een babbel. Echter om naar een drooggevallen schip te gaan is niet zomaar voor elkaar. Geeft dus wel eens wat logistieke problemen.

Inventarisatie/onderzoek is absoluut nodig om te kunnen bepalen of het goed of slecht gaat met het gebied. Dit gaat van de kleinste worm tot het grootste zoogdier in het gebied de zeehond. Tellingen van vogels en zeehonden worden structureel door ons uitgevoerd.

De kleinsten van het gebied laten we over aan het onderzoeksinstituut Alterra. Het ms "Krukel" dient dan als platform en er wordt door medewerkers Alterra onderzoek gedaan op de platen. De bemonstering gaat in potjes mee en wordt ingevroren en er wordt gezeefd en geteld.

Het verantwoord recreëren en werken in het waddengebied.

Ik noem met name waddengebied omdat je volgens mij niet alleen kunt spreken over de Waddenzee maar dat hier o.a. de kwelders van Groningen Friesland en Noord Holland, de Waddeneilanden en een groot gedeelte van de Noordzee er wel degelijk bij horen. Voor de totaliteit zijn deze even belangrijk als de Waddenzee zelf. Kwelders, de eilanden, bewoond en onbewoond als vluchtgebied voor vogels om te overtijen en als broedgebied. Weet bijvoorbeeld dat de Waddenzee de kraamkamer van diverse soorten vis is en de Noordzee mede foerageergebied van zeehond en diverse vogelsoorten, welke op de eilanden broeden.

Het is daarom niet verwonderlijk dat gedeelten hiervan, behalve de Noordzee, ook zijn aangewezen als Staatsnatuurmonument of als Beschermd Natuurmonument, waar dan de Natuurbeschermingswet van kracht is. Een aangewezen gebied in particulier eigendom heet Beschermd Natuurmonument.

De laatste jaren is het drukker geworden in het Waddengebied. Dan spreek ik niet over de laatste paar jaren maar van ongeveer de laatste dertig jaar. Het is niet alleen de hoeveelheid personen die komen recreëren doch ook de verlenging van het recreatieseizoen. Dit laatste zal wel komen doordat een ieder meer vrije dagen heeft te besteden. Neem op een mooie zomerdag maar eens een kijkje in de Blauwe Slenk naar Harlingen.

Als geboren en getogen eilandbewoner doet het me wel eens pijn dat ik zie hoe meer en meer gebieden worden ingenomen t.b.v. het toerisme. Dit niet alleen op de Waddenzee, doch ook op de waddeneilanden. Ook gaat dit ten koste van de eilander cultuur. Denk bijv. aan de eilander dialecten, kleinschaligheid, gemoedelijkheid en ons kent ons. Doch weet ik zeer goed dat zonder de toerist het op de eilanden waarschijnlijk armoediger zou zijn en dat er veel minder werkgelegenheid is.

Een ieder die zich, lopend, varend, recreërend, beroepsmatig of hoe dan ook binnen het Waddengebied begeeft dient zich in mijn ogen te gedragen als gast. Dat geldt tevens voor mij als toezichthouder.

Gedragsregels

Wanneer we ons als gast verantwoord in het gebied willen begeven dienen we ons te houden aan bepaalde gedragsregels. Omdat niet een ieder gelijk is in opvatting en denken kun je hierover ook bepaalde afspraken maken.

Dit bijv. binnen een vereniging, groep vissers en tussen de overheid en een doelgroep. Dit kan bevorderen dat men verantwoordelijker met een gebied omgaat. Ook de sociale controle speelt dan een grotere rol. Een voorbeeld hiervan is het reeds genoemde visplan mechanische en handkokkelvisserij.

Meestal worden overtredingen etc. strafrechtelijk afgehandeld.

De regelgeving welke ons ten dienste staan als opsporingsambtenaar zijn o.a.

  1. Natuurbeschermingswet;
  2. Jachtwet;
  3. Vogelwet;
  4. Visserijwet;
  5. Luchtvaartwet; Dit gelet op de vlieghoogtes
  6. Wet op de Openluchtrecreatie;
  7. Recreatieverordening Waddengemeenten;
  8. Provinciale en gemeentelijke verordeningen;
  9. Wetboek van Strafrecht;
  10. Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren.

Deze regelgeving is ervoor om te zorgen dat de natuurwetenschappelijke betekenis van het totale gebied in stand wordt gehouden, indien nodig wordt verbeterd en dat de natuur van wadpier tot zeehond die bescherming krijgt die het toebehoort, kortom verantwoord om te gaan met het gebied.

Gast in het Waddengebied

Over regelgeving ga ik het nu niet meer hebben. Waar ik het wel met u over wil hebben is het als gast verantwoord verblijven in het Waddengebied.

Het gehele jaar kom je vogels, zeehonden, vissen etc. tegen in het waddengebied. De een zul je wat meer waarnemen dan de ander doch ze zij er wel. In de zomer en wintermaanden zul je minder vogelsoorten en aantallen aantreffen dan in het voor- of najaar. Of ze zitten in het broedgebied in Noordelijke landen of in hun overwinteringgebied in Zuidelijke landen.

Dit geldt tevens voor de vissoort Harder welke in de wintermaanden niet in de Waddenzee aanwezig is

In de wintermaanden zie je bijvoorbeeld: roodkeelduikers, toppereenden en brilduikers. De grutto zie je alleen in het voorjaar tot ongeveer half juli.

Bij vogels heb je diverse soorten en vormen. De een kan zwemmen, de ander kan zwemmen en duiken en andere kunnen dit helemaal niet. Eén ding kunnen ze allemaal en dat is vliegen. Behalve die eend welke als lokvogel in een eendenkooi zit en wanneer bepaalde soorten in de rui zijn. Dit o.a. de bergeend en eidereend.

Normaliter ruit de bergeend in de Duitse Bocht. Echter de laatste jaren blijkt dat grote groepen in het Nederlandse deel van de Waddenzee gaan ruien. In het Vaarwater van de Zwarte Haan zaten verleden zomer een aantal van een 5000 exemplaren. Tevens kwamen we de laatste jaren al ruiende bergeenden tegen in de Mepen. Deze kunnen dan enige weken geen meter vliegen en komen bijna niet weg van een schip welke aan komt varen. Ze raken in paniek duiken onder om te proberen weg te komen.

Om deze beesten met rust te laten is het verstandig deze met een ruime bocht te passeren.

De eidereend is een vogelsoort welke het gehele jaar in de Waddenzee voorkomt. In de winterperiode zijn de grootste aantallen eidereenden in het Waddengebied aanwezig. De aantallen nemen in het voorjaar weer af. Dit komt omdat het grootste aantal weer vertrekt naar gebieden rond de Oostzee waar zij broeden. De overige welke u hier tijdens het recreatieseizoen ziet zijn die eidereenden welke hier broeden of hier wellicht gaan broeden als zij volwassen zijn.

In tegenstelling tot op IJsland broedt het vrouwtje alleen. Het mannetje bemoeit zich na de paring nergens meer mee. Na het uitkomen van de, drie tot vijf, vrij grote groene eieren, gaat ze met de jongen rechtstreeks naar het wad. Zij broeden tussen de meeuwen en hebben dus een zware reis voor de boeg.

Struikelend en buitelend bereiken zij meestal toch wel het wad. Hun eten bestaat hoofdzakelijk uit kleine slijkgarnaaltjes. Op het wad aangekomen groeperen zij zich in grote groepen. Zo zijn zij beter in staat om zich tegen hongerige vijanden te verdedigen. Soms zie je wel eens zulke grote crèches. Telt u dan maar eens het aantal jongen en deel dit door vijf. Wanneer u dan het aantal volwassen vrouwtjes telt bemerkt u dat er iets niet klopt, dit dus gelet op het aantal eieren wat het vrouwtje legt. Eidereenden zijn zeer goed in staat om hun jongen te beschermen tegen bijvoorbeeld meeuwen. Er zal wel eens een onoplettend jong sneuvelen.

Wanneer u onverwachts zo地 crèche ziet. Ga er dan absoluut niet heen met het doel zo地 meeuw weg te jagen. Ten eerste lukt u dit niet en ten tweede veroorzaakt u zo地 paniek onder de wakende vrouwtjeseidereenden dat nu de meeuwen hun kans schoon zien en er met de jongen vandoor gaan.

Zij leven hoofdzakelijk van de mosselen. Echter zij versmaden ook niet een krab, mesheft of een spisula. De spisula komt voor op de Noordzee.

Zoals u wellicht weet is er de laatste jaren geen mosselzaadval geweest. Dit tot grote spijt van de mosselkweker, maar niet te vergeten voor de eidereend. Behoudens enige natuurlijke oude mosselbanken op het Oostelijk wad was hier bijna geen mossel te vinden. Op het westelijk wad waren echter wel de cultuurmosselpercelen aanwezig. Voor de eidereend was het dan ook een must om daar te gaan foerageren.

Dit leidde wel eens tot een conflict tussen de eidereend en de mosselkweker. Hopelijk wordt het nu beter, dit gelet op de mosselzaadval op het Oostelijk wad van verleden jaar. Deze mosselzaadbanken zijn verleden jaar alle ingemeten en bemonstert. Dit in samenwerking met het RIVO en Alterra. Het plan is om dit voorjaar een herbemonstering en meting uit te voeren.

 

Hoogwatervluchtplaatsen en foerageerplaatsen steltlopers

Vogels welke niet kunnen zwemmen o.a. de Wulp, Rosse Grutto, bonte strandloper, Scholekster enz. zien we tijdens hoog water bijna niet in de Waddenzee. Meestal alleen na een verstoring. Dit behoeft niet altijd door de mens te zijn veroorzaakt. Denk bijvoorbeeld eens aan de slechtvalk welke we meer en meer in het Waddengebied tegen komen.

Tijdens hoog water zitten deze steltlopers op de hogere droge gedeelten van het waddengebied.

Toevluchtsoorden zijn o.a. de natuurgebieden van de eilanden, Griend en de kwelders vasteland en niet te vergeten de platen Richel, Engelsmanplaat, Rif en Simonszand.

Hier zitten ze in grote aantallen te rusten slapen in afwachting van laag water. Dit dag en nacht . Deze zgn. h.v.p痴 (hoogwatervluchtplaatsen) mogen niet worden verstoord. Loop hier met een boog omheen en geniet van deze groepen vogels.

Wat de laatste jaren meer en meer wordt waargenomen zijn bivakkerende en dikwijls overnachtende kanovaarders op de platen. Zij zoeken precies die hoogste plekken op welke met hoog water gebruikt worden voor H.V.P痴. Dit kan dus echt niet.

Met laag water foerageren de vogels op het wad. Meestal zie je ze in groepen foerageren en dient zo地 foerageergebied aan diverse voorwaarden te voldoen.

1. Rust

2. Genoeg voedsel

3. Eigen voedselterritorium

Aan wandelende personen of droogvallende schepen is het voor ons moeilijk uit te leggen dat in zo地 gebied door die persoon of schip wordt verstoord:" Ze zijn er toch niet". Klopt, zijn meestal al weg. Dit vooral in die gebieden waar dagelijks personen komen.

Verstoring van die foerageergebieden waar geregeld mensen komen worden absoluut verlaten. Uit ervaring weten wij dat die verstoorde gebieden zeer belangrijk voor ze zijn. Een recreant welke in zo地 verstoord, verlaten, gebied komt weet dit meestal niet. Valt heel moeilijk uit te leggen.

Dan moeten die vogels naar gebieden waar minder voedsel zit en wegen de baten wellicht niet tegen de kosten op. Denk ook dat zo地 vogel welke geregeld wordt verstoord meer energie verbruikt dan het tot zich neemt. Kan ook voorkomen dat zo地 vogel een tijd nodig heeft om een nieuw voedselterritorium te bemachtigen. Wij zijn niet de enige welke om iets kunnen ruziën.

Weet ook dat een vogel zijn vetreserve moet aanvullen welke hij tijdens de vlucht naar zijn overzomer- of overwinteringgebied gebruikt om die soms zeer lange tocht te kunnen volbrengen. Een vogel is net een auto welke het wad gebruikt als tankstation.

Broedgebieden

Diverse gebieden in het Waddengebied zijn voor een korte of langere tijd gesloten Onder andere de broedgebieden. Deze meestal vanaf 15 maart tot 1 september. Of korter of langer dan absoluut noodzakelijk is. De meeste broedgebieden staan ieder jaar geactualiseerd op de zeekaarten. Buiten de aanpassingen van de betonning en verstromingen van de geulen is het dus belangrijk de nieuwste zeekaarten aan boord te hebben.

Denk er ook eens aan dat een broedvogel in feite zo dicht mogelijk bij het foerageergebied broedt. Jonge vogels hebben in korte tijd zeer veel voedsel nodig dat moet worden aangesleept. Hoe korter de aanvliegafstand, hoe sneller groeien de jongen, en de oudervogel verbruikt minder energie.

Sturen van de natuur kunnen we gelukkig niet en daardoor kan het voorkomen dat zich buiten de ons bekende gebieden nieuwe vestigingen voordoen. Dit zijn dan meestal vestigingen van Sterns op de platen in het Waddengebied.

De visdief broedt liever op wat duinvorming, doch de Noorse Stern gaat meestal op een nog vlakker gebied, zo dicht mogelijk bij het foerageergebied om de jongen z.s.m. vliegvlug te krijgen. Dit omdat zijn overwinteringgebied niet naast de deur ligt. Dit namelijk de Zuidpool.

Nederland is het Zuidelijkste broedgebied van de Noorse Stern. Hij broedt het liefst Noordelijker daar het er langer licht is en langer kan foerageren. Het is een zichtjager. Zo地 gebied is vaak te vinden ten Noorden van de Engelsmanplaat, met name het Rif. Wanneer begin mei hier een kolonie Sterns vestigt worden er borden omheen gezet. Meestal wordt dan een persbericht uitgegeven. Wanneer u ten anker ligt in het Smeriggat en u bezoekt het Rif loop dan om de borden heen.

Dan bent u verantwoord bezig. Ditzelfde kan voor meerdere platen gelden, maar dat is nu uiteraard nog niet bekend.

Met hoog water zitten hier ook grote groepen zgn. H.V.P.痴. Als gast van het gebied dien je dan ook met hoog water zo地 gebied te mijden.

Ik kan u verzekeren dat wanneer bebording, door wegspoelen van nesten of wat dan ook niet meer van toepassing zijn worden opgeruimd. Dit alleen nadat we zeker weten dat zo地 kolonie sterns het gebied heeft verlaten.

Verleden jaar hadden we de borden wat te vroeg opgehaald. Vlak erna bleek dat er toch nog beesten probeerden een 2de legsel voort te brengen. Bij controle bleek dat zich binnen de kolonie diverse personen hadden begeven. Aangezien Visdieven en Noorse Sterns dit niet accepteren werd de kolonie dan ook verlaten. We kunnen dan spreken van een ernstige verstoring.

Zeehonden

Met de populatie zeehonden in het Waddengebied gaat het steeds beter.

In het waddengebied komen twee soorten zeehonden voor

  1. de grijze zeehond;
  2. de gewone zeehond.

1.De grijze zeehond houdt zich voornamelijk op in het gebied tussen Terschelling en Vlieland. Nu liggen de meeste op de Richel. Ogenschijnlijk trekt hij zich er niets van aan dat er een schip dicht langs hem heen vaart. Echter wanneer het recreatieseizoen is aangevangen merken we toch dat hij van de Richel verdwijnt. De meeste gaan naar de Engelsche Hoek en sommige voegen zich bij groepen gewone zeehonden verspreidt in het gehele waddengebied.

Zij trekken zich het toch aan en zijn het op een gegeven ogenblik beu.

De grijze zeehonden werpen hun jongen in de wintermaanden. Deze jongen worden geboren met hun witte donsvacht. Zij verblijven het liefst op de plaat tot de donsvacht is verdwenen. Zij kunnen echter wel zwemmen en het jong van de grijze zeehond wordt wel eens alleen gelaten door de moeder. Liggen dan wel eens op het strand en worden als huiler afgevoerd. Is dus in veel gevallen absoluut onnodig.

Al met al verblijven de grijze zeehonden met hun jongen het liefst op de hogere platen van het waddengebied. Gelet op de geboorteperiode in de winter van de grijze zeehond, de grote betekenis van de Richel als hoogwatervluchtplaats van vogels en als belangrijk broedgebied van zeldzame soorten. Dit o.a. de dwergstern, stern en noorse stern is de Richel het gehele jaar gesloten voor het publiek. In het voorjaar worden hiertoe ook borden op de Richel geplaatst.

2.De gewone zeehond werpt haar jongen in het voorjaar. Dit ongeveer in de maand juni. Dit in een periode dat het recreatieseizoen reeds is aangevangen.

In tegenstelling tot de grijze zeehond liggen de groepen gewone zeehonden op platen welke met hoog water verdwijnen. Daarom wordt de gewone zeehond zonder witte donsvacht geboren. Deze verdwijnt reeds in de baarmoeder. Daardoor kan de gewone zeehond gelijk zwemmen en bij zijn moeder blijven. Echter het is van levensbelang dat een jong tijdens de laagwaterperiode, op de drooggevallen plaat, genoeg zoogbeurten krijgt, om wanneer het wordt verspeend genoeg gewicht heeft om zijn eigen te kunnen redden. Wanneer het dan eindelijk door heeft hoe een vis te vangen zal hij in gewicht behoorlijk zijn afgenomen. Dit punt is voor de jonge zeehond zeer kritiek.

Het is dan erop of eronder. Daarom is het zo belangrijk de zgn. zeehondengebieden niet te doorkruisen en niet te dicht langs groepen zeehonden te varen. Dit ook niet met hoog water. Met hoog water verblijven hier de zeehonden met hun jongen en men loopt een grote kans net in dat gebiedje vast te lopen waar zij met laag water verblijven.

Wanneer men echt langs een groep zeehonden moet ga dan rustig door. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij de invaart Blauwe Balg en wel aan de Amelander kant. Dit ook tijdens de toegestane doorvaartperiode. Ga daar niet ankeren in afwachting van de toegestane doorvaartperiode. U vindt die beesten misschien wel leuk maar zij u niet.

Maak geen gekke bewegingen met het schip en blijf als bemanning rustig op het schip. Van onverhoedse bewegingen schrikken ze en gaan als een idioot te water. Zo missen de jongen wellicht een voeding en ergo ze raken hun jong kwijt en heb je weer een huiler.

Om de soort in het gebied die bescherming te geven die ze echt nodig hebben kun je niet buiten de zgn. gesloten gebieden.

Voor een zeehond is het tevens van belang dat hij in de laagwaterperiode kan zonnen. Het beest verkrijgt hierdoor o.a. vitamine D wat het nodig heeft voor de haargroei. Deze haren zijn voor het beest zeer belangrijk. Het maakt hem waterdicht en de vacht beschermt het tegen de kou.

Naar bevinding, gedurende het gehele jaar, worden de gesloten gebieden aangepast en actueel op de zeekaarten ingetekend.

Iemand die zich naar mijn mening verantwoord binnen het gebied begeeft vaart niet met een speedboot of jetski. Dit mag ook niet overal.

Grote groepen ruiende vogels komen niet tijdig weg, worden overvaren en de rustende (h.v.p痴) en foeragerende vogels slaan op de vlucht. Over deze vaargedragingen krijgen we dikwijls klachten binnen. De toerist, varende in een zeilboot of ergens voor anker liggend vind dit ook niet prettig.

Wat ook niet prettig is voor de rust in het gebied is vliegeren, kitesurfen. Dit laatste fenomeen betreft surfen welke worden voortgetrokken door op een parachutegelijkende vlieger. Vogels en zeehonden zien dit als een bedreiging en vluchten in paniek.

Als laatst wil ik het nog even hebben over loslopende honden. Deze zijn alleen welkom wanneer ze zijn aangelijnd. Meer kan en wil ik hierover niet kwijt.

Uit ervaring is het mij bekend dat er veel doelgroepen op het wad aanwezig zijn. De één voor zijn brood en de andere om te recreëren. Of misschien wel allebei. Echter we moeten niet vergeten wat in duizenden jaren is ontstaan, dit door vernieling of hoe dan ook zomaar niet weer terugkeert. Wees waakzaam.

Wellicht kom ik u dit komend recreatieseizoen een keertje tegen.

Ik begroet u dan als een medegast welke gelijk als mijzelf verantwoord met dit prachtige waddengebied dien om te gaan.

Jan Smit, 26 januari 2002 Zoutkamp/Wadvaarders