banner
Pagina in afdrukformaat
Van Amrum naar Sylt

Van: Ruud van Oers, juni 2011

Op 22-06-2011 voer ik met mijn Bénéteau Océanis 331, diepgang ca 1 meter, hetzelfde wadden-traject van Wittdün naar Hörnum als Max Dirkzwager beschrijft in zie artikel hieronder.

Informatie van plaatselijke zeilers had duidelijk gemaakt dat dit zonder problemen moest kunnen. Wél werd gewaarschuwd voor de aanwezigheid van grote stenen bij de noordpunt van Amrum (" blijf in de geul! ").

Het passeren van het wantij net voor Amrum Odde, ongeveer een half uur voor (gemiddeld) hoogwater verliep prima. De geul was breed en diep genoeg om een grote veerboot te laten passeren.
De juiste diepte heb ik helaas niet genoteerd, maar in mijn herinnering was het hier niet echt krap.

Voorbij Amrum Odde kwamen we op zeer onbeschut water, waar in de prikkengeul oude zeedeining en branding stond, hoewel de westenwind op dat moment niet harder waaide dan 3 Bft.
De geul was bovendien kortgeleden verlegd, want op mijn nieuwe zeekaart uit 2011 stond nog de route direct langs het strand die ook Max Dirkzwager beschreef.

De nieuwe beprikte route voerde via een kronkelig, smal en ondiep geultje (in mijn herinnering minimaal 1,40 m. met hoogwater) eerst in noordelijke, vervolgens in westelijke en tenslotte in zuidwestelijke richting, om of door het op kaart BSH 3013 Blatt 4 aangeduide stenenveld, naar de ton AT4.

De genoemde branding en geringe diepte maakten het bevaren van dit stuk behoorlijk enerverend. Eenmaal in het diepe water van het Vortrapptief was de navigatie verder eenvoudig en in de vernieuwde jachthaven van Hörnum met mooie drijvende steigers was het enkele dagen goed toeven.

 


Onderstaande informatie is van 2004 en wellicht gedateerd.
We willen u deze informatie in ieder geval niet onthouden.

Aanvullingen en/of recente informatie kunt u sturen naar de webredactie.


 
Van: Max G. Dirkzwager (9/2004), zeiljacht Hoogtevrees (Kelt 8.50)

Wij voeren dit jaar via Helgoland naar de Nordfriesische Inseln om daarna via het wad weer terug te varen. Hoewel ik vele malen het boek van Jan Heuff heb opengeslagen om de schaarse informatie uit mijn hoofd te leren schiet dit boek tekort voor dit zeilgebied. Veel beter zijn de Duitse boeken. (Zie bijvoorbeeld de Tornführer van Jan Werner (webredactie))

De route die mij het meest spectaculair overkwam was het stukje van Wittdün (leuke zeilvereniging) op Amrum (prachtig eiland) naar Rantum (een gat) op Sylt (veel toeristischer).De kaarten 5 en 6 van de Duitse watersportkaarten 3013 (Figuur 1) geven deze route wel aan maar de vergrotingen die ik van een locale motorbootvaarder kreeg voegen veel toe. (Figuur 2 & 3) 
 

Fig. 1 De noordoost route langs Amrum

Het wantij van Amrum ligt volledig aan de noordkant van het eiland en daarom vertrek je een paar uur voor HW uit Wittdün om tegenstroom naar de hoofdgeul Norderaue te varen. Waarschijnlijk kun je ook vanuit de haven bij HW direct noord varen al staan er geen prikken, want ook op dit wad geldt dat met HW alles kan met 70 cm diepgang.
 

De haven van Wittdünn
   
Vanuit de Norderaue moet je de prikkenroute vinden van het Amrumtief. In Duitsland sluiten de prikken niet aan op de betonning maar heb je een leegte van ongeveer 1 mijl. Het begin van de prikkenroute is met een 2 of 3 prikken aangegeven.
 

Fig. 2 De noordpunt van Amrum
  
Vlak voordat wij bij de noordkaap van Amrum waren liepen we geregeld vast en ik twijfelde of ik niet te vroeg voor HW was, als het verderop nog ondieper zou worden. Een snelle passagiersboot die wel strak de geul aanhield stelde mij gerust en na deze ontmoeting die precies op het wantij plaatsvond werd het wel weer dieper maar niet breder.
Bij de noordpunt van Amrum vaar je vlak langs het strand. Vlieland is er niets bij. Ook als je om de noordpunt heen bent moet je dicht bij het strand en de prikken blijven want het is een zeer smal geultje. Je hebt dan wel een stuk onbeschut water voor je. Er zijn nog wel wat bankjes ter bescherming tegen de Noordzee maar veel is het niet. Wij waren er met west 4 en dan moet de motor aan want voor opkruisen is het echt te smal.
 

De route beoosten Sylt
Na dit stukje langs het strand gaan er drie prikken richting Noord 330 graden en dan is het weer leeg en mag je zelf een ton opzoeken, of gewoon naar de vuurtoren van Hörnum op Sylt varen.
Na Hörnum kun je links om en rechtsom naar Rantum. Linksom kan alleen met de info op het kaartje hiernaast. Rechtsom staan niet officiële prikken, deze zijn door de zeilvereniging Rantum geplaatst.

Ander lastig aspect van het Duitse wad zijn de vele windmolens op de wal. Ben je als doorgewinterde wadvaarder geheel gespitst op elk verticaal streepje dat aan de horizon te onderscheiden is, op het Duitse wad blijkt dit verticale streepje geen prik maar een ver weg staande windmolen. We moeten als wadvaarders dus toch strijden tegen windmolens op de dijk….
Bij Rantum aangekomen is het nog even lastig om de haveningang te ontdekken en dan moet je gauw een box zoeken omdat het ook hier droogvalt.
Het is hier goedkoop liggen, € 6.50 voor 8 meter. Behalve aardige mensen en toiletten is er niet veel. Wel op 10 min loopafstand verse broodjes; ook op zondag.
Bij de zeilvereniging van Rantum heb ik bij locale zeilers mijn oor te luister gelegd voor de retourtocht naar het wantij oost van Föhr. Vele locale zeilers hadden een omslachtig verhaal met prikken en peilingen, tot er een mij vertelde gewoon 2 uur lang 1150 te sturen en dan kom je vanzelf de tonnen van de route achter Föhr tegen.
 
Dit heb ik aangehouden en verliep uitstekend. Je kunt toch pas uit je box als het 3 uur voor HW is en de rest van de route is alleen maar dieper dan het jachthaventje.
 


Rantum op Sylt