banner
Pagina in afdrukformaat
Oversteek Jade - Elbe

Een wat moeilijker deel van het Duitse Wad is het gedeelte tussen de Jade en de Elbe. Veel mensen varen daarom buitenom, over zee. Maar er zijn ook goede mogelijkheden over het Wad. Klaus Asmus beschreef ze al in 2004.
Dit jaar stuurde hij ons weer recente informatie. Die vind je direct onder de foto's van Hans Ruhl.


Van: Hans Ruhl, juni 2012

Met onze aak BoltjesFlod zijn we een paar keer naar Cuxhaven gevaren en de mythische "Leitdam" trok mij daarin aan. Deze link naar YouTube brengt de dam in beeld gezien met een fishfinder, een traject tussen km-paal 4 en 5.

Als aanvulling op de leuke artikeltjes van Klaus Asmus (Red. zie hier onder): wat foto's en een videotje van onze tocht over de "DAM".
Bij het varen over het obstakel “dam” is enige voorzichtigheid geboden maar angst is volstrekt overbodig en zelfs hinderlijk.

Afgelopen jaar zijn we een uur voor laagwater uit Cuxhaven vertrokken richting Spika en heb ik een kleine serie foto's van de dam vanaf kust tot km-paal 6 gemaakt. Na km-paal 6 moet je van de dam weg naar het oosten vanwege een dikke zandplaat, zie laatste foto 17 enz.

Foto 1 is het begin van de dam, de landzijde bij Cuxhaven. Je ziet daar het nodige volk op de dijk. Ik heb niet zo heel nauwgezet gedocumenteerd, maar chronologisch is het is een overzicht van foto 1 tot 17 zijnde varende langs de dam tot km-paal 6.

De dam is gelijkmatig van hoogte, het hoogst aan het begin en geleidelijk lager wordende. Op foto 12 zie je een kleine verzakking, deze is tussen km-paal 4 en 5 aan de 5 zijde.

We zijn eerder zowel tussen km-paal 5 en 6 als tussen km-paal 4 en 5 over de dam gevaren. Varen tussen km-paal 4 en 5 door heeft een kleine voorkeur i.v.m. minder gevoels-onrust vanwege strekdammen, een korte en een lange tussen km-paal 5 en 6.
Op zich geen probleem, als je over de dam kunt, dan kun je ook over de strekdam. Maar ja, dat doe je nu eenmaal niet, tjaa...

 

Foto 1
foto 1

foto 2

Foto 3
foto 3

Foto 4
foto 4

Foto 5
foto 5

Foto 6
foto 6

Foto 7
foto 7

Foto 8
foto 8

Foto 9
foto 9

Foto 10
foto 10

Foto 12
foto 12

Foto 13
foto 13

Foto 14
foto 14

Foto 15
foto 15

Foto 16
foto 16

Foto 17
foto 17


Van: Klaus Asmus, september 2012

Aan de Leitdam voor de Elbe is in jaren niets veranderd en vanuit Neuwerk komend is het wad nog steeds hoger dan de dam. Er steken regelmatig schepen over (zelfs vissers) en iedereen heeft zijn favoriete plek voor de oversteek meestal tussen km 4 en 6.

Maar er gebeuren (gelukkig zelden) domme dingen, zoals vast komen bij aflopend water en door de reddingboot eraf gehaald moeten worden. Zo iets is zeker te vermijden.
Pas op bij aflopend water en doe het bij twijfel dan niet. Bij een goede planning is zo'n ongeluk trouwens niet mogelijk, want vanuit Cuxhaven komend moet je vroeg genoeg vertrekken (helaas een stuk tegenstroom), zodat je nog over het wad komt. Anders heeft het geen zin.

Vanaf het Neuwerker wad komend voor je met het laatste opkomende water over de dam en hebt daar meer water onder de boot dan op het wad.
Blijf er wel weg bij extreem weer en wacht even tot de zwel van grote schepen voorbij is.

Wel sterk veranderd is het Weser-Elbe wadvaarwater noordelijk van de Robinsbalje. De geul gaat dichter langs Spika-Neufeld. Verder Noordelijk tot aan de verkenningston Ostertil zijn slechts hier en daar prikken en de betonning staat ver uit elkaar. Wij vonden dit bij laagstaande Zon en het grillige verloop van het vaarwater dit jaar wat lastig. Dan is de GPS toch heel nuttig.

De doorvaart via het Neuwerker Loch is op het wantij vlak voor het eiland niet meer beprikt. Tot vlak voor de laatste prik is het met uitzondering op de drempel nog behoorlijk diep. Ik verwacht dat het daar volgend jaar weer wat anders uit ziet.
Overigens varen wij liever, net als de autochtonen, in de regel niet de betonde route maar via waypoints verder onder de kust (korter en veiliger). 

Ook de Ostertil is zeewaarts beter beprikt en er ligt nu een uiterton. Dit is de weg van de autochtonen naar Helgoland. Niet doen bij NW, want je gaat over de Nordergründe.

Tot slot: we plannen tegenwoordig onze tochten zo, dat we niet al te veel voor of na HW bij de Weser zijn. De Weser heeft ook een Leitdam aan de noordoostkant die volgens een daar bekende loods bij HW minimaal 2 meter onder water staat. Volgens eigen observaties is de dam waar wij oversteken onder het zand niet te zien. Wij hebben daar minimaal 2,5 meter water onder de boot gehad meer dan een uur voor HW. Desgewenst kan ik hiervoor nog meer informatie geven.

Van af het Noorden is het dan ook mogelijk om de Robbennordsteert te ronden, de Weser over te steken en via de Fedderwaarder Priel in de Kaiserbalje te komen. We hebben dat dit jaar gevaren en vertrokken 1½ uur voor HW vanuit Neuwerker Bauernhafen.

Een goede planning en kennis van alternatieve vaarrouten kan een reis tussen Jade en Elbe bespoedigen of bij wat minder weer veilig mogelijk maken.


Van: Klaus Asmus, juni 2004
 
De oversteek naar de Elbe
In Berichten 54 schreef Els Knol-Licht over een benarde tocht over de Elbe met hun zeeschouw "Weerlicht". Dit is de reaktie van Klaus Asmus op haar verhaal.
 
Op het Neuwerker wad vaar ik al vanaf 1979 en ben er de laatste jaren beter bekend dan op het Groninger wad. In het kort bestaan er twee mogelijkheden: (1) tussen Neuwerk en het vaste land door en (2) buiten Neuwerk om met een getijstop aan de "Staatsanleger" achter een steenschutting.

NW-wind op de Elbe monding is niet leuk tot zeer gevaarlijk. Bedenk dat het binnen Cuxhaven een stuk minder waait dan er buiten. Veel Nederlanders komen huiswaarts in de problemen door ongeduldig te worden bij de meestal langdurige NW. Mijn ervaring is: vriendelijke NW op de Elbemonding bestaat niet of is niet te vertrouwen!
 
De inlopende stroom begint bij Elbe1 aan de zuidkant. In het boek behorend bij de kaartenset staan tabellen en grafieken over wanneer de stroom kentert en hoe hard de stroom is. Helaas hebben de betreffende nieuwe boekjes een meer belerend dan informatieve karakter.
Binnenkomend lijkt de Noord kant van de Elbe soms aantrekkelijk en breed met minder stroom (vooral als je in de buurt van de "Kugelbake" met stroom tegen NW vaart), maar het valt tegen als je er bent en er ligt een groot gevaar: het sterk veranderlijke "Kratzsand" tegenover de jachthaven. Ook moet je twee keer een drukke scheepvaartroute oversteken, en wel op een punt, dat je waarschijnlijk niet zelf kunt kiezen.
 
Een goede planning van het binnenlopen van de Elbe ziet er voor mij zo uit, dat ik met het laatste opkomende water op zijn minst tot Cuxhaven kom; liever nog verder. Als je na tijstop voor het wantij van de Elbe -Weser weg tegen de stroom in buiten de dam omvaart, dan zal je zeer waarschijnlijk te laat zijn; maar als iets voor HW over de dam gaat (wat wij al meer dan 20 jaar doen), dan kom je mogelijk nog tot Otterndorf. Voor de dam-oversteek kun je ook wat autochtonen vragen; er staat voldoende water.
 
Om in een tij tot Brunsbuttel of verder de Elbe op te varen moet je buitenom gaan en bij de Staatsanleger of bij goed weer in de Hundebalje wachten op komend water. Een planning maken met het bewuste boekje is belangrijker dan het raadplegen van de getijtafel.
Besef wel, dat je, wat het weer betreft tussen Wangerooge en Elbe, soms wat langer moet wachten dan je lief is. Op Neuwerk liggen wij altijd wat dagen in de "Bauernhafen" te wachten op een mooi windje naar Wangerooge. Toen ook ik wat ongeduldig werd, kreeg ik te horen:"Vorig jaar zei je nog een geduldige schipper heeft altijd goede wind" Die spreuk schijnt er in sommige hersenen (in het Platduits) onuitwisbaar te zijn geworden.
De bijzonder knepen en de planning van het varen tussen Wangerooge en Elbe zouden een avondvullend onderwerp kunnen zijn, maar ik wil het nu hierbij laten. Voor vragen mag men mij bellen, mailen of anders raadplegen.
  

Reactie van Els Knol-Licht

Beste Klaus,

Dank voor je bijdrage. Wat de oversteek van de Elbe dam betreft hou ik vraagtekens.

Ten eerste - we hebben het nog nooit iemand zien doen, we zouden niet weten WAAR je dat zou kunnen proberen en onder welke omstandigheden WEL of NIET. Als het glad water is, zoals het soms kan zijn, ook op de Meeuwenstaart, dan is er natuurlijk van alles uit te proberen. Doch wij wagen ons er niet aan bij roerig water. En gezien de scheepvaart en stroom daar is er vaak roerig water. Het blijft dus evenals de Meeuwenstaart voorbehouden aan ervaringsdeskundigen.
Bovendien, wat zegt het mij dat een ander er overheen vaart. Ik weet niet in wat voor schip (diepgang), ik ken het zeemanschap van schipper en bemanning niet, noch de omstandigheden. De onze wel. We hebben met zijn tweeën op een platbodem van 10m sowieso andere grenzen dan met een ondiep kunnend varend scherp jacht met hanteerbare zeilen.

Ten tweede - vragen aan autochtonen gaat moeilijk als je net over het wantij komt en je moet ter plekke beslissen of je OM of OVER de dam gaat voor het tij verlopen is.

Als wij OVER het Elbe-Weserwad komen maken we meestal een tijstop NADAT we de Wattenweg gepasseerd zijn. In de volgende etappe komen we met opkomend water dan doorgaans ruimschoots voor de kentering bij Brunsbuttel. In omgekeerde richting willen we nog wel eens een tussenstop maken bij Cuxhafen, alvorens aan de volgende sprong te beginnen.

Graag hoor ik nog wat over de plaats van de damoversteek.



Antwoord van Klaus Asmus

Aanvullende informatie

1. Dat jullie het nog niemand hebben zien doen heeft enkele simpele redenen: Tussen Elbe en Weser is het niet druk en als jullie een tijstop maken na het wantij, dan is de kans om iemand over de dam zien varen zeer klein.

2. Betreffend de Vraag waar en wanneer je het kunt doen het volgende: In de regel steken zeilers met het eerste water vertrekkend uit de Bauernhaven de dam bij km 5, sommige bij 4 en enkel met heel weinig diepgang bij km 1. Ik zou niet bij km 1 gaan onze favoriete oversteek is km 5 te herkennen aan de stang met de ruit.

Eerder werd gerapporteerd dat op een aantal plaatsen betonblokken liggen. Naar mijn observaties is dit onjuist: de dam bestaat geheel uit basaltkeien van relatief bescheiden afmetingen, die wellicht uit de verte door de kijker dramatisch groot uitzien. Let wel de dam is geen stortplaats voor puin! We zijn er recentelijk even voor LW nog vlak langs gevaren; de bovenkant is een nagenoeg rechte lijn. Er zijn observaties dat de dam hier en daar iets lager is, maar dat was door ons nauwelijks waar te nemen.

De gegevens van Soltwaters ("Er zijn geen speciale doorgangen. Bij normaal hoogwater staat er 2 m water boven de dam tussen kilometerpaal 3,5 en 5. M.a.w., met 1 m diepgang kunt u daar oversteken van 2 uur voor tot 2 uur na hoogwater. Over dit gedeelte is de dam ongeveer 0,4 m hoger dan het wad") beschouw ik als de meest betrouwbare, alhoewel ik meestal wat meer water onder de boot heb gepeild.

3. Er is een zeer belangrijk verschil met de Meeuwenstaart: De dam ligt niet midden in het vaarwater, maar is de scheiding tussen Elbe en wad. Op het wad en op de dam heb ik bij km 5 nooit "roerig water" gezien; het is van het wad vaarwater tot aan de dam km 5 veel rustiger dan het betonde deel van de WE-route tot de Neuwerk rede!

4. Uiteraard is jullie opmerking zeer juist, dat elke schipper zijn eigen verantwoording heeft. Ook ik raad iedereen af, om zomaar achter iemand anders aan te varen; sommige zijn onwetend en weten niet wat ze doen of ze zijn zelfs erg roekeloos. Mijn intentie is niet de oversteek over de dam te stimuleren, maar om inhoudelijk informatie te geven over een deel van het wad, dat hoge eisen stelt aan de vaardigheden en de kennis van de wadvaarder.

5. Overigens hebben medewadvaarders met ondiep stekende scherpe jachten meestal meer diepgang dan jullie platbodem. Varend en of zeilend hebben ze toch aardig wad zwaard nodig; dit geldt ook voor de moderne franse boten. Deze boten hebben kans op ernstige schade als ze hard varend de dam raken! Met zwaard omhoog zeilend is het opletten: Er staat stroom dwars over de kribben aan de kant van de Elbe. In twijfelgevallen even de motor bij om een rechte koers te varen. Onze kotter steekt met zwaard 1.90m diep en om te zeilen heb ik 1.20 m nodig, anders komt het roer omhoog.

6. De oversteken van de dam geschiet overwegend door Zeilers uit de Elbe en de havens tussen Weser en Elbe. Hun boten zijn meestal Jollenkreuzers, kielmidzwaardjachten maar ook platbodems. Echte wadzeilers zijn ook op de Elbe zeldzaam en te vinden in sommige havens zoals de buitenhaven van Brunsbüttel, Spika-Neufeld en de Bauernhafen op Neuwerk

7. Zoals eerder geschreven is een tijstop na het wantij ongebruikelijk. Vanuit de Weser of de Jade komend lukt het ons nooit om in een tij over dit wantij te komen. Bovendien betekend het een grote omweg. Wij gaan vanaf de r/w verkenningston op de Ostertil noordwaarts en vinden er de invaart van het beprikte Neuwerker Loch. We komen er in de regel pas rum na HW aan. Soms zijn we zo laat, dat het al ondiep is op de drempel. Men moet dan zeewaarts om de zandbult heen een doorvaart zoeken. Achter de drempel is het dan weer diep tot vlak onder het eiland

8. Op de Drempel droogvallen hebben we nog nooit gedaan. Het lijkt me heel mooi om hier bij mooi weer te liggen, maar bedenk wel dat de Til naar zee open is en dat het hier bij NW ongezellig is!

9. Aan de W-kant van Neuwerk lig je achter de hoge stenen dam wat beschut (ankeren of aan de kade als het kan; denk om het verval; achter de steiger lig je erg scheef.

Nog enkele hints betreffend dit gebied.
1. De Mittelgrund aan het einde van de dam is zeer veranderlijk en is ruim te ronden; let op de stroom. Bij opkomend water verzet deze de boot naar de ondiepte. Bij NW staat er een gevaarlijke branding.

2. Bij kleine wadvaarwaters, zoals ook het Elbe Neuwerk Fahrwasser even binnen de EN1 EN2, wordt met afgaand tij een zandrug voor de invaart gespoeld, maar er moet nog een smalle geul zijn voor de stroom vanaf het wad. Zoek de geul zeewaarts vanaf de waddenkant. Binnen ankeren is veel rustiger dan erbuiten.

3. Wind uit NW in deze regio komt vaak voor. Zwakke NW is zelden en niet te vertrouwen; het wordt halverwegen de tocht vast wel meer, op een punt waar je liever geen toenemende NW hebt.'Vanaf het wad komend is de vraag is er voldoende beschutting bij Neuwerk of is het beter om naar Spika Neufeld te gaan?

4. Men zegt de Duitse Bocht is de plaats waar de duivel woont. Je moet er uitsluitend komen als de duivel niet thuis is! Ook de Elbe binnen Cuxhaven tot Glückstadt kan bij aflopend water en wind tegen zeer gevaarlijk zijn voor een kleine boot.

5. Glückstadt is ook een leuke plaats om te bezoeken bij slecht weer. Hier komen weinig Nederlanders. Ga bij HW door de sluis naar de binnenhaven. Bezoek havens aan de Unterelbe niet 's weekends (ga dan verder de Elbe op; waar al de weekendgasten vandaan komen is het dan rustig en heel mooi).

6. Op de Elbe kent men slechts twee windrichtingen: langs en dwars. Wacht met varen tot de wind voldoende dwars is.

7. Door een goede planning is de Elbe tussen Hamburg en Cuxhaven een tij bevaarbaar. Ik ken zeilers die ankeren in het Elbe Neuwerk Fahrwasser en dan in een tij naar Hamburg Blankenese zeilen.