banner
Pagina in afdrukformaat
Wangerooge voorbij
 

WANGEROOGE VOORBIJ door Tom van Oven

(Berichten 41, april 2001)

 

Op het Duitse wad en op de waddeneilanden van Oost Friesland tref je ’s zomers vele Nederlandse wadvaarders aan. Maar éénmaal het meest oostelijke Oostfriese eiland Wangerooge gepasseerd zie je nauwelijks nog Nederlandse schepen. En verder naar het oosten, tussen de Weser en de Elbe, kom je helemaal weinig schepen tegen. Kennelijk heeft dit stuk van de waddenzee bij veel wadvaarders een slechte reputatie. Dat is niet terecht. Het is een prachtig stuk, zeer weids wad. Wèl met een eigen gebruiksaanwijzing, maar met goede planning en voorbereiding schitterend om te bevaren. Wadvaren in optima forma.

Al vele jaren achtereen varen we ’s zomers naar de Oostzee. Eerst met onze 8 meter lange Wadder Ommelander, vanaf 1999 met een Southerly 101, Kluut geheten. De Wadder heeft een ophaalbaar midzwaard, de Southerly een ophaalbare kiel. Beide schepen steken met zwaard of kiel omhoog zo’n 75 cm diep en blijven kaarsrecht staan bij het droogvallen. Op onze tochten naar en van het Nord-Ostseekanal varen we bij voorkeur het traject van Wangerooge naar de Elbe en terug over dit verlaten stuk Duitse wad. Voor schepen met strijkbare mast is het overigens mogelijk om (bij slecht weer) een deel van de route binnendoor via de Elbe-Weser Schiffahrtweg (ongeveer 64 km) te varen. Deze route loopt van Otterndorf aan de Elbe naar Bremerhaven aan de Weser. Aardig om een keer te doen als aan het eind van de vakantie de tijd dringt, maar je mist dan het mooiste stuk van de waddenroute.

Als je van Wangerooge naar de Elbe over het wad gaat moet je rekening houden met een paar zaken. In de eerste plaats: het grote tijverschil, het verval in dit gebied bedraagt zo’n drie meter. Dat betekent dat er bij opkomend en afgaand water veel water wordt verplaatst! Dat levert een grotere stroomsterkte op dan wat wij op het Nederlandse wad zijn gewend en het water stijgt en valt veel sneller. Dan moeten er drie grote rivieren worden gepasseerd. Van west naar oost de Jade, de Weser en de Elbe. Op alle drie rivieren varen zeer grote zeeschepen, waarbij de Elbe als toegangsweg naar Hamburg veruit het drukst is. De tocht moet zo worden gepland dat niet tegen de stroom wordt gevaren op deze rivieren. Maar ook mèt stroom maar tegen wind, vooral als deze vanaf de Noordzee naar binnen staat, is het uitkijken geblazen. Windkracht vijf of hoger tegen de stroom in geeft op de grote rivieren een lastige en op de Elbe zelfs gevaarlijke zee. Voor de routeplanning is verder van belang dat het traject tussen Weser en Elbe niet in één tij is te overbruggen. Er zal dus ergens "overtijd" moeten worden, hetzij in een haven, hetzij voor anker of ergens drooggevallen. Veel havens zijn er niet op dit traject en de havens die er zijn vallen droog of zijn hooguit vanaf half tij bereikbaar. Dat betekent dus meestal een nacht voor anker op het wad. En dat houdt dus in dat willen we het leuk houden de weerberichten niet al te ongunstig moeten zijn. De navigatie vraagt vooral bij het oversteken van de rivieren speciale aandacht. Het grote aantal bakens en torens met name rond de Weser maakt je gemakkelijk in de war, zeker als je voor de eerste keer in het gebied vaart. De bakens en torens staan overigens netjes met foto’s afgebeeld in het boekje dat bij de Duitse zeekaartenset nr 3014 wordt geleverd. Boekje bij de hand houden dus!

Hoe ziet zo’n tocht over het wad naar de Elbe er uit. Ik neem als voorbeeld onze heenreis naar de Oostzee met de Kluut van juni 2000:

Donderdag 8 juni 2000 (HW Minsener Oldeoog 17.46 uur)

Vertrek uit de haven van Spiekeroog om 13.30. Over het wad onder Spiekeroog, Wangerooge en Minsener Oldeoog (drie wantijen) naar de Jade. Aankomst Horumersiel aan de Jade 18.00 uur.

Vrijdag 9 juni 2000 (HW Fedderwardersiel 19.31 uur)

Wind zuidoost 6, later afnemend. Vertrek Horumersiel 18.00 uur. Over de Jade naar de Kaiserbalje. Om 20.00 uur voor anker aan de oostzijde van het wantij. Om 21.00 uur aan de grond. Prachtige rustige ankernacht.

Zaterdag 10 juni 2000 (HW Fedderwardersiel 8.28/20.36 uur)

Om 7.00 uur anker op. Weerbericht verwacht onweer. We gaan naar Fedderwardersiel (ligt aan een zijarm van de Weser). Aankomst 8.30 uur.

Zondag 11 juni 2000 (HW Neuwerk 21.17 uur)

Vertrek Fedderwardersiel 8.00 uur. Via de Mittelpriel (wantij) naar de Weser. Oversteek Weser bij Robbensüdsteert. Via Wurster Arm naar begin Weser-Elbe Wattfahrwasser. Met buik over de grond passage wantij Meyers Legde en Spiekaer Barre. In het Neucappeler Tief zien we een prik over het hoofd. We lopen subiet vast (13.00 uur) en liggen na een half uur geheel droog (13.30 uur).

Om 17.00 uur weer los. Onder Neuwerk langs (wantij). Om 19.30 uur zijn we op de Elbe. Met laatste stukje vloedstroom naar Cuxhaven. Om 21.30 uur ligplaats in de veerhaven.

Maandag 12 juni 2000 (HW Brunsbüttel 11.37 uur)

Vertrek Cuxhaven 9.00 uur. Zeer snelle zeiltocht (WZW 5-6 en stroom mee) naar Brunsbüttel. Om 12.00 uur door de sluis op het Nord-Ostseekanal. Aankomst Rendsburg (km 65) 18.00 uur.

Een prachtige passage van dit mooie stuk waddengebied. Prima te doen als je maar rekening houdt met het getij en het weer. Maar dat geldt voor alle wadvaart.

Kaarten en gidsen:

  • Duitse kaartenset 3015 Ostfriesische Inseln
  • Duitse kaartenset 3014 Helgoländer Bucht
  • Duitse zeekaart nr 4 Die Weser von Robbennordsteert bis Bremerhaven
  • Foeke Roukema, Vaarwegen van Nederland naar de Oostzee
  • Jan Heuff, Vaarwijzer voor de Wadden
  • Gezeitenkalender BSH

Tom van Oven