banner
Pagina in afdrukformaat
Halligen

WADVAREN NAAR DE HALLIGEN door Tom van Oven (12/2001)

Regelmatig hoor je van wadvaarders dat ze graag een keer met hun schip naar de Halligen zouden willen gaan. Maar ja, het is ver weg, hoe kom je er. En misschien wel een nog groter probleem: als je er eenmaal bent: hoe kom je voor het eind van je vakantie weer op tijd terug……….

Drie pogingen, twee keer raak

Drie maal hebben we een poging gedaan de Halligen te bereiken. De eerste keer was in 1986. We voeren toen met onze 8 meter lange Wadder "Ommelander", diepgang met midzwaard omhoog 70 cm. Het is ons gelukt Büsum te bereiken. Toen we daar eenmaal waren was het weer te slecht en de tijd te kort om verder door te varen naar het noorden. We hebben toen onze plannen aangepast en zijn over het wad naar de Eiderdam gevaren. Via de Eider naar de Gieselau-sluis aan het NoordOostzeekanaal en vandaar weer binnendoor via NoordOostzeekanaal, Elbe en de Noord Duitse kanalen terug. Een bezoek aan de Halligen zat er dat jaar dus niet in, maar we vonden dat we toch een heel eind waren gekomen (Büsum!) en ook het rondje over de Eider was de moeite waard.

Pas na elf jaar durfden we een tweede poging te wagen. En deze keer met succes: in de zomer 1997 hadden we, wederom met de Ommelander, een voorspoedige reis over het Oostfriese wad, prachtig weer bij de oversteek van de Weser en de Elbe en lagen we een week na vertrek uit Lauwersoog in Büsum. Een dag later voeren we meteen door over een vlakke Noordzee verder naar het noorden.

Afgelopen zomer 2001 bezochten we, nu met onze Southerly 101 "Kluut", diepgang met zwenkkiel omhoog 80 cm, wederom de Halligen. Ook deze reis verliep voorspoedig. We voeren over het Duitse wad naar Horumersiel aan de Jade en vandaar op een stille dag in één keer over de Noordzee naar Büsum. Na twee dagen wachten op rustig weer zeilden we van Büsum naar Pellworm (spreek uit: Pellwòrm).

Het waddengebied Nord Friesland

De Halligen worden gerekend tot het waddengebied van Nord Friesland. Dit gebied wordt aan de noordzijde begrensd door het het eiland Sylt dat met een spoordam is verbonden met de vaste wal. Aan de zuidzijde ligt het schiereiland Eiderstedt. Als je de kaart bekijkt zie je direct dat het waddengebied van Nord Friesland wezenlijk verschilt van het Nederlandse en Oostfriese wad. Ook in Nord Friesland wordt de Waddenzee afgeschermd van de Noordzee door eilanden met duinen en zandplaten. Maar in het waddengebied ten oosten van deze Noordzee eilanden ligt nog een flink aantal grotere en kleinere eilanden. Een deel van deze eilanden, de Halligen, is niet of heel laag omdijkt. Deze eilanden lopen met extra hoog water onder ("land unter"). Om droge voeten te houden zijn op de Halligen de huizen gebouwd op warften (terpen of wierden). Dat maakt het varen door het gebied bijzonder. Je ziet de huizen op de horizon en het lijkt of ze in het water staan. Pas vrij laat zie je ze op verhogingen uit de zee oprijzen. De provincies Groningen en Friesland moeten er tot de 12e eeuw, voordat er dijken werden gebouwd, ook zo uit hebben gezien.

Het varen in Nord Friesland

Het verval is bij de Halligen zo’n meter of drie. Dat levert in de geulen een flinke stroom op. In het gebied kan redelijk beschut worden gevaren, al zijn er ook grote zeegaten die in de richting oost-west verlopen; de eilanden liggen op korte afstand van elkaar. Je kunt er dus prachtige kleine dagtochten maken en toch nog veel van de eilanden bekijken. De aanlegmogelijkheden op de eilanden zijn in het algemeen primitief. Alleen Hallig Hooge en Hallig Oland hebben een eenvoudige kleine haven.

Hallig Hooge

Hallig Oland

De andere Halligen hebben hooguit een droogvallende kwelderpriel met een steigertje of helemaal geen aanlegmogelijkheid. Alle havens en aanlegplaatsen vallen ver droog. De twee Noordzee-eilanden Amrum en Sylt hebben een haven waar water blijft staan; ze worden daarom ook bezocht door diepstekende Noordzee schepen. De grotere eilanden Nordstrand en Pellworm zijn omdijkte eilanden met eenvoudige droogvallende havens. Tenslotte heeft het eveneens grotere eiland Föhr als enige een wat ruimere niet droogvallende haven. Drinkwater is bijna overal wel te krijgen, levensmiddelen alleen op de grotere eilanden en brandstof bijna nergens. Behalve op Amrum en Sylt is het niet erg druk in de havens of wat daar voor door gaat. Een gebied voor de avontuurlijke wadvaarder!

Over het wad naar de Halligen

Voor wadvaarders die langere trajecten over de Noordzee schuwen is het goed mogelijk om de Halligen te bereiken over een grotendeels beschutte route. De route kent twee kritische stukken over onbeschut Noordzeewater: de oversteek van de monding van de Elbe en het ronden van het schiereiland Eiderstedt waar geen beschermende gordel eilanden of platen voorligt. Beide stukken liggen bij westenwind aan lagerwal. Daar is dus goed weer voor nodig.

De route naar Büsum

De plaats Büsum is hiervoor al even genoemd. Het is voor wadvaarders een belangrijk tussenstation voor de reis naar het noorden en weer terug. Waddenschepen die niet dieper steken dan 80 hooguit 90 cm kunnen na oversteek van de monding van de Elbe geheel over het wad varen naar Büsum. De waddenroute van de Elbe naar Büsum voert door beschut, maar ondiep water. Kom je van het Weser-Elbe Wattfahrwasser dan is het traject Neuwerk-Büsum uitstekend in één tij af te leggen als je uiterlijk twee uur na LW bij Neuwerk vertrekt. Ben je door de Noord Duitse kanalen naar de Elbe gevaren dan zorg je dat je bij LW bij het Zehnerloch bent. Daar begint de doorsteek vanaf de Elbe naar het noorden. Wij hebben daar in de beschutting van het Gelbsand prachtig voor anker tussen de zeehonden het tij afgewacht. Geen plaats om te overnachten, want het Gelbsand loopt bij HW onder en er staat een flinke (Elbe)stroom!

Van Büsum naar de Halligen

Büsum is een goed vertrekpunt voor het lastigste traject voor de wadvaarder: het ronden van Eiderstedt. Het is weliswaar mogelijk om ook ten noorden van Büsum nog een stukje over beschut water te varen: je kunt over het wad langs een onbeprikte route naar de Eider. Maar dat levert weinig voordeel op. De Eider biedt ten westen van de Eiderdam geen havens of goede ankerplaatsen. En als je verder naar het noorden wil zul je toch het schiereiland Eiderstedt moeten ronden. Voor de onbeschutte westkant van Eiderstedt ligt de ondiepte Rochelsteert (hard zand). Bij westenwind is dit lagerwal en moet er dus afstand worden gehouden.

Wij volgden daarom vanaf Büsum de volgende route. Met afgaand water in westelijke richting het zeegat Norderpiep uit (ongeveer 15 mijl). Bij de laatste tonnen van de Norderpiep wordt de koers naar het noordnoordwesten verlegd naar de uiterton van de Eider en vandaar naar de aanloop van het zeegat Süderhever (ongeveer 7 mijl). Daar zorg je bij ongeveer laagwater te zijn, dan staat in de Süderhever de stroom weer mee naar binnen. Het is dan nog ruim18 mijl met stroom mee naar het aanloopgeultje van de haven van Pellworm, waar dan net wel of nog net niet genoeg water staat. Al met al een afstand van zo’n 40 mijl, dus een mooie dagtocht. Als je het goed uitmikt heb je de hele tocht stroom mee en heb je een prachtige en snelle reis. Terug gaat het net andersom. Met afgaand water via de Süderhever naar buiten, met laagwater bij de aanloopton van de Norderpiep en met de vloed weer naar Büsum. Wij hebben deze route in beide richtingen zowel met de Wadder als met de Southerly gevaren. Mooi gezeild met west vier. We voeren er een uur of zeven over. De drempel van de Norderpiep is ondiep, zo’n 2,5 tot 3 meter bij laag water, dat kan dus een onrustig stukje zijn. De aanloop van de Süderhever ligt op de Rochelsteert, eveneens ondiep en niet al te duidelijk betond. GPS is hier handig!

Tümlauer Bucht

In 1997 hebben we op onze heenreis naar het noorden een tussenstop gemaakt in de Tümlauer Bucht. Deze fraaie inham aan de westkant van Eiderstedt valt geheel droog. Er is een kleine haven waar we prachtig hebben gelegen. Toen we er op een zaterdagavond aankwamen en aan de havenmeester vroegen of nog ergens brood was te krijgen belde hij onmiddellijk zijn vrouw. Binnen 10 minuten kwam ze met de auto met het heerlijkste zelfgebakken volkorenbrood. Aan het begin van de Tümlauer Bucht staat de vuurtoren Westerheversand, een opvallende toren met een wachterhuisje aan weerszijden. De toren zie je overal op afbeeldingen; hij is een soort beeldmerk van Nord Friesland.

Van Pellworm verder naar de Halligen

Pellworm is een uitstekende uitvalsbasis voor een verdere tocht door het gebied. Het is een plezierige haven met een goed visrestaurant en levensmiddelen op loopafstand, het heerlijke "rosinenquark brot" van de plaatselijke bakker is een absolute aanrader. Vanuit Pellworm zijn Husum, Amrum en de meeste Halligen in één tij goed te bereiken. In 1997 hebben we in twee weken, waarvan de helft vaardagen, een rondje gemaakt vanuit Pellworm, via Hallig Hooge, Amrum, Sylt, Föhr, Hallig Langeness, Hallig Oland, Hallig Nordstrandischmoor, Pellworm. Van Pellworm weer terug naar Büsum.

Afgelopen zomer voeren we vanuit Pellworm naar Hallig Hooge en vandaar naar Hörnum op de zuidpunt van Sylt, vanwaar we verder naar het noorden voeren naar het Deense waddengebied.

Hallig Langeness

Hoeveel tijd heb je nodig?

Het tijdprobleem: hoeveel weken moet je uittrekken om de Halligen te bereiken en weer op tijd terug te zijn?

Uitgangspunt is dat de reis zoveel mogelijk wordt gemaakt over beschut water met een waddenschip, maximale diepgang 80-90 cm, dat probleemloos kan droogvallen,.

De route loopt dan vanaf Lauwersoog/Delfzijl geheel over de wadden naar Büsum (ongeveer 6 à 7 dagen) of via de Noord Duitse kanalen naar de Elbe en verder over het wad naar Büsum (ook 6 à 7 dagen). Reken voor de oversteek van Büsum, het varen in Nord Friesland en weer terug naar Büsum een week of twee. Voor de terugreis vanaf Büsum weer 6 à 7 dagen. Dan heb je voor de hele reis een periode nodig van 4 weken. Tel er een week extra bij om niet meteen in tijdnood te raken als het een paar dagen te hard waait en een paar dagen extra om de eilanden te bekijken. Je komt dan uit op een totale periode van tenminste vijf weken. Maar het reisdoel is dan ook een uniek waddengebied.

Kaarten en gidsen:

  • Duitse kaartenset 3015 Ostfriesische Inseln
  • Duitse kaartenset 3014 Helgoländer Bucht
  • Duitse kaartenset 3013 Nordfriesische Inseln
  • Duitse zeekaart nr 4 Die Weser von Robbennordsteert bis Bremerhaven
  • Jan Heuff, Vaarwijzer voor de duitse wadden
  • Gezeitenkalender BSH
  • Roland Hanewald, Nordfriesische Inseln, in de serie Reise Know-How Urlaubshandbuch