banner
Pagina in afdrukformaat
Het Wad op...

Aanvulling jan 2011: artikelen van Scheepswijs
Aanvulling okt 2005: Het ene hoogwater is vaak hoger dan het volgende..
Aanvulling sept 2006: Waterstanden per GSM (artikel)


Door Teun van Waart

Inleiding

Een van de problemen bij het schrijven van dit artikel is "waar stop je". Het is géén basiscursus vaartechniek, maar beperkt zich tot het Wad. We gaan er vanuit dat voordat iemand het Wad opgaat hij of zij al de nodige ervaring heeft opgedaan op makkelijker water. Niet dat andere wateren zo makkelijk zijn, maar het is beter te beginnen zonder de extra complicatie van stroom en getij.
Op getijwater zijn de marges voor fouten net wat kleiner dan op ander water. En de consequenties van fouten vaak ernstiger. De volgende punten gelden altijd en overal, maar op het Wad gelden ze nog een beetje meer:
  1. Luister goed en bijtijds naar de weerberichten, en begrijp algemene meteorologische begrippen en principes. Kijk nog even hoe de districten van het scheepsweerbericht zijn ingedeeld. Wellicht anders dan u altijd dacht...
  2. Ga de eerste keer niet met en windkracht 5 of 6 het Wad op. Die extra complicatie kunt u beter bewaren voor een volgende keer. Hetzelfde voor als er onweer verwacht wordt. (Trouwens, uw schip beschermen tegen blikseminslag is altijd nuttig, niet alleen op het Wad...)
  3. Zorg voor een goed werkende marifoon, met GSM als mogelijke back-up of als alternatief. (Meer hierover verderop in dit artikel) Luister uit op het werkkanaal voor het gebied waar u vaart.
  4. Zorg dat de bemanning het schip kent: als de eigenaar gewond raakt of, nog erger, overboord slaat moet iemand wel het schip kunnen varen.
  5. Doe die onderhoudsklusjes voordat u het Wad opgaat en stel ze niet uit.
  6. Zorg dat er voor iedereen reddingsvesten aan boord zijn.
  7. Zorg voor een goed anker met voldoende ketting of lijn: u moet wellicht op diep of hard stromend wateren ankeren.
  8. Probeer eerst de kortere en wat makkelijkere routes voordat u zich op de wantijen en in de zeegaten waagt
  9. Reken erop met eten, tijdsplanning, etc.dat u wel eens niet in de geplande haven kan komen maar een nacht op het Wad moet blijven.
  10. Als u twijfelt of u een rif zult steken: doen! De golfslag kan snel fors opbouwen en dan wordt het een hele klus.
  11. Kijk wat andere schepen doen, en vraag informatie of advies als u twijfelt.
  12. Volg een ander schip dat de route afsnijdt alleen als u zeker weet dat u niet dieper steekt.

 

De "droge" voorbereiding

 

Word lid!
De eerste stap is simpel en logisch:
word lid van Vereniging Wadvaarders! Ook zonder dat u lid bent kunt u inderdaad alle informatie op deze site lezen. Maar als u lid bent ondersteunt u waar de Vereniging voor staat. En ontvangt u regelmatig ons blad Berichten. En zeker niet de minste reden: u mag de verenigingsvlag voeren. Waardoor u voor anderen als Wadvaarder herkenbaar bent, en nog makkelijker contacten legt in de havens of op het Wad. Want die contacten zijn wellicht uw belangrijkste informatiebron om uit te vinden hoe het nu zit en hoe het nu moet op dat Wad.
 
Lees de Erecode
De
Erecode is een samenvatting van de regels waaraan u zich moet houden als u wadvaart.
Over het ontstaan en de achtergronden van deze Erecode het volgende.
Op 4 juni 2003 is de afsprakennotitie “Verantwoord droogvallen op de Waddenzee” ondertekend door Waddenoverheden en Waddengebruikers. Deze ondertekening was de start van de proef met de nieuwe afspraken omtrent droogvallen en gedrag op de Waddenzee. Gedurende in beginsel 4 jaar is het toegestaan om ook buiten 200 meter van de betonde of bebakende vaargeul droog te vallen mits men zich houdt aan de overeengekomen Erecode “Wad ik heb je lief”. Jaarlijks vindt een tussentijdse evaluatie plaats van de gang van zaken en na 4 jaar moet een slotevaluatie antwoord geven op de vraag of het experiment een succes genoemd kan worden.
Lees die Erecode dus een keertje goed door - en volg hem ook! Goed voor het Wad, en goed om te zorgen dat we zoveel mogelijk vrij en verantwoord kunnen blijven varen. En niet binnen arbitraire Waddenhekjes opgesloten worden.

Surf over deze site
Lees de bijdragen over
ankeren, droogvallen en afmeren. in de “Hoe en Wad” sectie. Snuffel wat door de “Wad’n verhalen”. U proeft dan wat van de sfeer, en leert van andermans ervaringen.
 
Boeken, Almanak
De rubriek
Wad'n boeken geeft, opgedeeld in verschillende categorieën, een overzicht van veel (volgens sommigen alle...) boeken over het Wad.

Voor de Wadden is de “Vaarwijzer voor de Wadden” een goede informatiebron die veel aspecten behandelt. De boeken van
Jan Werner (oorspronkelijk geschreven door Neumann) zijn in het Duits en geven ook goede informatie.
De Almanak voor Watertoerisme geeft ook enige informatie, alhoewel vrij beknopt.

Gebruik GPS

Sommigen vinden het er niet bij horen, maar het gebruik van een GPS vergemakkelijkt het varen. Zeker als u onbetonde wateren wilt verkennen biedt de GPS mogelijkheden die anders bijna onbereikbaar zijn. Ook op deze site geven we op vele plaatsen de positie van virtuele tonnen in de vorm van waypoints, waarmee u op een schijnbaar kenmerkloze Waddenzee toch keurig de geul kunt volgen.
 
Marifoon of GSM?
De officiële instanties pleiten ervoor dat iedereen op het Wad een marifoon heeft en gebruikt. Helaas werpen sommige van deze instanties een aantal drempels op die het hebben van een marifoon wat ontmoedigen. Wat u kiest is uiteindelijk uw verantwoordelijkheid. De overwegingen daarbij verschillen niet zoveel van die welke u voor andere wateren in Nederland maakt, maar hier wat punten om mee te nemen in uw afweging. 
  1. Op het hele Wad heeft u GSM dekking bij de bekende telecom-operators. Rond Rottumeroog en -plaat wordt u wel met een Duitse operator verbonden.
  2. Marifooninformatie (weerbericht, afwijkingen waterstand, navigatie informatie) kunt u ook ontvangen met een speciale radio, verkrijgbaar in de watersportzaken. Deze spatwaterdichte radio ontvangt zowel de gebruikelijke VHF kanalen als de reguliere radiozenders.
  3. U kunt met uw GSM niet voor een kleinigheid (waterstandje of geuldiepte vragen, windverwachting voor morgen, etc.) contact opnemen met een van de verkeerposten of -centrales.
  4. Als u alleen per GSM contact kunt opnemen, programmeer dan wel de volgende twee nummers:
    • Alarmnummer Kustwacht Centrum: 0900-0111
    • Meldpunt Waddenzee (VHF kan. 4): 0562-443100
  5. Als u hulp krijgt van derden (KNRM, een van de bergingsdiensten of een ander schip) dan is communicatie via de marifoon heel veel beter dan via een GSM. Contact zoeken tijdens de hulpverlening per marifoon gaat snel en andere betrokkenen blijven op de hoogte.
  6. De kans dat u die hulp van derden nodig heeft is op het Wad wél groter dan bijvoorbeeld op het IJsselmeer: er zijn nu eenmaal meer dingen die mis kunnen gaan.
  7. Ook met uw GSM kunt u actuele waterstanden opvragen en, met een GSM en internetverbinding, verwachte afwijkingen van de waterstand binnenhalen. Dit alles staat beschreven op een aparte pagina.
LAT, NAP, Getij….
Zorg dat u het
verband tussen LAT en NAP goed snapt. Zolang u in diep water blijft is dit nog niet zo belangrijk, maar als u de ondiepere delen wilt opzoeken of zelfs wilt droogvallen dan moet u vlot de sommetjes kunnen maken. De kaarten geven dieptes in LAT, de informatie die verkeersposten en sluizen doorgeven zijn in NAP. 
Op deze site geven we bijna overal de diepte en getijgegevens zowel t.o.v. NAP als LAT. Ieder kan nu de informatie in het door hem of haar gewenste format binnenhalen.

Natuurlijk heeft u de getijtafel en stroomkaartjes ook bekeken. U heeft een getijtabel met de waterstand per uur, of u bent vertrouwd met de 1/12 regel.
Doe eens een sommetje om te oefenen: Op uw -uiteraard- recente hydrografische kaart leest u de diepte van de haven van Noordpolderzijl af. Nog beter is om de regelmatig bijgewerkte
dieptestaat op deze site te raadplegen.
Kijk ook maar eens op
voorbeeld voor vijf manieren waarop u de diepte kunt uitrekenen
.
En wie zich het echt makkelijk wil maken zet QuickTide op zijn laptop aan boord.
 
Het ene HW is meestal heel anders dan het volgende
Dat bij doodtij de hoogwaters relatief laag zijn en bij springtij hoog weten we. Maar er is ook de dagelijkse ongelijkheid: het (vaak forse) verschil tussen opeenvolgende hoogwaters; 3 dm is eerder regel dan uitzondering. En als de wind dan ook nog van NW naar ZW omloopt kan het volgende hoogwater makkelijk 6 dm lager zijn. Als u zo onfortuinlijk was om op de piek van het hoge hoogwater vast te lopen dan ligt u heel wat langer op dat plekje dan nu van plan was...
De les: kijk altijd hoe hoog het volgende hoogwater komt, hou rekening met op- en afwaaien en doe vooral voorzichtig rond het tijdstip van hoogwater.  
 
Windkracht
Voor windkracht wordt vaak de schaal van Beaufort gebruikt, windmeter geven vaak de windsnelheid in knopen of m/s. De
windkrachttabel geeft een goed overzicht.
Het omrekenen van windkracht naar m/s, knopen of Beaufort is nog wel eens lastig. Voor een snelle conversie van Beaufort in het gebied 3-6 Bft is er de vuistregel: knopen=Bft x 4 en m/s = Bft x 2.
 
(Be)Proef het Wad met een charterschip of een begeleid huurschip
Op en neer varen met de veerboot naar een van de eilanden is voor velen de eerste kennismaking met het Wad. Een mooie eerste stap, maar letterlijk en figuurlijk wat afstandelijk. Wilt u wat dichter bij het Wad komen dan kunt u een weekend of langer boeken op een van de vele charterschepen die het Waddengebied doorkruisen. Dit zijn zowel schepen van de "bruine vloot" als catamarans en scherpe jachten.
Er zijn ook bedrijven die hun schepen verhuren en u een zekere vorm van begeleiding bieden, tot flottielje tochten aan toe. Zelf gaan zoeken op het web, bijvoorbeeld onder "wadvaren+charter", is een snelle manier om aan adressen te komen. U vindt dan een scala aan mogelijkheden.
Wij ontvangen nog wel eens het verzoek om links naar dit soort bedrijven op deze site te zetten. Daar beginnen we echter niet aan: wij houden ons verre van commerciële activiteiten. Op de
Links pagina onder Algemene Wadden- en watersportsites vindt u overigens een aantal ingangen, zoals de Waddenzee startpagina, die u op weg kunnen helpen.
Een andere optie is dat u een aantal weekends meevaart met Henk Menninga op zijn schip. Niet commercieel, maar wel met een aantal voorwaarden.
 
Wie stuurt er bij afmeren?
Is de verdeling van taken in het huishouden tegenwoordig zelfs onderwerp van een postbus 50 campagne, over de verdeling van taken aan boord kan een hele TV serie geschreven worden... Hier beperken we ons echter tot het afmeren.
De vraag "Wie stuurt er bij afmeren?" slaat meestal op een echtpaar situatie, maar is in feite op alle bemanningen van toepassing. Om het eenvoudig te houden beperk ik mij hier tot die man-vrouw situatie, maar iedereen kan de vertaalslag naar zijn of haar eigen situatie maken.
Het is belangrijk te beseffen dat er altijd maar één kapitein op een schip is: uiteindelijk is er 1 persoon verantwoordelijk voor wat er gebeurd. Maar die schipper hoeft dus helemaal niet degene te zijn die stuurt!
Als oplossing voor de vraag wie er stuurt verwijzen sommigen naar de binnenvaart: veelal zal daar de vrouw bij afmeermanoeuvres aan het roer staan. Echter, tenzij u een schip van meer dan 20 m heeft en afmeert met polsdikke trossen gaat deze vergelijking een beetje mank.
Het antwoord op deze voor velen kennelijk toch wel prangende vraag is een beetje een open deur: u moet doen waar u zichzelf het meest comfortabel bij voelt. Als u het werken met meerlijnen vervelend vindt, zorg dan dat u leert met het schip te manoeuvreren. Kies een rustige hoek in een haven, hang al uw stootkussens uit en oefen het afmeren. Begin tegen de wind in, over de "makkelijke" boeg. (Welke dat is hangt af van de draairichting van uw schroef.) Dan de moeilijke boeg, en vervolgens hetzelfde voor de wind. Een paar keer per variant. Wellicht zinvol om de havenmeester even te informeren wat u doet, maar u moet zich verder van niemand wat aantrekken. Gewoon doen. De eerste keer lijkt het wellicht nergens op, maar oefening baart kunst. Ook hier.
Als u beide niet met de meerlijnen wilt werken dan wordt het lastig. Om en om is dan misschien de oplossing? Een nuttiger advies: gebruik uw middenbolder vaker. In plaats van op het voordek te staan en 2 m ver te moeten reiken naar de meerbolder op de kant gaat u midscheeps staan. En hoeft maar 50 cm ver te reiken (of nog minder, afhankelijk van de roerganger...). U zet de lijn op die middenbolder vast, en door zachtjes naar voren te varen en naar buiten te sturen legt de roerganger het schip keurig langs de kant. In alle rust belegt u de voor- en achtermeerlijnen en intens tevreden over de perfecte manoeuvre zet u de motor in zijn vrij.
Zorg in ieder geval dat beide partners zowel de motorbediening als het werken met de meerlijnen redelijk beheersen. Het creëert meer begrip voor de problemen en mogelijkheden van de ander, en als de rollen noodgedwongen anders moeten worden ingevuld dan ben je er klaar voor.
 
 
En nu het Wad op
 
Ga bijtijds naar de sluis.
Zorg dat u minimaal de avond voordat u de eerste keer het Wad op wilt bij de sluis ligt, of in een jachthaven daar vlakbij.  Loop naar de sluis en kijk hoe er geschut wordt. (Zie ook hieronder.)
Als er iemand ligt met een Wadvaardersvlag in het want, schiet dan die aan. Wijs op uw eigen spiksplinternieuwe vlag: “Ik ben wel lid van Wadvaarders, maar dit wordt mijn eerste keer op het Wad. Mag ik u een paar dingen vragen?” Gegarandeerd bingo!
Mocht u geen Wadvaarders vlag zien dan kiest u een schip soortgelijk als het uwe en stelt dezelfde vraag. Niet gegarandeerd, maar wel zeer waarschijnlijk bingo! Iedereen herinnert zich hoe hij (of zij) zelf onwennig tegenover die eerste keer stond en is meestal gaarne bereid u te helpen.
Samen de kaart bekijken, even uitleggen wat die kleuren ook al weer betekenen, waar kan een lastige golf staan, hoe loopt de stroming, waar kan je goed ankeren met deze wind, etc., etc.

Luister naar de verkeerspost voor uw gebied.
Luister ’s avonds al een tijdje via de marifoon naar de desbetreffende verkeerspost. Dit zal veelal de Brandaris op VHF 2 of Schiermonnikoog op VHF 5 zijn. In Kornwerderzand en Den Oever is de Brandaris op VHF 2 niet altijd te ontvangen. Op VHF 5 kunt u in ieder geval wel hun weerrapporten en vaarinformatie ontvangen die iedere twee uur wordt uitgezonden. U hoort dan vast welke informatie wordt gegeven (of er werkzaamheden zijn, mogelijke ondieptes of verplaatste betonning, afwijkingen van de waterstand, etc.) en kan die in alle rust verwerken. 
 
Deel uw kennis met de overige bemanningsleden
Hou uw kennis niet voor u, maar breng ook de rest van uw bemanning op de hoogte van de plannen en waar op te letten. Zorg dat niemand ooit kan roepen “Hoe kon ik dat nou weten!”. Want dan heeft u alleen zichzelf wat te verwijten.
 
Stroming in de sluis
Als u van zoet naar zout water schut heeft u stroom mee in de sluis. Maak altijd eerst achter vast, ook als de wind stevig op de kop staat. De krachten van het water op het schip zijn veel groter dan die van de wind, zeker als u in de beschutting van de sluis komt. Als u dat niet doet is de kans groot dat u dwars of achterstevoren in de sluis eindigt. Slecht voor de preekstoel, boegspriet of roer, uw ego en vaak uw huwelijk of relatie…
Waarom heeft u stroom mee? Welnu, stel dat u komt aanvaren en de sluisdeuren gaan net open. De sluis is gevuld met zout zeewater. Zout water heeft een hogere dichtheid dan zoetwater, d.w.z. een liter zout water is zwaarder dan een liter zoet water. Het zoute water zal over de bodem van de sluis naar het IJsselmeer (of ander zoet water) stromen, terwijl het zoete water langs het oppervlak naar binnen stroomt. En dat is die meestroom!
Gaat de sluis net open dan is de stroming het heftigst. Staan de zoetwaterdeuren al een tijd open dan is de sluis inmiddels volgestroomd met zoet water en is er bijna geen stroming meer.
Vaart u van zout naar zoet dan heeft u dus stroom tegen. Dat levert zelden problemen op, maar u moet er wel even op letten.   
 
Droogvallen moét niet
Als u een schip heeft dat kan droogvallen wilt u dat natuurlijk graag proberen. Maar doe het niet meteen de eerste keer.  Blijf eerst rustig tussen de tonnen. Ga er dan eens buiten, vaar over ondiepe of zelfs droogvallende platen. Gewoon, voor het gevoel. Ga in de jachthaven op een van de eilanden liggen en bekijk vanaf daar hoe het Wad er bij laagwater uitziet.
Is de jachthaven vol, of u te druk, anker dan buiten op voldoende diep water. Wat daar bij komt kijken leest u
hier. En ga bij voorkeur niet vlakbij de haven liggen, daar is of wordt het meestal erg vol. Vaar de haven een stukje voorbij en zoek de ruimte. (Als u onder Vlieland gaat liggen, vaar dan door tot ruim voorbij de veerbootdam. U ligt dan niemand in de weg, en heeft daar meer dan voldoende water.)
Bij laagwater bekijkt u alles eens goed vanaf uw schip. Bij het volgende hoogwater zoekt u dan een mooi plekje op. Voor het eerst droogvallen blijft spannend, maar het moet ook weer niet té spannend worden.
 
Varen rond Hoogwater
Zorg dat u weet hoeveel water er bij het volgende hoogwater komt. Dat kan wel eens 4 dm minder zijn dan het huidige hoogwater. En daar komen verhogingen (nu) of verlagingen bij het volgende hoogwater nog eens bij! Afhankelijk van het te verwachten verschil moet u rond hoogwater “conservatief” waren: hou altijd ruim water onder de kiel! Als u pech heeft zou u wel eens twee weken op de plaat kunnen zitten. Leuk zomerhuisje, maar u had wellicht andere plannen.  
 
Tijdnood
De oorzaak voor problemen ligt vaak in het feit dat men meer risico neemt vanwege tijdnood. Eigenlijk waait het harder dan ik zou willen, eigenlijk staat er wat weinig water voor het wantij, maar we móeten op zondag terug zijn....
Als u in een weekend op zaterdag van de Friese westkust naar Terschelling vaart en in het Zuidoost Rak hoort u dat op zondag een harde zuidwesten wind wordt verwacht, keer dan om. Of vaar naar Den Oever, zodat u met ruime wind terug kan.
Het klinkt zo logisch, maar het ook doen als u de kinderen belooft heeft dat u naar de eilanden toegaat is minder eenvoudig.  
 
Moet ik onder Vlieland een ankerboei gebruiken?
Kennelijk hebben sommige ankerliggers onder Vlieland "geëist" (het verzoek ging nogal luidkeels) dat men een ankerboei gebruikt. "Anders komen de ankers in elkaar". Lariekoek. Advies is om op getijwater geen boeitje te gebruiken.
Met regelmaat gaan schepen onder Vlieland met anker en al aan de haal doordat bij stroom tegen wind de ankerboei onder het schip vast komt te zitten en bij het kenteren van de stroom het anker aan de neuringlijn keurig wordt losgetrokken. De volledige bemanning van benedenstroomse schepen staat dan klaar met alle stootkussens die ze kunnen vinden, terwijl de krabbende schipper met een kop nog roder dan zijn ankerboei hulpeloos met een pikhaak in het water staat te roeren in een poging de neuringlijn te pakken te krijgen. Als die stroomkentering 's nachts om drie uur is, dan zien ze tenminste die rode kop niet. Maar dat is dan ook het enige voordeel....
Meestal kunt u vrij goed zien waar ongeveer het anker van de andere schepen moet liggen. En hou voldoende afstand, er is ruimte genoeg en iedereen ligt er voor zijn rust.
 
Als er alleen maar rode drijfbakens of prikken staan, waar ligt dan de geul?
Aan welke kant van de bakens de geul ligt ligt aan de aangenomen richting van de vloedstroom. "Aangenomen" door de kaartenmaker: de werkelijke vloedstroom is vaak de andere kant op! Met een rode pijl is die aangenomen vloedstroom op de kaarten aangegeven. In principe is de aangenomen vloedstroom op de wantijen steeds van west naar oost, dus ook op de oostelijke flank van de wantijen!
 
En hoever van de staken of prikken ligt de geul dan?

Helaas, hierop is geen eenduidig antwoord. Een lichte zig-zag koers varen, en de dieptemeter in de gaten houden kweekt wat begrip voor het bodemprofiel.
In principe staan prikken op de "oever" van de geul, en moet u dus afstand houden. Maar gelijktijdig is de beprikte geul vaak vrij smal, dus ook niet teveel! Hou 3-8 m aan als beginwaarden, al doende leert men maar iedere geul is anders.
De drijfbakens liggen meestal in het wat diepere deel van de geul en men kan er korter langs varen. Maar als de geul wat breder is dan ligt het diepste punt gauw op 20-30 m van de bakens.
En als het mis gaat, de meest perfecte leerschool is het aanschouwelijke onderwijs als het wantij drooggevallen is. U kunt dan precies zien waar u had moeten varen... Inderdaad, ieder nadeel heeft zijn voordeel.
 
Mist u punten?
Zijn er punten die u mist? Kreeg u ooit een nuttige wenk of tip die anderen ook kunnen gebruiken? Stuur het op via:
contact en help bij het vervolmaken van deze informatie!