banner
Pagina in afdrukformaat
Ankeren op getijdewater

Lees ook het artikel over ankers

Door Teun van Waart

Inleiding

Over ankeren en ankertechnieken zijn handboeken en watersporttijdschriften vol geschreven. Daar wil ik niet mee concurreren. Dit stukje beperkt zich tot een paar aanwijzingen voor zij die minder, of geen, ervaring hebben met het ankeren op getijwater. Zaken die ook van toepassing zijn op ankeren in water zonder getijbeweging worden bekend verondersteld.

De twee kenmerken van getijwater zijn eenvoudig: het gaat op en neer, en heen en weer. Simpel, maar soms lastig. Onderstaande punten helpen wellicht het iets minder lastig te maken. Het zijn geen absolute waarheden, maar persoonlijke meningen. Als u aanvullende punten heeft, of een afwijkende mening: stuur een e-mail! Hoe meer ervaring meegenomen wordt, hoe nuttiger de inhoud.
 

Lengte ketting/tros

Als je in 1 m diep water ankert, en je steekt 5 m ketting dan lijkt dat ruim voldoende. Voor het gemak spreek ik in dit stuk steeds over ketting. Een ankertros, met lood verzwaard of met een ketting voorloop, kan natuurlijk ook. Maar 6 uur later staat er wellicht 3,5 m water, en dan is 5 m wel wat kort…. Het lijkt zo logisch, maar toch gaat het regelmatig fout. En bij voorkeur als u om 19:00 uur 's avonds ankert, en het om 01:00 uur hoogwater is…. Even rekenen dus wat de maximale waterdiepte wordt.

Als wind en stroom dezelfde kant op staan wordt er fors aan het anker getrokken. Wat meer ketting dan normaal kan dan geen kwaad.

Een heel andere reden voor een lange ketting is het ankeren vlak naast een diepe geul. Als daar uw anker een stukje krabt - kan gebeuren, nietwaar? - dan ligt het anker plotseling in veel dieper water. De geul onder Vlieland is er berucht om. Die is op sommige plaatsen 10 m diep. Uw 10 m ketting houdt dan nog net de boeg op de wind terwijl u met de stroom de zee op wordt gespoeld...

Bij gebruik van een ankertros (al dan niet met een kettingvoorloop of het eerste deel met lood verzwaard) bestaat het gevaar dat de tros, bij draaien van het schip tijdens de stroomkentering, achter roer of kiel vast komt te zitten. Vooral als een tros wordt gebruikt die maar nauwelijks zinkt is dit een reëel risico. Door een gewicht (bijvoorbeeld een klein, ingeklapt paraplu-anker) aan de ankerlijn te bevestigen en dan de tros een paar meter uit te vieren bent u er zeker van dat de lijn altijd onder de kiel door zal gaan.
 

Wind tegen stroom

Als wind en stroom tegen elkaar instaan zal het schip met de boeg op de stroom gaan liggen, en wordt door de wind over het anker heen geduwd. Of de ankerketting dan een beetje los naar beneden komt de hangen dan wel snaarstrak naar achteren staat hangt af van wind- en stroomsterkte, en van de windvang en waterweerstand van het schip. Met "stroom" bedoel ik in dit verband stroom met een snelheid van een halve knoop of meer. Als u wat verder van de geul ligt zal er soms maar heel weinig stroom staan, en zal voornamelijk de wind bepalen hoe het schip ligt.

Als de ankerketting slap naar beneden hangt wordt soms ten onrechte gedacht dat het anker niet meer houdt. Het anker wordt naar binnen gehaald en men gaat opnieuw voor anker. Niet doen dus, maar als je wilt controleren of het anker houdt even stevig achteruitslaan zodat de ketting tegen de stroom in strak getrokken wordt. In die richting zal het anker, als na de stroomkentering stroom en wind dezelfde kant op staan, het zwaarst belast worden.

Bij een stevige wind zal de ketting strak naar achteren staan. Ik ken een geval van iemand die dacht dat de ketting om zijn roer was gedraaid, en dat daarom zijn schip achterstevoren op de stroom lag. Koelbloedig liet hij de hele ankerketting slippen, anker en 40 m ketting achterlatend maar opgelucht dat er niets was beschadigd….

Het anker binnenhalen is onder die omstandigheden iets lastiger dan normaal. Door roer te geven (het schip ligt immers met de kop op de stroom) stuur je het schip tijdelijk opzij weg, vrij van de ketting. Zonder risico kan op de motor wat achteruit worden gevaren. De spanning op de ketting neemt dan af, en binnenhalen is geen probleem.

Zelf gebruik ik altijd ankerketting, maar zet die met een korte, makkelijk rekkende lijn van 3-4 m en een kettinghaak vast op de voorbolder. Naast het normale voordeel (de krachten worden door een bolder i.p.v. de ankerlier opgenomen en schokken worden soepel opgevangen) zorgt die voorloop er ook voor dat niet de ketting maar de nylon lijn tegen de boeg komt als de ketting naar achteren staat.

Wanneer de wind dwars op de stroom staat zal de ankerketting uitstaan in de richting waar de wind vandaan komt. De boeg wijst weer tegen de stroom in. De principes zijn hetzelfde als boven omschreven, maar deze situatie is minder verwarrend dan bij stroom tegen wind omdat het er allemaal wat "normaler" uitziet.

Gebruik geen ankerboei

Er zijn twee hoofdredenen om normalerwjze een ankerboei te gebruiken. Anderen en uzelf zien waar het anker ligt, en als het anker vreselijk vast zit, of ergens achter is gehaakt, dan komt het makkelijker los door het aan de ankerboeilijn omhoog te trekken. Toch raad ik het gebruik van een ankerboei op getijwater af.

Door de kenterende stroom zal het schip regelmatig over het anker heen drijven. Gebleken is dat ankerboeien erg goed zijn in het klem komen te zitten achter het roer, tussen het roer en het vlak, in het schroefraam of rond de schroef. Als de stroom dan weer kentert trekt het schip soepeltjes het anker aan de ankerboeilijn los, en heeft u twee problemen: het anker krabt, en u durft de motor niet te starten. Want als de lijn zich ook nog om de schroefas windt….( In een Wad'n verhaal wordt zo een situatie beschreven)

Een tweede probleem van een ankerboei is dat zich een indrukwekkende hoeveelheid wier om de lijn kan verzamelen. Als de stroom stevig is, en er geen kracht op het anker staat omdat de wind de andere kant op blaast, dan is de kracht op de ankerboeilijn door al dat zeewier zo groot dat het anker uit de grond kan worden getrokken.

Derhalve, op getijwater geen ankerboei gebruiken, tenzij er een dringende reden voor is. Als het anker erg vast zit, de ketting verticaal trekken en over het anker heen varen. Dan komt het altijd los. En als het achter een kabel of zo vast zit: anker omhoog halen tot de waterlijn, een stropje om de kabel, anker weer vieren en stropje losgooien. En nooit meer daar ankeren....

Sommige platbodems hebben een neuringlijn om het (stok)anker netjes onder de boeg te kunnen hangen. (En ook om het anker los te kunnen trekken.) Die neuringlijn zomaar weghalen is lastig, maar als u met het bovenstaande rekening houdt dan is de kans op problemen al een stuk kleiner.

Om dezelfde reden moet u nooit een drijvende ankerlijn gebruiken. Gegarandeerd dat die, door het rondkeutelen van het schip tijdens de kentering, zich een keer rond kiel of roer wikkelt! Het enige voordeel: als u de lijn helemaal laat slippen (en hij komt onderwater niet klem te zitten) dan kunt u hem daarna heel makkelijk weer oppikken...

 

Anker vasttrekken door achteruitslaan

Zeker wanneer u een nacht voor anker wil blijven liggen moet u, na het ankeren, even stevig achteruit slaan teneinde het anker diep in de grond te trekken. Drie redenen: in de eerste plaats kunnen de krachten op het anker later die nacht een stuk groter worden dan tijdens het ankeren, bijvoorbeeld doordat de stroom dan harder zal zijn of doordat na de stroomkentering wind en stroom dezelfde kant op staan. In de tweede plaats komt het anker dan zo diep te liggen dat de ketting of tros niet om een van de vloeien kan slingeren tijdens het rondscharrelen van het schip rond de kentering.En in de derde plaats zit het anker dan zo diep dat het niet zal uitbreken na de kentering maar diep in de bagger wat zal meedraaien.

Als u niet een nacht wil blijven liggen is zorgen voor een goed vastzittend anker natuurlijk ook belangrijk, maar als het anker dan losbreekt bent u er meestal vlot bij.
 

Twee ankers

Als we praten over het gebruik van twee ankers, dan kan dat zijn met beide ankers vanaf de boeg, of één op de boeg en één anker vanaf de achtersteven.

Twee ankers vanaf de boeg, één met de stroom mee en één tegen de stroom in, beperkt de draaicirkel van het schip. Dat kan nuttig zijn op een drukke ankerplaats, of als u het schip redelijk op één plaats wilt houden omdat u net op dat ene plekje wilt droogvallen. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat het schip op de steile zijkanten van een vaargeul terechtkomt. Maar als u op een drukke ankerplaats ligt, en de schepen om u heen liggen aan één anker, ga dan niet zelf met twee ankers liggen. Bij het kenteren van de stroom zal iedereen zeg 30 m opschuiven, behalve uw schip...

Soms wordt aanbevolen om de twee ankertrossen aan elkaar te knopen, de knoop met een gewicht te verzwaren en dan vanaf het knooppunt een paar meter ketting naar het schip te nemen. In theorie erg mooi, maar behoorlijk gecompliceerd. Mijn voorkeur is beide ankerkettingen of trossen gewoon over de boeg te nemen. En als ze onverhoopt in elkaar draaien is het even lastig om te ontknopen, maar je ziet tenminste wat je doet.

Door een anker vanaf de achtersteven uit te brengen beperkt u ook de draaicirkel, maar met het additionele voordeel dat de boeg altijd één kant op wijst - meestal is de voorkeur tegen de wind in. Echter, sommige schepen gedragen zich zeer onhebbelijk als de stroom van achteren komt. De krachten op het roer kunnen zeer groot zijn (vergelijk het maar met achteruitvaren met 2-3 knoop, en dan het roer iets uit het midden houden) en afhankelijk van onderwaterschip en aangrijppunt van de achterankerketting kan het schip scheef op de stroom komen te liggen. De krachten op het anker worden dan veel groter dan normaal.

Mijn advies: als u verwacht zo nu en dan een achteranker te willen gebruiken, oefen eerst eens met alleen een achteranker op een plek waar u de ruimte heeft, en kijk wat het schip doet. Als het "mis" gaat is alleen een achteranker binnenhalen een stuk makkelijker dan wanneer er ook een vooranker is, en het schip dwars op de stroom is komen te liggen.

Bij het gebruik van twee ankers kunt u wél veilig een ankerboei of neuringlijn gebruiken. Het schip kan dan immers niet meer over de ankers drijven. Bovendien is het bij het uitzetten van het tweede anker wel zo makkelijk als u kunt zien waar het eerste ligt.
 

De bijboot

De waterweerstand van een bijboot is meestal gering vergeleken met de windvang. Als een stevige wind tegen het tij instaat zal de bijboot enthousiast tegen de spiegel aan liggen te duwen. Er zijn dan twee oplossingen: de bijboot langszij of aan boord nemen, of de waterweerstand van de bijboot verhogen. Dat doet u door bijvoorbeeld een puts aan de bijboot te hangen. Hij hangt dan weer strak achter het schip.

Een andere optie die soms werkt bij een bijboot met een wat hogere waterweerstand is de bijboot aan een lange lijn te hangen. Pas dan op drukke ankerplaatsen wel op dat u de doorvaart voor anderen niet blokkeert. Ik heb iets tegen lange lijnen die ongecontroleerd rond en onder mijn schip zweven, maar als het voor uw schip en bijboot combinatie werkt is het wellicht een oplossing.