banner
Pagina in afdrukformaat
Wad van uitersten

Van Ciska en Frans van Geer, Berichten 45, april 2002

Na drie dagen van stormachtig weer was de wind gaan liggen.

De haven van Ameland lag er op de vroege ochtend van 29 augustus 2001 stilletjes bij. Het varen over Duits en Nederlands Waddengebied na een prachtige tocht rondom het Deense eiland Fyn voelt als thuiskomen.

In alle vroegte varen we uit. Je kunt de stilte horen. Meer op stroom dan op zeil verplaatst het schip zich in westelijke richting. Even wordt de rust verstoord door een passerende charter: motor op volle toeren, gasten naar het lijkt nog te slapen. We zijn van plan om de route over de Blauwe Balg te nemen en het zeegat tussen Ameland en Terschelling te mijden. Ook al begint de tijd te dringen, we willen de stilte niet verstoren. Het is ruim twee uren voor laagwater en het gebied bij de Blauwe Balg is bijna des zeehonds.

Trouw worden de boeien richting woeliger water gevolgd en we zien een visser aan het werk. Zijn kotter gaat berg op, berg af, terwijl de bemanning in de weer is met de netten. Inmiddels is het windstil geworden. Gaandeweg wordt de zeegang zo sterk, dat ons schip op zeil alleen stuurloos wordt. De motor moet worden gestart om te voorkomen dat het schip speelbal wordt van de golven. Tussen de in het zeegat binnenrollende golven is het zoeken naar die rode en groene tonnetjes een spannend klusje. Je ziet ze eigenlijk alleen als schip en ton beide op de witte toppen van de golven dansen. Gelukkig liggen de tonnen niet veel anders dan in het voorgaande jaar… Diesel klotst in de halflege tank, maar de motor blijft draaien, ook zonder slingerschotten of voortank.

Ondertussen bedenk ik hoe de zeehonden zich een plaatsje verwerven op het droogvallende wad. We maken een draai terug in de richting van het wad. Knap stuurmanswerk om op koers te blijven, terwijl de ene na de andere berg water zich onder het schip door wringt. De waterbeweging is indrukwekkend. Naast het schip breken de golven op de platen. Met camera tracht ik het schip en de branding vast te leggen. Het vlakke water is in zicht, de overgang is adembenemend. Zoveel uitersten in kort tijdsbestek vind je nergens. Het schip krijgt een plek tussen de andere min of meer droog liggende schepen op de Koffieboonenplaat, niet ver van de klipper die ons eerder passeerde. Een aantal gasten vermaken zich met een bal op het droogvallende wad. De aandacht voor het spel wordt nu en dan onderbroken door opschudding over een krab of ander waddenleven. We zien nog net een zeehond de priel uit dobberen. Hij lijkt de omgeving rustig in zich op te nemen, vertoont geen spoor van haast om zich op de platen in het zeegat te verpozen. Zou het dier werkelijk beter af zijn geweest op de plaat bij de Blauwe Balg???