banner
Pagina in afdrukformaat
Ter leringh ende nocheens leringh

Rudi von Bartheld, oktober 2006

Elk jaar dat Lied en ik varen valt er weer volop te leren. Je zou zeggen: m'n achtste seizoen op het wad, dan moet ik toch langzamerhand wat Benul hebben. Niets gevaarlijker dan dat zelfingenomen standpunt; de natuur verrast steeds. Soms kan het nuttig zijn ervaringen te delen. Dit jaar gelukkig niet van een plaat gesleept maar wel weer geleerd en aangepast. Wat overkwam ons:


...na een nachtje droogliggen op het Kimsterwad...

Op een donderdag in augustus, na een nachtje droogliggen op het Kimsterwad, heeft onze trouwe zeeschouw "Zeeeend" zich bij heel rustig weer uit de modder verheven en varen we op vol tuig richting Vlie. Zoals in de hele maand augustus was het zwerk onrustig en de wind onbetrouwbaar. Al spoedig werd besloten zeil te minderen en vervolgens te reven. Soms volgen de dingen elkaar wel snel op. Toen we eenmaal besloten hadden dat de lucht zo dreigend werd dat we maar liever even alles streken en voor anker gingen was het nog opschieten om voor de bui onder dak te zijn.


Het zwerk was onrustig.


Nauwelijks hadden we het luik boven ons gesloten of de tering brak uit: een enorme knal op het voordek, gevolgd door een waanzinnige herrie joeg ons terug aan dek. Er was een extreem harde wind opgestoken die de hele (grote) fok volledig omhoog gejaagd had langs het voorstag. Binnen enkele seconden draaide de wind negentig graden en lagen we plat op het water. Gelukkig was de schoot niet belegd en liep hij als een razende uit. Tegelijk draaide de wind door naar achter, daarmee met dezelfde gang de fok weer strijkend. In no time waren wij beiden op het voordek om de fok te bergen en te zekeren. Opnieuw kwam de wind van opzij en drukte nu onze schouw plat op het water, zodat het water de kuip in liep. Let wel, dit was voor top en takel!
Het zicht was intussen slechts een meter of tien, hagel viel in dikke stenen, het water om ons heen veranderde in een soort bruisende witte deken. Binnen een minuut was de rust weergekeerd. Restte alleen een forse regenbui, die hooguit vijf minuten aanhield.

Ik ben te druk geweest om om me heen te kijken, maar als ik het achteraf bekijk moeten we toch verbazend dicht bij de slurf van een wind/waterhoos gezeten hebben. Niet zo verwonderlijk, want wie in augustus gevaren heeft op het wad zal er vast een gezien hebben, in de verte.

De moraal:

  1. Zorg dat je zeilen niet alleen gestreken zijn maar ook vastgesjord als je zeil strijkt om enige reden anders dan Rietzeilen.
  2. Zorg dat je een neerhaler hebt op je fok.

Dat leidt dan onvermijdelijk tot leermoment twee: enkele dagen later voelde ik me weer goed voorbereid: neerhaler op de fokkeval gezet. Dat is handig, want het maakt dan niet uit welk voorzeil je bijzet. Bovendien kan je val dan niet omhoog vliegen, want hij wordt beneden gehouden door de neerhaler. Natuurlijk kregen we een forse bui om de nieuwe voorziening te testen en meteen bleek de makke van het systeem: als je een neerhaler bevestigt aan het einde van je val en je gaat eraan omlaag trekken klapt het bovenste puntje van je fok (boven het bovenste leuvertje) om. En klemt het bovenste leuvertje muurvast. Recept voor problemen!

Remedie: klik de neerhaler bij het bovenste leuvertje in en alles loopt gesmeerd

Iemand met suggesties?
Ik houd mij altijd aanbevolen.