banner
Pagina in afdrukformaat
Prikken

Door Eilard Jacobs

Juli 2005
Na een stevige tocht vanaf Schier varen we de haven van Ameland binnen. We willen de volgende dag met het staartje van de eb richting de Zwarte Haan, dus droogvallen is geen optie deze keer. Wat is het eigenlijk gezellig in de haven. En er is ook wat te beleven. Bij het binnenvaren zagen we hem al liggen, een Zeeuwsche schouw, zo'n huurding, keurig bij de ingang buiten de prikken in de prut. Het tij loopt al een dikke twee uur af, dus die zit er nog wel even, pas vannacht om een uur of twee is het weer hoog.

Het leugenbankje blijft die avond tot diep in het duister vol bezet. Op alle mogelijke manieren wordt de ongelukkige stuurfout van het scheepje die avond behandeld. Behalve alle watersporters in de haven, komen ook alle gaande en komende veerbootgasten een blik werpen. "Je zal daar maar zitten", denk ik. "Die zullen nooit meer aan de verkeerde kant van de prikken varen". Het wordt laat en pas de volgende ochtend zie ik dat het bootje alsnog een plaatsje in de haven heeft gevonden, zo ver mogelijk achteraf. "Dat zal mij nooit overkomen", zeg ik nog, "ik weet wanneer ik op de prikken moet letten en wanneer dat niet nodig is".

Juli 2006
Het mooiste weer van de wereld, een straf oostenwindje en de haven van Ameland bomvol. Om met dit vroege tij niet onchristelijk vroeg op te moeten, zijn we de avond tevoren met ondergaande zon van d' Ôde dyk (Terschelling) naar het Terschellinger wantij gekruist en deze ochtend op een fatsoenlijk tijdstip losgekomen en verder gevaren. Ook nu is het tij al weer enige tijd verlopen. We willen droogvallen bij de haven. Maar eerst nog even naar binnen, want we willen onze vuilwatertank (ja Wadvaarders, een vuilwatertank!) leegpompen.

De havenmeester kijkt wat bedenkelijk naar zijn stampvolle haven maar vaart ons vervolgens welgemoed voor tot helemaal achter in de haven, waar zich de afzuigpomp bevindt. We houden flink de vaart erin, evenals het zwaard, met deze stevige oostelijke dwarswind door de nauwe opening tussen de 4 tot 5 dikke rijen boten. Na gedane zaken jagen we een paar glimmende bootjes de stuipen op het lijf door bij de pomp te keren en stuiven met hetzelfde vaartje weer naar buiten waar de meesten inmiddels hun fenders hebben uitgehangen (wij varen ook met billen buiten boord) wat de ruimte er niet breder op maakt. Tevreden blik ik achterom naar de nauwe doorvaart die we zojuist tot tweemaal toe zonder schadeclaims gepasseerd zijn en vang nog wat opgeluchte blikken van de eigenaren van de buitenste schepen op.


De prutbult van Ameland in 2003

Plotseling merk ik dat de vaart eruit is. Door het achterom kijken in de hoop blikken van bewondering zo niet ontzag op te vangen voor mijn kundig manoeuvreren, heb ik de prikken bij de haveningang gemist en ben rechtdoor de prut in gevaren. Mijn eerste gedachte is de Wadvaardersvlag te strijken, maar misschien is het toch verstandiger eerst proberen los te komen. De oostenwind drukt ons tegen de pruthoop en zorgt ervoor dat elke poging met de motor op volle kracht, voor- of achteruit alleen maar tot gevolg heeft dat we ons stevig ingraven. Het tij zakt nu hard. De koelwateruitlaat spuwt driftig zwarte prut uit en gelijk met mijn reputatie als ervaren Wadvaarder zie ik de koelwaterpomp naar de gallemieze gaan. We laten een te hulp geschoten rubberbootje nog een lange lijn op een klipper aan de overkant zetten. Met de schootlier proberen we ons er uit te trekken, maar we zitten muurvast. Ook de havenmeester schiet te hulp mede omdat onze lijn de haven ontoegankelijk maakt (maar die was toch al vol). Alle pogingen falen. We zitten stevig vast en het belooft een lange middag en avond te worden. Met talloze leedvermakende watersporters op de steiger en drommen bootpassagiers hangend over de ballustrade……

Dan biedt de schipper van een klipper, die ook ligt te wachten tot onze lijn weg is, aan ons eraf te slepen. We zetten een dikke lijn over en vertrouwen op onze robuuste bolder. De Klipper zet 250 PK DAF in z'n werk, een dot gas erbij en zowaar. Dwars door de berg prut sleurt hij ons er nog net op tijd uit. Na de schipper uitvoerig bedankt te hebben, spoeden wij ons naar een mooi droogvalplekje. Ik denk terug aan de ongelukkige schipper vorig jaar. Inderdaad, zoiets zal mij nooit gebeuren.... Ik laat me nog net op tijd losslepen...