banner
Pagina in afdrukformaat
Nidos-collega's tocht - NESTGEVOEL OP HET WAD

Door Martin Berk, augustus 2007

Wanneer je een schip wilt bouwen
breng dan geen mensen bij elkaar
om hout aan te slepen, werktekeningen
te maken en taken te verdelen
maar leer ze verlangen naar de eindeloze zee

Antoine de Saint-Exupéry

Zou het lukken? Een week varen op het Wad met vier collega’s. Met vier mensen die ik wel al heel lang ken, weliswaar alleen in werkrelatie, maar dan toch wel een zeer goede werkrelatie. Zou het ook lukken in een 9 meter zeeschouw, met ruim vier, krap vijf slaapplaatsen, een grondoppervlak van 5 vierkante meter, in weersomstandigheden die niet te plannen zijn en wij wadvaarders weten dat het weer een zeer geoliede sociale machinerie in het honderd kan laten lopen. We zijn weliswaar van Nidos (jeugdbescherming voor vluchtelingen), wat zoveel betekent als ‘nest’, maar zou het "nestgevoel" ook werken als het een beetje tegenzit?
Wat het gezelschap nog verder bindt is het ontbreken van enig wadgevoel. Slechts één opvarende Albert (54 jaar en projectleider), is gewend elk jaar Oerol te bezoeken met een bevriende Noordzeekielbootschipper. De rest van het gezelschap heeft geen wadervaring, is er nog nooit geweest en heeft ook nog nooit zo lang op een zeilboot gezeten. Juist, een uitdaging…. dat is het!

Even voorstellen: Elsbeth (40 jaar en juriste), moeder van twee schatten van kleine kinderen, de laatste jaren niet of nauwelijks alleen van huis geweest. Daarom heeft ze er nu extra veel zin in. Aalze (46 jaar en controller),  Fries van huis uit maar nog nooit een boot van binnen gezien, maar ook zelden of nooit weggeweest van partner John. Ik heb ‘m modder en verse kokkels voorspeld. Hij kan zich er niets bij voorstellen. En dan Anneke (48 jaar en opleidingsdeskundige), veel zeilervaring van heel vroeger op een BM, maar in de loop van de jaren in Brabant terechtgekomen en daar gaan dan de goede zeilbedoelingen. In de aanloop naar deze expeditie heb ik haar heel blij kunnen maken met het boekje van Wim Geradts. Als er één plassenzeiler in een week getransformeerd is tot Wadvaarder, is zij het wel. Geheel vernieuwd in zeilpak kwam ze aan boord. Voor de rest had ik nog wat oude regenkloffies bij elkaar geraapt. Albert en Elsbeth in een duopak: regelrecht uit een folder van de ANWB.

We komen bij elkaar in Harlingen. De kinderen van Elsbeth krijgen niet genoeg van tikkertje door het voorluik. De jongste, in zwemvest met fluit, heeft de smaak helemaal te pakken. Hij moet snel afscheid nemen van zijn moeder want de schotten gaan dicht i.v.m. springtij en hoog water en we moeten maken dat we de Noorderhaven uitkomen.

Eerste dag, een mooi windje voor Ameland. Beoogd is het wantij voor Ameland. En al snel een mooie test voor een wakkere bemanning. Net even voorbij het Abt, begeeft de ankerlier het en dondert met een groot geraas het anker in het water. Dat vereist even wat soepel samenspel. Zeilen naar beneden, ketting met de hand inhalen, subtiele motorbewegingen. Inwerken met de motor is er niet bij. Het duurde even voor Anneke in de gaten had dat alleen gas geven niet genoeg is, de motor moet ook in zijn werk gezet worden. De verf in mijn verhaalkam is er helemaal af, maar dat is een zorg voor de "winterdag". Anker in en de hele reis op het dek geborgd.

Albert’s gezicht is een beetje betrokken want het lijkt erop dat we de optie Terschelling (Oerol, zijn favoriet) voorgoed achter ons laten. Als we nu niet te ver doorgaan bedenk ik, kunnen we altijd de volgende dag weer terug, afhankelijk van wind en tij. Hij trekt gauw weer bij met dit vooruitzicht. In een opwelling besluiten we voor anker te gaan in de Ballumerbocht. Het water valt snel, ik kan nog net een stukje uit de geul, maar daar kan ik een eerste proeve geven van vastvaren in de prut. Zachtjes de motor vooruit en al snel liggen we vast in het Ballumer slik. Het duurt even voordat ze het doorhebben. De motor draait maar we komen niet meer vooruit. "Wanneer liggen we nu stil….?" De waterlijn loopt snel terug, links van ons lopen vier jonge lepelaars. Ik wijs de mensen op eervol Wadgedrag. Maar niemand heeft de ambitie de boot te verlaten. Jammer, want ik had de modderpartij graag meegemaakt. Ik ga zelf met het anker te water en sta tot dijbeen in de modder (en dat zijn hoge dijbenen). Ze vinden het prachtig. Ik krijg echter de hele week de modder niet meer onder mijn teennagels weg. Het is de eerste droogvalbeurt. Ze kijken hun ogen uit. Maaltijd is perfect,  we eten in de kuip en we hebben een ondergaande zon. Niet slecht voor een eerste Waddenavond.

We gaan de slaapplaatsen verdelen. Het echtpaarbed krijgen Elsbeth en Anneke. Aalze mag zich inrollen in de meest claustrofobische slaapplek: de dwarskooi en Albert mag onder de dektent in de kuip. Hij is de grote gelukkige, want de hele week blijkt het mogelijk om in de kuip te slapen. Hij krijgt de ankerwacht er gratis bij, maar is de koning te rijk.
Het opkomende water zorgt de volgende morgen voor een prachtig waterspel, van stromingen en wervelingen rond de boot. Albert krijgt zijn zin, nauwelijks wind dus we motoren terug naar Terschelling, touristische route door Blauwe Balg, honderden zeehonden onder handbereik, de prachtige kustlijn van Terschelling. Rustig dagje, iedereen mag wat oefenen aan de helmstok. Tijd genoeg voor een hap tussendoor. De bemanning wil douchen dus we gaan de haven in. Vier rijen dik liggen is tenslotte ook een belevenis. Ik vind het niets, die drukte op Terschelling. Oerol maakt er een ander eiland van.

Aalze heeft onderweg al geoefend met beleggingsknopen en zorgt voor de stootwillen. We maken een snelle draai en liggen mooi aan de buitenkant, kunnen we snel weg als het moet. Veel bekenden in de haven, de voorzitter die een plekje heeft bij de voormalige secretaris. We bespreken op de steiger even de laatste ontwikkelingen rond site en Berichten. We zien onze webmaster en ik bedenk me dat ik vergeten heb om onze Wadvaardersvlag te hijsen. Even aan denken morgen.
Ik krijg de bemanning aan mijn favoriete gerecht op Terschelling: Kantonese rijsttafel bij de Chinese Muur.

De volgende dag hang ik de verrekijker om Elsbeths nek, leg de beginselen van de zeekaart uit, wijs wat betonning aan en zet koers naar het Oosterom. Anneke mag aan het roer. We hebben een voordewindse koers. Ik zet de kluiver erbij, de fok te loevert aan de vaarboom, mooi klusje voor Aalze om de boom recht te houden. Albert mag weer voor de happen zorgen. Iedereen is onder de pannen. Anneke is wat zenuwachtig over de juiste koers. Vraagt elke 10 minuten de bevestiging van de juiste route. Elsbeth is duidelijk over de juiste koers. Afsnijden mag binnen bepaalde grenzen. Als ze de boot ineens stevig naar het zuiden stuurt kijk ik toch maar eens over de rand van de kuip. Elsbeth gooide even de twee vaarwaters Oosterom en Zuid Meep door elkaar en koerste recht op De Grootte Plaat af. We kunnen het hebben.

Met stroom en wind mee en de koers recht op Ameland, zijn we weer heel snel bij de Blauwe Balg. Met het hoge water komen we dicht langs de zeehonden. We zitten eerste rang.
Onder Ameland valt de wind weg en tuffen we langzaam tegen de stroom in. Het is warm en er kan gezwommen worden. Ik leg een lijn uit en om de beurt mogen ze afkoelen. Met stroom tegen en zwemmers aan de lijn achter de boot, varen we langzaam achteruit. Beetje spelenvaren. Voor de avond wordt wind 5-6 voorspeld. Ik leg de keuze haven in dan wel ankeren voor en de bemanning wil graag Ameland op. Het terras lokt. We maken een mooie beweging en we komen langs een Ovni te liggen. Mijn intussen perfect ingespeelde bemanning zorgt voor een vlekkeloze landing. Dat dit niet altijd vanzelfsprekend is bewees even later een buurman die de stroom in de haven onderschatte en met een rotklap op een mooie nieuwe aak stuitte.

Mijn gasten kijken hun ogen uit op Ameland. Nes is uitgestorven we hebben een heel terras voor onszelf en kunnen nog net voor sluitingstijd een avondborrel krijgen. Door de rust heeft Nes iets poppendorperigs, alsof je in het Openluchtmuseum loopt. Voor de collega’s gaat een wereld open. Ik leg uit dat het er hoog zomer wel heel anders uitziet, maar in voor en naseizoen is een lang weekend op Ameland wel een heel aantrekkelijke optie, vinden ze.
Onze Ovni buurman is zichtbaar geamuseerd door ons gezelschap. Vraagt zich af hoe het gezelschap in elkaar steekt. Is onder de indruk van de sfeer. Er wordt veel gelachen, lekker gegeten en gedronken. ‘Jullie zijn een leuke club’. Een mooier compliment kan hij ons niet maken.

Die nacht trekt de wind aan. De vertrouwde geluiden van de gierende wind in het wand en de kloppende golfjes op lager wal, ontgaat iedereen. Zegt wel wat over het slaapniveau. Niemand heeft iets gemerkt van de aantrekkende wind. De vooruitzichten voor een nacht op Engelsmanplaat zijn gunstig. Starten met West 5-6 in de avond afnemend. Bij het verlaten van de haven missen we nog net enkele van onze collega’s uit Utrecht die (kan het nog toevalliger) beroepshalve op Ameland moeten zijn en zojuist zijn aangekomen met de veerboot. Verbaasd zien ze ons de haven uitvaren. Niet het eerste dat je verwacht op Ameland: een zeilbootje met collega’s.

Gaat er dan helemaal niets mis? Kleinigheden: bij het hijsen van de fok blijkt de schoot niet door het lei-oog te lopen. Dat moet opnieuw. Een zeeschouw bij windje 5 aan de wind te houden bij het hijsen van het grootzeil is ook niet gemakkelijk. Heb je net uitgelegd wat oploeven en afvallen is, sturen ze de boot door de wind en wordt oploeven afvallen en andersom. Na wat begripsverwarring en heen en weer sturen staat het gereefde grootzeil en gelukkig weet Elsbeth nog precies waar we zijn en welke kant we opmoeten. Er ontstaat discussie over het werkeiland dat aan de horizon opdoemt. Albert wedt er een fles op: een booreiland op het strand van Ameland. Hoe dichter we bijkomen hoe meer het werkeiland in de Noordzee verdwijnt. Het wandelt met ons mee van het strand af. Het kost Albert een fles drank.

We zijn er eigenlijk net iets te vroeg. Op het hoogste water en het is springtij. Even oppassen dus. Eerst maar eens voor anker en afwachten. Ik wil graag een mooi plekje waar we vaste grond hebben en lang kunnen droogliggen. Een uur na hoogwater varen we de boot vast in de buurt van het vogelwachtershuisje. We hebben nog steeds flinke wind en echt aangenaam is het niet, maar het weerbericht van de kustwacht laat ons niet in de steek. Met het vallen van het water valt ook de wind weg. De lucht breekt open, de zon komt door en het landschap verandert voor onze ogen. Mooier had ik het me niet kunnen voorstellen voor beginnende droogvallers. Wat even een kolkende massa water was, wordt een mooie gele landvlakte. Zo ver als je kunt kijken is land, blauwe lucht, foeragerende vogels. De zeegeulen liggen ver weg. We zien ze alleen nog in een luchtspiegeling Geen mens te zien, het huisje is duidelijk nog niet bewoond, er zijn geen andere schepen. We zijn van God en alles verlaten op een onbewoond eiland.

Ik haal de telescoop tevoorschijn. Even kijken naar het wachtershuisje of we echt alleen zijn. Geen beweging daar, weinig vogelbeweging ook. Veel scholeksters en wulpen, maar heel ver weg. We kunnen er verantwoord af. De maagdelijke droogvallers maken echter nog geen aanstalten. Ze weten ook niet zo goed hoe het nu verder moet. Ik vul twee emmers met water, alvast voor straks en stap af en loop richting Rif. We staan op een mooi stuk. Lekkere harde ondergrond, niet ver van het Smeriggat, veel kokkels in de grond, veel zeesla. Genoeg voor de hele week. Albert kijkt even vanuit zijn kookplek door het luik naar buiten. Weet niet wat hij ziet. Het vuur onder het eten gaat uit en voorzichtig zet de bemanning voet op de plaat. Vijf minuten later lopen ze als een stel scholeksters met het hoofd naar beneden gebogen. Af en toe een kokkel pakken, bekijken en in de zak. Al gauw vindt de schifting plaats, de kleine gaan eruit, de grote blijven over. Als je zoveel ruimte hebt weet je soms niet waar je moet lopen. Fijn dat er een huisje is, een mooi doelwit. Ze blijven lang weg.

We hebben zo’n avond op het Wad dat alles klopt. Een emmer kokkels die lekker een nacht zand kunnen spuwen. We eten de pasta met zeesla en spek. Zout kun je laten staan. Een klassieke ondergaande zon, een licht windje. De avond gaat geruisloos over in de nacht. We zetten mooie muziek op. ‘Vondeling van Ameland’ van Boudewijn de Groot (tekst Freek de Jonge). We hoeven niet te letten op het volume, er is niemand die ons hoort. De sfeer is ontspannen, onwerkelijk, gebroederlijk. We rollen in bed. Om vijf uur word ik wakker, het nachtelijke hoge water heeft geen verandering gebracht. We liggen nog steeds op dezelfde plek. Even een moment van onzekerheid, we zullen toch nog wel weg komen straks….? Anneke is ook wakker en samen zetten we de kokkels in een schoon watertje. De zon komt op en we zijn de gelukkigste mensen op de wereld. Wat is daar toch weinig voor nodig: een opkomende zon boven een drooggevallen wadplaat.

We zien het water snel opkomen, ze zijn onder de indruk van de snelheid. Ik maak ze een beetje bang met de tabellen. Zouden we wel genoeg water krijgen… misschien moeten we wel twee weken wachten op het volgende springtij. Dat vindt niemand erg. Overmacht, staat vast wel ergens in de CAO Jeugdzorg.
Anderhalf uur voor hoog water komen we los en varen we onder Engelsmanplaat naar Schiermonnikoog. De prikken van de vaargeul staan er slecht bij. We moeten goed opletten , maar de bemanning kan het al goed zelf. We hebben een mooie plekje in een bijna verlaten haven. Geen charters, verlaten steigers.
Nieuw is het havengebouw, op een half mislukte terp. Ik moet er erg aan wennen en mis de douche- en wc-wagens. Het laatste stukje red-je-zelf-maar Nederland is ook op Schier verdwenen. Er komt een nieuwbouw havengebouw met restaurant. Jammer, jammer, jammer. Ik probeer het uit te leggen aan mijn ’wadvaarders’, maar dat lukt niet goed. Ze kunnen zich ook niet voorstellen wat de sport is om met je hele gezin in wagens te douchen voor 1 euro. Goede herinneringen.  ‘Achterhaald’, zeggen ze…

Ook Schier is een nieuwe wereld. We gokken op de prijs voor 5 koffie bij Hotel van der Werff. We zitten er allemaal euro’s boven. Ook hier worden alvast voorschotjes genomen op lange weekends wandelen en fietsen. Ik ben een wandelend reclamebord voor het Wad.
Die avond genieten we in vijf sessies van de kokkels. Kokkels met witte wijn, met bier, met whisky, puur en on the rocks. Het begint voor het eerst zachtjes te regenen. Ik gooi het kuipkleed over de giek en we kunnen lekker dooreten onder de luifel. Kokkels van het Wad, de geur van een waddenhaven bij laag water.

Voor Albert is het moment gekomen. Hij neemt de volgende ochtend de eerste veerboot terug. Hij moet nog met de bus en de trein naar Harlingen om zijn motor op te halen voor de terugreis naar woonplaats Doetinchem. De overblijvers varen met mij naar het Lauwersmeer voor de grote schoonmaak. Veel onweer, bliksem en windstoten op de laatste dag. Fikse buien helpen bij het schoonmaken. Het zout spoelt vanzelf weg. We liggen de laatste nacht achter het anker in de muggen. We hebben zelfs de tijd voor een spelletje Yahtzee, de hele week nog geen tijd voor gehad. Hoe gaan we afscheid nemen? Elsbeth verkneukelt zich over de verhalen die ze kan vertellen aan haar vriendinnen die zo’n avontuur nog nooit meegemaakt hebben. Aalze verlangt naar zijn echtgenoot, hij geniet ervan dat hij erg gemist is thuis. Anneke heeft al heimwee voordat ze het schip verlaten heeft. Ik zet ze in ploegen af bij de sluis met aansluiting voor bus en trein. Ik ben voor het eerst in de week alleen. Een mengeling van melancholie, heimwee en opluchting over de goede afloop. Ik heb nog een dag om af te kicken en kan dan weer uitkijken naar de schipperse met wie ik de boot naar de thuishaven vaar.