banner
Pagina in afdrukformaat
Van Lauwersoog naar Amrum, over het Wad naar de Noord Friese eilanden

Marlies van den Broek en Daan Dorr, zomer 2007

Waarom zou je naar de Noord Friese Eilanden willen, naar Föhr, Amrum, Pellworm en de Halligen, waar boerderijen en huizen op terpen de vloed trotseren. Omdat het zulke prachtige eilanden zijn? Om met elkaar een keer langere tijd op het schip onderweg te zijn? Of om eindelijk weer eens op nieuw vaarwater te varen en te navigeren. Elke wadvaarder kent het verlangen verder te willen, achter de horizon, en nieuwe stukken wad te ontdekken. Voor ons was de reis naar de Halligen daarom een lang gekoesterde wens. We namen voor het eerst in lange tijd vier weken vakantie, kochten kaarten, lazen de pilots en verheugden ons op de reis.

Eigenlijk begon de reis voor ons pas echt bij Wangerooge. Het Nederlandse oostwad en de Duitse Oost Friese eilanden van Borkum tot Wangerooge beschouwen we als ons eigen vaargebied. Vanuit onze thuishaven Zoutkamp zit je al gauw in Greetsiel of op Juist. In twee weken is de tocht naar Wangerooge en terug goed te doen.

Ons schip is de Maria Elisabeth (LE53) , een visserman lemsteraak van 12,80 meter. Het is een snel en comfortabel schip met slaapruimte voor 8 volwassenen. Wij voeren deze vakantie met ons hele gezin, dus twee volwassenen en drie kinderen in leeftijd variërend van 13 tot 7 jaar.
De Maria Elisabeth steekt 80 cm diep en heeft een hydraulisch strijkbare mast. Voor de terugweg bood dat extra zekerheid omdat we ook binnendoor over de kanalen kunnen varen. Het schip wordt in het seizoen ook verhuurd (kijk op www.oostwad.nl)

Van Lauwersoog naar Spieka Neufeld
Vanwege het lange licht en als prettige bijkomstigheid in de eerste week ook nog twee hoogwaters op één dag, vertrokken we direct toen de kinderen vakantie kregen.
Zondagochtend 8 juli voeren we rond 4:30 uur bij het allereerste licht de haven van Lauwersoog uit. De wind was westelijk 3 à 4 bft. De avond daarvoor hadden we het schip door de sluis gevaren. In het weekend vindt je in de buitenhaven altijd wel een plekje om te overnachten. Na een periode van hevige regen en veel wind was beter weer voorspeld. Boven het Hornhuizerwad wad zagen we de zon als een rode bal opkomen. Ook de volgende twee dagen zouden we de beide hoogwaters met daglicht benutten. De eerste stop bij laag water was bij de RG2 aan het begin van het Robbengat. Met het opkomende tij vertrokken we rond twee uur ‘s middags richting de Eems. Die avond lagen we rond half negen uur vast op het Hohe Rif onder Norderney. De volgende ochtend vertrokken we om half zes uur en lagen we tegen de avond in de jachthaven op Wangerooge. Het weer was ons gunstig gezind. Veel zon en matige tot weinig wind. Om voldoende voortgang te maken zetten we regelmatig de motor bij.
Dinsdag in de loop van de middag sloeg het weer om. Dankzij het mooie weer en weinig wind staken we Jade en Weser in één tij over. Je kunt al ruim voor hoog water onder Minseneroog door. Wij vertrokken om 05:15 uur uit Wangerooge. Op de Jade hadden we stroom mee (wind zuid west 3) en rond hoog water voeren we over de Hohe Weg naar het Ferderwarder Priel (op de motor omdat de wind was afgenomen tot minder dan 2 Bft). Juist omdat er weinig wind was besloten we net na hoogwater via het Dwarsgat van het Ferderwarder Fahrwasser naar Wursterer arm over te steken. Bij veel wind en met wind tegen stroom hadden we die route zeker niet genomen. De ondieptes van de Robben Nordsteert kun je dan beter maar vermijden. Vervolgens voeren we vast op het wantij van het Wursterwad. Op dat moment barste de eerste bui los. Na bijna drie dagen met de opklaring mee te hebben gevaren draaide de wind van zuid zuid-west naar het noordwesten en was het met het mooie weer gedaan. Begin van de avond kwamen we weer vlot. Na veel gezoek naar de prikken route liepen tegen 21:45 uur Spieka Neufeld binnen.

Vaartip 1
Het ligt voor de hand, maar het gebruiken van twee hoogwaters op een dag en het tijdig bijzetten van de motor om het tij volledig te benutten, zijn de enige manieren om snelheid te maken. Op de eerste dag voeren we met het eerste hoog water van Lauwersoog naar het Robbengat. We vielen daar al droog omdat we pas bij het eerste licht, kort na hoog water Lauwersoog (04:15 uur) konden vertrekken. Toen we om 13:50 uur los kwamen zeilden we met de stroom mee op de fok over de Zuid Oost Lauwer richting de Eems. Na het wantij van het Uithuizerwad hebben we korte tijd de motor bij gehad om tegen de vloedstroom in tijdig op de Eems te komen. De wind was op dat moment west 3 Bft. Op de Eems pakten we de vloedstroom richting Greetsiel. Daar zetten we ook het grootzeil bij om meer vaart te maken. Met hoog water waren we voor Greetsiel (Leybucht HW 18:20 uur). Na ampele overweging besloten we op de vloedstroom door te varen tot voorbij Nordeich. De wind was toen west 4 geworden. Door steeds gebruik te maken van twee hoogwaters op een dag voeren in drie dagen van Lauwersoog naar Spieka Neufeld

Spieka Neufeld is eigenlijk een desolaat haventje. Of kwam het omdat we daar in de motregen met zware bewolking aankwamen? Het geheel wordt gedomineerd door een winderige camping met tenten en campers. Het geultje is erg smal. Aan het eind is een kade waar een viertal viskotters ligplaats vinden. De jachthaven bestaat uit een rij boxen aan de linkerkant van het geultje. Met onze lengte en breedte (12,80 bij 4,40 m) pasten we daar zeker niet. Gelukkig was er ruimte bij de viskotters. In Spieka Neufeld zouden we een dag blijven liggen. De volgende ochtend vertrokken we met NW 5-6 bft  (en in de buien 7 bft). Wegvarend van de lager wal stonden behoorlijk op ons kop en we besloten terug te gaan. Met nam het vooruitzicht om onder deze omstandigheden relatief onbeschut bij Neuwerk te liggen trok ons niet. De gehele dag trok bui na bui over. ’s Avonds konden we in ‘Die Leuchtturm’ vis eten en de kinderen een schnitzel.

Vaartip 2
De prikken die naar Spieka Neufeld leiden zijn erg moeilijk te vinden. Wij kwamen s’ avonds aan in regenachtig weer en tegen de donkere achtergrond van het land waren de prikken niet te zien. Van de WE12 tot het begin van de prikkenroute zit in de eerste plaats een gat. Je moet dus eerst het begin van de prikkenroute zoeken (twee of drie prikken bij elkaar). Deze wijze van markeren wordt overigens op vele plaatsen op het Duitse Wad toegepast. Zet een koers uit van de WE12 of de WE10 naar het begin van de prikkenroute en vertrouw op je koers. Wij bleken vlak bij het begin van de route te zitten toen we een binnenlopend jachtje aanspraken dat ook op weg was naar Spieka Neufeld. Verderop in de prikkenroute naar Spieka Neufeld ontbreken over een lengte van ongeveer een halve mijl nog eens de prikken.

Van Spieka Neufeld naar Büsum
Donderdag voeren we van Spieka Neufeld naar Neuwerk. Een kort tochtje over het Weser-Elbe Wattfahrwasser, let op: de tonnen liggen ver uit elkaar. Bij de Ostertill neem je het Neuwerk Loch dat je vanzelf naar de aanlegplaatsen leidt. Neuwerk was een prettige verrassing. Een leuk klein eiland. Gezien de omvang van het eiland zou je denken dat het niemandsland is, maar het is echt bewoond. Je vindt er pensions en enkele restaurantjes. Men leeft daar van het toerisme, dagjesmensen en pensiongasten. Het eiland is zo klein dat je in een uurtje of twee het eiland rond bent en dan ook nog de toren hebt beklommen. Beschermd door een wal van basaltstenen zijn er twee aanlegplaatsen. Die van de veerboten (‘Ausflüge’; waar dagjesmensen uitstappen) en een loswal waar vracht wordt gelost. Het aankomen van schepen en het laden en lossen geschiedt tussen 3 uur voor HW en 3 uur na HW. In de tussentijd kun je rustig aan die loswal gaan liggen. Ook s’ nachts wordt er niet gevaren. Wij arriveerden rond één uur ‘s middags ( 3 uur na HW) en we vertrokken de volgende ochtend op half tij rond tien uur ‘s ochtends. Al die tijd konden we ongestoord aan de lossteiger liggen. Let op: aan de noordkant van de steiger loopt de grond snel af. Je ligt daar erg scheef. Voor de nacht zijn wij aan de zuidkant gaan liggen. Dat was een stuk comfortabeler. Het kleine haventje van Neuwerk aan de zuidkant van het eiland, valt erg ver droog. En is met twee a drie schepen eigenlijk al vol. Die gaan n.l. aan de ingang liggen omdat daar meer water blijft staan. Je moet dan om die schepen heen om verder naar binnen een ligplaats te vinden. Als je op tij verder wilt moet je daar dus niet gaan liggen. Grote kans dat je alleen rond HW (uur voor uur na) daar weg kunt. Op de Elbe heb je dan stroom tegen.

Vaartip 3
Duitse prikken lijken niet altijd wat ze zijn. Waar de routes onder de oost Friese eilanden duidelijk zijn aangegeven met open en gesloten prikken - waar halen ze al die mooie berkenboompjes vandaan? – ben je tussen Jade en Büsum pas zeker van het soort prik als je het rode of het groene reflecterende strookje hebt gezien!!

Tussen de Noord Friese eilanden liggen echter weer prima aangegeven prikken routes.

Op vrijdag voeren we van Neuwerk naar Büsum, een tocht van ongeveer 30 mijl. De wind: Zuidwest 3 Bft (later 4 Bft), bewolkt en soms matig zicht. We voeren niet onder Neuwerk door maar namen in noordelijke richting het Neuwerk-Elbe Fahrwasser. Vanaf de EN1 en de EN2 kun je prima oversteken naar het Neufahrwasser dat naar Frfiedrichskoog-Spitze leidt. We hadden een koers uitgezet van 45 graden. Haast voor de wind sturend met de motor bij werden we zo tegelijk met 2 à 3 mijl per uur naar het oosten verzet. Om elf uur waren we de Elbe over en bij de NE5. Met het opkomend tij mee ging het nu hard. Om twaalf uur voeren we langs de Spitze van Friedrichskoog. En met het vallende water liepen we om half drie Busüm binnen. Aan het begin van de tocht hebben we bijgemotord om voldoende snelheid te maken. We wilden met hoogwater bij de Spitze zijn om met voldoende water het Hoogen en Muschelloch over te kunnen. Overigens was het ook hier zoeken naar het begin van prikkenroute. Vanuit het Hundeloch is de BL15 goed te zien. Het begin van de prikkenroute in de Altfelder Priel ligt echter verder weg en moet even gezocht worden.
Büsum is een gezellige toeristische havenplaats waar veel dagjesmensen komen. Het is er druk met aan- en afvaarten naar Helgoland. Wij lagen in de jachthaven direct na de keersluis aan stuurboord. De jachthaven ligt wat verder weg van het centrum, maar er staan gratis fietsen ter beschikking. Natuurlijk heeft Büsum, zoals elke Duitse badplaats, een "Kurstrand". Daar hoort ook een uitstekend zwembad met een uitgebreide sauna bij. We zagen overigens ook passanten in de binnenhaven in het centrum liggen. Je hebt daar echter geen voorzieningen. In Büsum zijn we dat weekend gebleven.

De Noord Friese Eilanden
Maandag ochtend vroeg vertrokken we met vallend water richting de Noord Friese eilanden. Met het oversteken van de Elbe vonden we dit het meeste kritieke punt van onze tocht. Je vaart immers op open zee in een gebied waar de winden meestal westelijk zijn. Nu zijn de Duitse weerberichten via de Marifoon haast overal goed te ontvangen. Slecht zo nu en dan hadden we onvoldoende bereik. Door consequent te luisteren krijg je door hoe het weerbericht precies in elkaar zit en wanneer jouw ‘gebied’ komt. Deze kritieke oversteken maakten we steeds in een tijdelijke ‘opklaring’, in de rust tussen twee fronten waarin de wind eerder veranderlijk wordt of soms wegvalt. Toen we voor de Hever waren besloten we door te gaan naar Amrum. Het weer was erg rustig, de wind viel weg en we waren dan in één keer op onze meest Noordelijke bestemming. Begin van de avond liepen we Amrum aan. Negen dagen na ons vertrek uit Lauwersoog waren we op bestemming.

In dit gebied zouden we een week rond varen. We deden achtereenvolgens Amrum (prachtig eiland met strand, bos en duinen), Föhr (mooi, groot Waddeneiland), Langeness (een bijkans verlaten Hallig), Hooge (een toeristische halligen) en Pellworm (een groot waddeneiland) aan. We hebben niet alle eilanden gezien (en gaan dit jaar dan ook terug) maar wat we gezien hadden was prachtig en rustig. Als nederlands schip, zeker als platbodem, heb je veel bekijks. Het is een mooi beschut vaargebied.

We vonden het wel anders varen dan ‘ons’ wad: de grote geulen zijn veel breder en dieper en het stroomt er fors. Bij 4 Bft of meer moet je met de tochtplanning werkelijk overal beducht zijn op stroom tegen wind situaties. Het voor een tochtje dus veel belangrijker om stroom en wind dezelfde kant op te hebben, dan dat je op het juiste moment gaat varen met stroom mee, als dat betekend dat de wind tegen zit. Voordeel van het gebied is dat alle eilanden en Halligen dicht bijelkaar liggen. Als je zoals wij ze ook echt wilt bezichtigen, kan je een paar dagen met korte tochten volstaan.
Dat is ook een mooi rustpunt voorer weer stevig doorgevaren moet worden voor de terugreis.

Amrum
Amrum is een stoer Waddeneiland, Een prachtige combinatie van duinen, naald- en loofbos, heide en weiland, met meerdere schattige dorpjes. De haven goed aan te lopen. Je ligt daar wel aan vaste steigers, en je valt helemaal droog. Het is dus flink klimmen om op de steigers te komen. Vanaf half tij kun je de haven aanlopen.
Naast de haven kun je ook ankeren. Boven de haven liggen twee cardinaal boeien, vaar daar het strandje op. Het is grotendeels hard zand. Direct aan de haven is een goed restaurantje. Het eiland is klein en je bent het zo overgestoken naar de zeekant, waar een mooi strand is. Vlak bij de haven is een fietsenverhuur wat het makkelijk maakt om het eiland in een dag te bezichtigen, maar je kunt er ook prima wandelen.

Föhr
Wyk is een gezellig toeristisch plaatsje op Föhr. Er zijn veel badgasten, er is een lange boulevard, kortom: alles ademt de sfeer van een Kurort. Meerdere keren per dag zat in de muziektent een orkestje te spelen. Net zo als op Juist. Er een prima toegeruste grote jachthaven. In de binnenhaven kun je ook met een groter schip liggen. Ook hier kan je fietsen huren bij de haven. Fohr is niet echt een wandeleiland, het is heel vlak en soms wat saai tussen de dorpen in maar op de skate of fiets wel leuk om te doen omdat er meer dorpen te bezichtigen zijn.

Langeness
Langeness is een hallig. Een eiland met terpen (Warften) dat in de winter regelmatig onder water staat. Prachtig als je komt aanvaren: een lange streep met een serie bulten op een rij.
We lagen in een klein haventje aan de noordkant van Langeness. Er was daar dus helemaal niets!! Alleen een loswal. Zelfs op zo’n eiland kun je naar het café en uit eten. Loop naar de veerhaven (30 minuten) dan vind je daar een café-restaurant. Daar kun je ook droog liggen. Maar dan alleen bij gunstige wind.

Hooge
Hooge is de Koningin van de Halligen. Erg toeristisch. Met de veerboot worden hele groepen dagjesmensen overgezet. Die worden vervolgens met paard-en-wagen naar de hoofdterpen gebracht. Daar kun je eten en een museum bezoeken. Er is een Kirchwarft met een prachtig kerkje.
Wij voeren ongeveer 2 uur na HW naar binnen. Dat kon toen nog ruim. Je moet echter niet veel later zijn omdat er een drempel in de keersluis ligt. Twee schepen liepen vlak voor de haven vast.
De haven van Hooge was heel klein, erg druk en gezellig. De plaatselijke zeilvereniging vierde feest met een opti-wedstrijd voor volwassenen en kinderen. We waren al snel overgehaald om nog een nacht te blijven en de wedstrijd tot een ware internationale opti-wedstrijd te maken. Met een knappe tweede plaats schreven we geschiedenis.

Pellworm
De haven van Pellworm is ongeveer 2 uur na HW nog binnen te lopen (wij steken ongeveer 80 cm). Houdt consequent de groene prikken aan. Toen wij binnenliepen lag een Feeling net buiten de haven vast op een bankje. Hij had de bocht willen afsnijden. Het schip heeft daar tot het avond hoog water gelegen.
Aansturen: De kop van de veerdam aanhouden. De prikken zijn tegen de donkere achtergrond van het land pas van korte afstand te zien.

De terugreis
De reis terug liep via de Eider, een prachtige rivier met enkele historische plaatsjes. Het lijkt net het Reitdiep maar dan breder en langer.bijzonder is dat de Eider eigenlijk in drie stukken verdeeld is: de buiteneider: je vaart bij laag water echt op een rivier. Je bent echter nog op het wad: veel zeehonden op de "oevers". Het tweede deel kent nog tij maar is binnendijks: op dat deel vallen alle haventjes droog. Het derde deel kent geen tij en sluit aan op het Nord-Ostseekanal waar je aan het eind de sluis naar Brunsbuttel neemt.

Omdat de voorspellingen erg slecht waren streken we bij de sluis van Ottendorf de mast en voeren we binnendoor naar Bremerhafen. Cuxhafen lag toen al vol met Nederlandse schepen die al dagen op gunstig weer wachtten. Vanwege het vele regenwater moesten we echter bij de eerste brug na de sluis wachten tot er voldoende water gespuid was uit de Geeste. We konden er echt niet door terwijl we gestreken maar 2,20m boven de waterlijn hebben. We hadden deze tocht al meerdere keren gemaakt na reizen naar Denemarken. Echter zo hoog water in de Geeste als deze keer hadden we nog nooit meegemaakt (Wel belangrijk om voortaan rekening mee te houden in de tochtplanning, het kostte in totaal een dag). Ook de sluis in Bremerhafen wachtte met schutten tot het water in de kanalen voldoende was gezakt.

Na de sluis kan je in Bremerhaven meteen aan de kade liggen. Mooie plek vlak bij het centrum, maar bij harde westenwind wellicht wat onbeschut. Eenmaal in Bremen waren we weer op bekend waddengebied. Na nog een wat langere stop op Wangerooge wegens een dikke depressie met 9bf in de buien en een sensationeel hoog water (havendammen onder, treintje naar het dorp dat niet meer reed omdat de kwelder onder kwam te staan, en de drijfsteigers die boven de vaste steigers uitstegen) hadden we een verder voorspoedige thuisvaart naar Zoutkamp, onze thuishaven.

Wil je meer weten over de reis, mail ons of bel ons (daandorr apestrtje planet.nl; 0598-382616)