banner
Pagina in afdrukformaat
Laatste Waddentocht van het seizoen

Van: Eilard Jacobs, oktober 2010

Het is inmiddels oktober, als er lagedrukgebieden zijn is het in deze periode gelijk stormachtig en hogedruk betekent mist. Maar we willen toch nog een laatste Waddentocht maken. De weersvoorspelling belooft veel regen maar niet te veel wind. Mijn maat Dieks en ik schepen in voor een laatste Waddentocht van het jaar. Donderdagochtend verlaten we zodra het licht is onze thuishaven Langweer. De wind is zuidoost en neemt, geheel volgens de verwachting, al snel toe tot windkracht 5; daar moet wat mee te beginnen zijn. Het is ’s ochtends eerst nog droog, maar de beloofde regen laat niet lang op zich wachten. In de sluis van Workum begint het te druppelen om die dag ook niet meer op te houden. Maar we stuiven wel ruime wind naar Kornwerderzand en we komen daar een uur voor hoogwater aan. We melden ons bij de sluis en gaan keurig bij de wachtsteiger voor “sport” liggen. Geen verstandige keus, blijkt even later. Nadat de schepen richting IJsselmeer de sluis uit zijn, gaat het licht op groen en gooien we los om de sluis in te varen. Maar voordat we bij de deuren zijn gaat het licht weer op rood en de deuren dicht. “Dan had u maar voor de sluis moeten gaan liggen”, meldt de sluiswachter. Al met al kost het schutten zo wel anderhalf uur.

Maar dan zijn we ook op het Wad. Opgejaagd door de stevige zuidoosten wind én de regen varen we het Verversgat in. Het is hoogwater geweest, doodtij en er is zo’n 15 cm verlaging; we wagen ons maar niet aan het ondiepe stuk van het Zuidoostrak. Het Wad is een egaal grijze massa, waar water is en waar lucht, is niet erg duidelijk evenals de volgende ton, want het zicht is maar een halve mijl. Maar met een beetje opletten jagen we toch keurig het betonde vaarwater in. Alleen, want op deze grijze donderdag is geen ander schip te bekennen, zelfs geen charter!

Tegen een uur of vier doemt het Zuidwalplatform op uit de grijze massa. De stroom is lekker mee gaan lopen en we halen regelmatig 7 knopen over de grond. De zeilpakken worden wel op de proef gesteld met de gestaag neerstromende regen, maar de temperatuur is met deze zuidelijke wind al een graad of 15, dus koud is het niet. De wind krimpt zelfs nog een beetje en boven de Richel kunnen we de haveningang van Vlieland keurig bezeilen. De stroom is met dit doodtij niet al te sterk, de wind is dat wel, dus ook het laatste stuk tegen de stroom kunnen we zeilend voltooien. Om kwart voor zes schuiven we de vrijwel verlaten haven van Vlieland binnen. Andere zeilboten zijn we onderweg niet tegengekomen.

Als we ’s avonds ons rondje door het dorp maken wordt het droog en bij het teruglopen langs het wad twinkelen er sterren.

 

De volgende ochtend schijnt de zon boven de duinen de haven in en we varen om een uur of tien uit. Toen we in de haven lagen kwam er even wat mist opzetten, maar die trok gelukkig snel weer op. Eenmaal boven de Richel blijkt het echter nog niet opgetrokken te zijn en alles trekt potdicht, de zon is niet meer te zien. Het marifoonverkeer op kanaal 2 wordt een stuk drukker en we horen hoe de schepen bij Terschelling in de Slenk hun weg proberen te zoeken. Ondertussen waait het windkracht 4 uit het zuiden en lopen we met een flink vaartje de mist in. Voordat de mist opkwam waren er geen schepen in de buurt, op de Vlieree was het rustig. Twee charterschepen die voor ons vertrokken zijn, zien we nog als vage schimmen voor ons langs schuiven. Zolang we in het ondiepe water boven de Richel zitten is er weinig aan de hand, maar straks in de geul zouden we toch graag wat meer zicht hebben. Dat komt echter niet en we steken in dichte mist het diepe water op.

Op de marifoon is er nog steeds druk verkeer. Daaruit blijkt dat er meer zuidelijk van ons wel beter zicht is en dat is de kant die we opgaan. Ik overweeg nog even de comp uter op te starten en de AIS ontvanger aan te zetten, maar het duurt best even tot we signaal hebben en ik kan beter goed blijven uitkijken. Er is toch wel zo’n 50 meter zicht nu en vroeg of laat zullen we wel een ton zien, of een schip. Het echolood houden we natuurlijk scherp in de gaten, want als dat oploopt zijn we aan de overkant en moeten we overstag, maar we houden diep water. Een bleek zonnetje breekt nu door de mist en even later zie ik de grijze schim van een ton. We varen erheen en zien dat het een kardinaal is, maar welke? Een veel grotere grijze schim doemt uit de mist op en draait boven de ton naar stuurboord. Ik herken de Friesland. Hé waar zijn we dan, ik dacht eerder dat we op de Jacobsruggen zouden aansturen. De ton blijkt de kardinaal van het Pannegat te zijn, de Friesland draaide net de Westmeep in. Dan maar overstag, want we willen naar het Inschot en niet de Meep in. Onze overstag manoeuvre wordt door de Friesland aan de verkeerspost gemeld, je wordt wel in de gaten gehouden met dit zicht kennelijk. Maar allengs klaart het op en even later zien we dat we met onze slag over stuurboord met stroom mee recht op het Inschot afsturen.

De zon komt nu goed door en het begint prachtig weer te worden, aangename temperaturen en een flink briesje uit het zuiden. Met stroom mee en opkomend water het Inschot opkruisen is nu prima te doen. We maken brede slagen tot ver buiten de tonnen, wat niet helemaal zonder stuiteren gaat. Bij onze laatste slag blijken we echter, ver oostelijk van de betonning varend, de ingang van Scheurrak-Omdraai voorbij gevaren te zijn. Weer terug dus? Eerst maar eens even op de kaart kijken. Het is vrijwel hoogwater en er staat genoeg water om over de plaat de slag naar het westen te maken. Om half drie maken we een ankerstop bij de Paardenhoek, net voorbij de plek waar we de betonde geul weer zijn binnengevaren. Eieren met spek bak je nu eenmaal liever niet op één oor en bovendien loopt de stroom nog wat tegen.

Een uur later is de zuidenwind toegenomen tot 5 en we hieuwen het anker. Het is hier voldoende diep water om rechtstreeks op Oudeschild aan te sturen via de Westkom en we laten de betonning van het Scheurrak-Omdraai dan ook ver links liggen. Het is stralend weer geworden met temperaturen die zelfs op een zomerdag niet zouden misstaan. Met een lopend windje en een toenemende stroom mee zijn we om kwart over vijf in Oudeschild. Op deze vrijdag voeren we niet meer geheel alleen en kwamen we enkele jachten tegen. Behalve de charterschepen van de ochtend hebben we nog geen meeliggers gehad.

’s Nachts giert in Oudeschild de wind door het want en klettert de regen op het dek. Het zou nat worden dit weekend is ons beloofd. Maar dat mag dan best ‘s nachts vallen.

We hebben ons ingesteld op een dagje kruisen met stroom tegen wind om weer in Friesland te komen. Maar voordat we vertrokken zijn is de wind al gaan ruimen. In de haven van Oudeschild is het voor deze zaterdag een drukte van belang, de zeilvereniging heeft een tocht georganiseerd naar Makkum en we vertrekken in een vloot van witte zeilen. De wind ruimt steeds meer maar zakt ook steeds verder in. Van de regen is niets meer te bespeuren en de wolken trekken steeds meer weg. Het wordt alweer een prachtige dag, zo mag de weersvoorspelling er van mij wel vaker naast zitten. Vergeleken met de afgelopen twee dagen is het wWad nu druk geworden. We worden vergezeld door een ware vloot van jachten op weg van Oudeschild naar Kornwerderzand. Aanvankelijk houden we ze aardig bij, vooral door wat afsteken, maar de vloot blijkt toch wel sneller op den duur; moderne onderwaterschepen, daar doen wij niet aan. Met onze drie kielen is ons nat oppervlak natuurlijk wel wat groter.

Boven de spuisluis van Kornwerderzand passeren we een stroomdraad en plotseling staat de stroom tegen. Dit is de vloed van de andere kant. De wind is nu erg zwak geworden, maar we moeten toch de motor starten om te gaan schutten.

Op deze stralende zonnige dag in oktober verlaten wij het wWad voor de laatste keer dit seizoen. Drie dagen prachtige wind en alle weersoorten die de herfst kan bieden. We hebben alles kunnen zeilen en kunnen dit waddenseizoen tevreden afsluiten.