banner
Pagina in afdrukformaat
Het stille wad

Door Menno Leenstra, augustus 2006

Wij (Menno Leenstra en Jan Wolters) kwamen half augustus weer thuis terug in Groningen van een vakantie met onze klipperaak de Femmigje, die zich grotendeels op het wad afspeelde.
Net als de meeste van de jaren sinds 1981 zijn we een aantal weken op het oostelijke Nederlandse en het Duitse wad tot en met de Jade geweest.

Ik zocht na thuiskomst op de computer de site van de Wadvaarders op en vond daar tot mijn verrassing de door ons aangetroffen en tot enige verwarring leidende situatie over de aansluiting tussen Pinkegat en Holwerderbalg. Vertrouwend op een recente kaart en zonder naar wijzigingen in de BaZ te kijken werden we enigszins verrast door de betonning en hebben toen verder maar op zicht, peilstok en gevoel gevaren. Zonder problemen belandden we tussen de Engelsmanplaat en het Rif. De ondiepte in de knik van het Smeriggat kenden we al van vorige bezoeken maar met onze 80 cm diepgang is dat probleem letterlijk niet onoverkomelijk. Op korte afstand van een andere platbodem (vrouwe Aafke?) kwamen we iets ten zuiden van de SG 21 ten anker. Ook dat drijfbaken bleek volgens de Wadvaarders-site enige dagen later opgenomen te zijn.

Wat mij gedurende de vele jaren dat we regelmatig ergens op het wad droog vielen steeds weer opvalt is dat het aantal "droogvallers" eigenlijk uitermate klein is en vooral beperkt tot een paar plaatsen. Ook het aantal passanten per tij op de diverse wantijen is eigenlijk maar klein. Op het oostelijke Nederlandse wad, ook al zijn weer en wind gunstig, soms nog geen 10 schepen in een bepaalde richting midden in het vakantieseizoen.

In de prachtige stabiele periode van mooi weer in juli hebben we bv. droog gelegen bij het Vingegat vlak ten noorden tussen de V09 en de V11 (ons aanstuurpunt bij het afsteken van de vlakte van Oosterbierum) zonder binnen gezichtsafstand (en het zicht was knap helder) een ander schip te kunnen ontwaren. Dit is trouwens een prachtig punt (net niet in het kabelgebied, net niet in het zeehondengebied, mooie vlakke plaat op diverse dieptes direct naast de betonde geul, beschut voor vrijwel alle winden) en op elk puntje plaat dat in je buurt droog valt een zeehond die zich niet aan zijn gebied houdt.
Een paar dagen later boven Zwarte Haan, een schip in zicht (op ruim een kilometer afstand). Toen we tussen de Engelsmanplaat en het Rif lagen waren daar zeven schepen; daar was het dus naar onze maatstaven knap druk.

In de periode daarna door gevaren naar het Duitse Wad; gedurende bijna 3 weken daar geen enkele controlerende instantie gezien. Op Juist hadden ze weliswaar nog een oud foldertje waarin stond dat droogvallen in Zone 1 "grundsatzlich verboten" was, maar ook een nieuwer (2005) foldertje waarin aan dit toch vrij duidelijke verbod was toegevoegd dat het wel mocht, mits direct (er stond niet bij hoe direct) nabij een "gekenzeichnet" vaarwater. De mevrouw in de informatiepost daar gaf dat ook aan. Ook op dat soort posities hebben we dus diverse keren droog gelegen in vrij absolute eenzaamheid. We hebben ons daarbij gehouden aan de voorwaarde dat je niet verder dan 50 meter van het schip op het wad mocht lopen. Gelukkig/perongeluk lagen we daarbij wel midden tussen de mosselbankjes. De opkomst van de oesters maakt echter het op blote voeten op het wad lopen tamelijk riskant.

Noot webmaster: Meer over de vaarregels op het Duitse Wad vindt u o.a in Berichten 41 In Berichten 49 stonden artikelen over de Vaarregels en het gebruik van een scheepsjournaal in de Duitse wateren.