banner
Pagina in afdrukformaat
In de greep van het slijk (Gestrand bij Noordpolderzijl)
Willy Witsel en Cora de Fluiter, OVNI 345 "Waterreus" PDF versie met foto's

 

Donderdag 9 juni 2011 gingen we met onze OVNI 345 om 11:00 met mooi weer en harde wind, West 5 à 6 Bft, vanuit Lauwersoog naar Noordpolderzijl. NPZ ligt op de Gronings kust. Het is een getijde haven waarin je alleen kan binnen lopen rond hoog water.

 

Samen vast

Rond drie uur kwamen we bij de aanloop van NPZ aan. Maar we zagen dat een grote boot die gebruikt wordt voor dagtochtjes net naar buiten kwam. We weten dat de aanloop erg nauw is dus riepen we hem op kanaal 10 van de marifoon op om te overleggen. Hij zou wachten en ons laten voor gaan om binnen te lopen.

 

Maar grote schrik toen we vlak bij kwamen zagen we dat de boot voor dagtochtjes, ongeveer 20 meter lang, dwars over de vaargeul lag en die is daar erg nauw. Ik probeerde mijn elf meter lange OVNI 345 de Waterreus nog een beetje in het midden van de geul te houden, maar dat was niet mogelijk door de harde Westen wind. Draaien ging ook niet want de geul is daar te smal voor. We kwamen door de harde wind op de lage wal van de geul terecht. Maar ik dacht, het is nog een uur voor hoogwater en dat schip zal toch wel zo plaats maken? Dat was de eerste fout die ik maakte.

Want dat gebeurde niet want hij was, door de manoeuvre om ons voor te laten met zijn roer op de zijkant van de geul terecht gekomen en had zijn stuurketting gebroken. Wachten dus voor ons. Dat was mijn tweede fout.

Toen de dagtochtboot eindelijk zijn stuurketting weer had gemaakt was het water al lang aan het zakken en zat ik vast op de bakboord wand van de geul. Ik heb toen geprobeerd met mijn bijboot een anker uit te brengen naar de andere kant maar dat mislukte omdat het anker zich niet goed kon ingraven.
De lemsteraak Jannigje kwam ons gelukkig te hulp en probeerde ons vlot te trekken. Beide schepen op vol vermogen om zo veel mogelijk kracht te zetten. Dat heeft maar 5 minuten mogen duren want toen hield mijn motor het voor gezien. Ik had het hele koelwater systeem vol geblazen met slik en de motor werd oververhit en sloeg af. Dat was mijn derde fout.

De Jannigje was inmiddels zelf ook in de problemen gekomen en probeerde ondanks de harde wind op diep water te blijven en niet uit de geul te drijven. Toen besloot een andere schipper toch maar uit NPZ te vertrekken maar de doorgang was zo nauw dat dit een aanvaring met de Jannigje veroorzaakt heeft waardoor deze ook helemaal vast kwam te zitten.
De schipper die de aanvaring veroorzaakte was zo overstuur dat hij maar terugkeerde naar NPZ. De Jannigje kwam naast de geul op het wad terecht en zat zeker 30 cm hoger dan onze OVNI.


De Waterreus op punt van omvallen

Mijn vrouw en ik vonden het tijd om de reddingsdienst te bellen. Het was toen al vijf uur. De reddingsboot uit de Eemshaven, de Jan en Titia Visser voer uit en na een half uur zagen we hem aan komen stuiven. We waren helemaal blij. Dat was mijn vierde fout.

De reddingsboot bleef 500 meter van ons vandaan in de geul steken en moest terug keren. Ze konden niet eens meer over het wad terug naar hun station maar moesten omvaren over de Noordzee. Ze beloofden plechtig om op het volgende hoogwater rond vijf uur in de morgen terug te zijn om te helpen. Dat ging helaas niet lukken want er kwam niet genoeg water en de reddingsboot moest de actie verplaatsen naar het hoogwater in de avond.
Dat zou allemaal niet zo erg zijn als… onze OVNI 345 niet op de zijkant van de geul terecht was gekomen en langzaam begon om te vallen. Ik heb toen razendsnel een val van uit de top van de mast met een anker uitgebracht. Maar hoe ver ik mijn zware Danforth-anker ook uitbracht, het had geen tijd om zich in te graven en brak steeds weer uit en de boot zakte weer schever. Dat was mijn vijfde fout.

En toen kwam letterlijk de reddende engel, de schipper van de Jannigje, die ook vast zat. Hij had een schep als uitrusting bij zich en heeft toen een flinke kuil gegraven en daar een van zijn nog zwaardere ankers in begraven. Godzijdank hield dat. Inmiddels lag de OVNI al op 45 graden met het water tot aan het gangboord.
Toen was het inmiddels al elf uur in de avond en waren wij doodop van alle inspanningen bovendien waren we natuurlijk helemaal vergeten iets te eten. Langzaam liep de geul naast de boot leeg en toen was duidelijk dat de OVNI nog veel verder kon vallen als het anker van onze buurman zou uitbreken. Dat werd een lange nacht. Slapen was bijna onmogelijk en we lagen binnen dan ook op de zijkant van de boot. Alles was moeilijk aan boord. Je moest gewoon een steile wand beklimmen om bij de keuken te komen.

We hadden om vijf uur met de “buren” afgesproken dat we een poging zouden doen om onze boot met het vooranker de geul in te trekken. Dat is niet gelukt. Alleen de punt van de boot wees nu een beetje in de richting van de geul het achterschip inclusief de schroef zat in zijn geheel begraven in de zijkant van de geul. De trekkracht van het anker met de motor ondersteunen was daardoor onmogelijk. Ik heb de reddingsboot op de hoogte gebracht van onze hachelijke situatie. Zij hebben toen besloten om twee reddingsboten in te zetten.
Het werd een lange dag wachten tot het volgende hoogwater. Gelukkig was het wel prachtig weer. Alleen heb ik daar zelf niet veel van gemerkt vanwege de zorgen die ik had. De schipper van de Lemesteraak heeft die dag echter zeer nuttig gebruikt. Hij heeft met zijn schep achter zijn boot een geul gegraven terug naar de hoofdgeul naar NPZ. Dat was een heel werk en hij zat dan ook van onder tot boven onder de slik.
Cora, mijn vrouw, liet de honden uit en zat dan tot aan haar middel in het slik. NPZ is daarom geen aanrader als droogvalplek. Je zakt vaak tot over je knieën in het slik er is daardoor bijna niet te lopen.

Om vijf uur in de middag arriveerden twee reddingsboten. Een grote, de Jan en Titia Visser, die nauwelijks in de geul paste en een kleine snelle, de Engelina. Een van de redders werd overgezet naar onze boot om vast te maken. Hij klaagde wat over de slappe constructie en besloot de treklijn om de ankerlier vast te maken en adviseerde de Jan en Titia Visser het een beetje rustig aan te doen. De Jan en Titia Visser had zo’n ongelofelijk veel power dat we in een klap de geul weer in vlogen. We moesten proberen recht achter hem te blijven varen wat verdraait moeilijk is door zijn enorme vermogen het water en de NPZ modder in beweging te brengen. De Jan en Titia Visser zat onderweg naar NPZ nog een paar keer vast maar heeft terwijl wij werden binnen gesleept ook meteen de aanloop route naar NPZ wat dieper gemaakt.
De kleine reddingsboot heeft de Jannigje door de geul die de schipper zelf had gegraven vlot getrokken.

Wij waren dus weer bevrijd uit de greep van het slijk.


En weer los

Wat ik hier van geleerd heb

Mijn eerste fout: Ik had niet moeten proberen te wachten tot de dagtochtenboot de vaargeul had vrij gemaakt maar onmiddellijk tegen de harde westen wind op moeten draaien om aan de hoge wal van de vaargeul een anker uit te brengen. Dan had ik weliswaar ook dwars in de geul gelegen maar dat was dan veel veiliger voor mijn schip.

Mijn tweede fout: Ik had achter mijn anker moeten wachten en niet aan lage wal tegen de zijkant van de geul. Ik had dan wel het verkeer gehinderd voor in en uitvaart maar de veiligheid van je schip is belangrijker dan het ongemak van anderen.

Mijn derde fout: Met de motor, met vallend water aan lage wal met harde wind proberen los te komen is kansloos. Uiteindelijk trek je daarmee je hele koeling vol slip.

Mijn vierde fout: Ga nooit zo maar zitten wachten tot je gered wordt maar neem alle maatregelen om je boot in veiligheid te brengen of de kansen op redding te verbeteren. Want ook een redding kan mis gaan en veel meer tijd gaan kosten dan je denkt. Handel zoals bijvoorbeeld de schipper van de Jannigje. Hij verbeterde zijn kansen door een geul te graven naar dieper water. Want de grote Jan en Titsia Visser bleek geen genoeg ruimte te hebben om de Jannigje dwars de geul in te trekken. De kleine minder krachtige Engelina wel.

Mijn vijfde fout: Een anker dwars uit brengen via een val aan de top van de mast is een uitstekend idee om, als je op de zijkant van een geul ligt, omvallen te voorkomen. Maar een anker werkt alleen als het zich kan ingraven en niet als het onmiddellijk zwaar wordt belast. Bij sommige ankers is het ingraaftraject wel 10 meter. Als mijn anker ook 10 meter nodig had om zich in te graven was ik al lang omgevallen. Dus als een anker zich niet kan ingraven moet je dat zelf doen met een schep. Ik ben dus letterlijk gered door de schep van de schipper van de Lemsteraak en hij heeft zichzelf met de schep gered door een geul naar dieper water te graven anders had hij zeker tot de volgende spring moeten wachten om vlot te komen. Ik denk daarom dat een schep voor de echte wadvaarders een onmisbaar gereedschap aan boord is.

Tot slot
Ik vind dat wadvaarders natuurlijk de wierpot snel schoon moeten kunnen maken, de impellor van slik moeten kunnen reinigen en als de boot uitgerust is met een interne / externe koeling de warmtewisselaar moeten kunnen demonteren en schoonmaken. Als je dat niet kan oefen dan eens in je thuishaven want deze kennis is onmisbaar op het wad.

Natuurlijk is NPZ voor wadvaarders de mooiste haven van Nederland. Maar dit jaar is de aanloop extra lastig omdat de vaargeul vlak bij NPZ heel smal is geworden. Rijkswaterstaat heeft de prikken op de helling van de geul geplaatst dus je moet redelijk dicht langs de prikken varen. Bovendien is het wad direct naast de geul het laatste stuk erg hoog. Ook bij hoogwater staat er maar zo’n 30 – 50 cm. In de geul blijven is daarom erg belangrijk

Vanaf de ZOL kom je eerst groene steekbakens tegen daarna in groene prikken. De prikkengeul buigt naar het Westen en maakt dan een bocht richting NPZ. Ik heb de indruk dat de prikken in die laatste bocht naast de vaargeul staan en niet op de helling van de geul. Let goed op in dit gedeelte.

Dichter bij NPZ wordt het snel ondieper en veel smaller. Je kan elkaar daar volgens mij niet meer passeren. Oproepen via marifoon kanaal 10 om afspraken te maken met uitgaande vaart lijkt me hier heel belangrijk voor de veiligheid. Het is jammer dat veel wadschippers geen goede marifoon discipline hebben. De marifoon staat uit of ze laten hem rustig op 5 staan om nog een Schier weerberichtje mee te pikken.

Het klinkt misschien vreemd maar voor wadvaarders die NPZ voor het eerst aanlopen is HWNPZ geen goede aankomst tijd. Fouten worden dan bestraft, vooral als het richting doodtij gaat. Nieuwelingen kunnen daarom het best NPZ anderhalf uur voor of een uur na HWNPZ aanlopen waarbij het tij richting springtij gaat. Want vastlopen rond hoogwater is geen goed idee, vooral niet bij een onbekende haven. HWNPZ = HWSchier + 20 minuten.

Vertrek vanuit NPZ weer zo vroeg als dat kan, dan heb je een betere kans om los te komen als je een stuurfoutje maakt en je hebt meer water op het Lutjewad en de ZOL wantijen. Voor een schip met een diepgang van 80cm kan je uit NPZ vertrekken als de waterstand 10cm onder de tweede balk staat. Echte scharrelaars met een diepgang van 80cm kunnen proberen bij 15–20cm onder de balk al te vertrekken. Vaar dan wel erg langzaam anders zit je door de zuiging toch nog vast.