banner
Pagina in afdrukformaat
Zagers
 

door Rian Rensen-Bronkhorst
(Uit: Berichten 64)

  Zager, afb 1
   
 
 
Zagers, zo noemen vissers meestal de zeeduizendpoot. De wetenschappelijke naam, Nereis, is veel mooier. Nereis betekent zeenimf, dochter van Nereus, in de Griekse mythologie de god van de zee. Zagers zijn zeewormen, die het grootste deel van hun tijd doorbrengen onder stenen en in gangen in de wadbodem. Wie ooit de kans krijgt ze in de schemering te zien zwemmen, begrijpt waar die mooie naam zeenimf vandaan komt. Ze zwemmen golvend door het water waarbij ze iriserend kunnen oplichten. Aan onze kust komen twee soorten voor: de gewone zeeduizendpoot (Nereis diversicolor = met verschillende kleuren) tot ongeveer 20 cm lang en de grote zeeduizendpoot (Nereis virens = is donkergroen), deze kan wel 40 cm lang worden.
 
Lichaamsbouw   
   
Kop [afb.2]

Zagers zijn nauwe verwanten van de regenworm. Ze hebben ook dezelfde geringde lichaamsbouw; daarom wordt deze groep ongewervelde dieren ringwormen genoemd.
De ringen van de zager hebben uitstulpingen die het beest als peddels gebruiken kan. Geen wonder dat ze met zoveel peddels een aardige snelheid kunnen halen!
De achterste segmenten zijn bijna identiek, hier bevindt zich ook het darmkanaal. Vaak kan een afbeten achterstuk weer aangroeien.
De voorste segmenten verschillen meer van elkaar. Vooral de kop is de moeite van het bestuderen waard. Na de mond komt – net als bij ons – de keel, maar wat voor keel! In die keel bevinden zich de kaken. De keel kan, als een soort slurf, binnenste buiten gestulpt worden en dan kan de zager met zijn kaken een prooi grijpen. Daarna wordt de keel met prooi en al weer naar binnen getrokken. Achter de keel begint het maagdarmkanaal waarin twee klieren uitmonden die spijsverteringssappen afscheiden. Helemaal aan het einde van het lichaam is de anus te vinden.
 
Dwarsdoorsnede [afb.3]
 
Voortplanting

De voortplantingsorganen zijn heel eenvoudig van bouw. Ze bevinden zich aan de buitenzijde van het lichaam. Zagers zijn mannelijk of vrouwelijk (veel ringwormen zijn hermafrodiet = zowel mannelijk als vrouwelijk). Wanneer de wormen geslachtrijp zijn, zwemmen ze naar de oppervlakte. De mannetjes worden door de vrouwtjes aangetrokken, als de vrouwtjes hun eitjes in het zeewater afzetten, scheiden de mannetjes zaadcellen af. Hiermee eindigt het leven van de volwassen dieren.
Als de larve uit het ei kruipt, bezit hij drie segmenten met borstels. Bij de groei worden steeds voor het laatste segment nieuwe gevormd. De kop is in het begin nog nauwelijks ontwikkeld. Wanneer het voorste deel uitgegroeid is tot een duidelijke kop, gaat de jonge worm naar de bodem en begint een leven als gangbewoner.
 
Het leven van de zager

De zager graaft zijn gang in slikkige bodem met een laag zuurstofgehalte, vaak zijn dat de plaatsen waar de bodem donkergrijs tot zwart gekleurd is en behoorlijk naar zwavelwaterstof (H2S) kan stinken. Je zult hem dus vooral vinden op die plekken waar de stroming niet al te sterk is. Hij heeft er helemaal geen moeite mee als zijn woonplaats droogvalt, je vindt hem tot ongeveer anderhalve meter diepte. Voor de stevigheid is zijn gang met slijm bekleed. Hij eet vooral andere soorten wormen die hij met zijn kaken uit hun hol trekt, maar ook allerlei andere ongewervelde dieren zijn niet veilig voor hem. Hij sleurt zijn prooi soms zijn eigen hol in om hem daar met zijn stevige kaken te verscheuren. De zager is een geduchte rover met scherpe ogen (vier!)en een uitstekend ontwikkelde reuk. Bij gebrek aan levende prooien neemt hij genoegen met aas en zelfs bepaalde soorten wier worden niet versmaadt.