banner
Pagina in afdrukformaat
Gerookte makreel

Dit keer: Roken op het wad
Gerookte makreel, en wat er zoal bij komt kijken.

Als wij een weekje op het wad vertoeven, zonder koelkast en de havens mijdend, dan is na een dag of twee het verse vlees wel op. Natuurlijk kan je verder mosselen of kokkels eten, maar wat variatie is ook niet weg. Zo kwamen wij op het idee om gerookte makreel te eten. Tja, hoe doe je dat?

Eerst het vistuig
Hiervoor gebruiken we een paravaan met een makrelen-paternoster. Heb ik niet zult u zeggen, maar ’t is gemakkelijk zelf te maken en maar eventueel ook te koop. Een paravaan maak je van een stukje hout van 4x8 cm, en ongeveer 1 cm dik, aan de voorzijde afgeschuind onder 45 graden. Vooraan twee gaatjes voor de lijn naar de boot, achteraan een gaatje voor de makrelenlijn. Om te voorkomen dat het een warboel wordt kan je nog twee warteltjes aan de lijnen zetten.
De makrelenlijn of makrelen-paternoster is een lijntje met dwarslijntjes met haakjes eraan. De haakjes zijn versierd met kippenveertjes, die door de makrelen zo leuk worden gevonden dat ze erin happen.

Het geheel wordt een meter of tien tot twintig achter de boot aan gesleept aan een dunne, maar stevige vislijn. Door de schuine voorzijde duikt het plankje de diepte in tot een meter of drie.

De eerste makreel gevangen!

Waar te vangen
Zwemmen die makrelen nou overal? Nou nee, ik kwam ze alleen tegen in het zeegat oost van Baltrum. Maar ze zijn wel makkelijk herkenbaar aan het clubje meeuwen dat er boven hangt te krijsen. De makrelen jagen namelijk de kleine visjes naar boven die door de meeuwen worden verschalkt. Zie je dus meeuwen, krijsend duiken op het water, dan kunnen daar dus makrelen zitten. Houd echter ook de diepte in de gaten! Bij Neuwerk waren die duikende meeuwen er ook, maar vastlopend op een plaat bij hoog water (het was nog maar 40 cm diep) beseften we nog net op tijd dat meeuwen ook wel krabbetjes lusten. Bij de visboer vangt het overigens ook goed, en het panklaar maken doet 'ie ook wel voor je. Afijn, de techniek is één ding, vangen is een tweede.

Het panklaar maken
Maar eens komt het moment dat er dan daadwerkelijk iets aan je haak zit. Na het spartelende ding binnengehaald te hebben, geef je hem eerst een stevige tik op z’n kop (met een lierhandel of zo). Daar worden ze heel rustig van. Vervolgens moet hij panklaar worden gemaakt. Mijn pan is niet zo groot, dus kop en staart gaan er af. Verder wordt de buikholte open geritst, aan de achterzijde vlakbij een vinnetje zit al een gaatje met een begin. Alles wat los in de buikholte zit, inclusief het zwarte vlies, mag er uit en is voor de wachtende meeuwen.

Het roken
Natuurlijk kan je in de hengelsport- of kookwinkel een heel mooi RVS rookoventje kopen voor zestig euro of nog meer, maar het volgende werkt ook prima.

Een oude juspan (kringloop: € 2,50) daarin wat houtmot (schaafsel van beuken- of kersenhout, niet geïmpregneerd of geschilderd natuurlijk), een onderzettertje of afstandhouder gefabriceerd van wat stevig draad, een oud bordje als lekbakje en een roostertje van wat gaas waar de vis op kan liggen. Tot slot een goed sluitend deksel.

De vis eerst goed met een handvol zout inwrijven en paar uur laten intrekken. Dan schoon spoelen en droogdeppen en het liefst nog even laten drogen. De pan op een hoog vuur flink warm laten worden tot de houtmot begint te roken, dan het vuur zacht, de vis erin en het deksel op de pan. De pan moet zo heet zijn dat je net wel/net niet je hand op het deksel kan houden, de temperatuur ter hoogte van de vis moet ongeveer 60-70 graden zijn. Na zo’n 20 minuten kan het vuur uit en de vis in de pan laten afkoelen. Of nog 10 minuten doorroken en de vis lekker warm opdienen.
Eet smakelijk!