banner
Pagina in afdrukformaat
Principes

Door Eilard Jacobs

Wadvaren is een principiële kwestie, principes zijn om je aan te houden.
 
Principe 1, zeilen
Een zeilvakantie is om te zeilen, als motorboot is onze zeeschouw Vertrouwen WK 5 trouwens ook helemaal niet zo geschikt. Een onhandig grote stok erop waardoor we voor bruggen moeten wachten, door wielwerking stuurt hij op de motor niet vanzelf rechtuit en als het regent kan je niet eens binnenzitten en de ruitenwissers aanzetten. Dus zolang er wind is, zeilen we.
 
Principe 2, Geen jachthavens
Het heerlijke van het Wad is dat je, zolang de weergoden je een beetje goedgezind zijn, je niet in jachthavens hoeft te liggen. Elk eiland heeft wel zijn beschutte mogelijkheden om droog te vallen al zijn ze wel eens verboden gebied vanwege het omzetverlagend effect op de nabijgelegen jachthaven.
 

De Vertrouwen in Vliestroom.  Foto vanaf de veerboot gemaakt door Tjerk Bogstra
 
Principe 3, Waar de wind ons waait.
Wij varen niet met tegenwind, want we passen onze koers aan de wind aan. Het kan daardoor voorkomen dat we de hele vakantie heen en weer varen op het Nederlandse Wad, dat wel, maar dat hebben we er graag voor over natuurlijk.
 
Principe 4, Met de stroom mee
Wij kijken naar de getijtafel om maximaal van de stroom te profiteren. We kijken niet op een uurtje meer of minder tijstoppen als de wind de stroom niet de baas kan.
 
Principe 5, Minimale elektronica
Marifoon en GPS zijn voor noodgevallen. Sinds ik in de haast eens een keer een waypoint een minuut verkeerd heb ingetoetst, waardoor we plotseling nog een droogte verder moesten varen, vertrouw ik de GPS niet meer voor navigatie. Verdere elektronica is helemaal overbodig.
 
Principe 6, Afsteken
De kortste weg tussen twee punten is nog altijd een rechte lijn (behalve op de zeekaart trouwens, maar op het Wad lukt het nog wel zonder een grootcirkelroute). Tonnen zijn bedoeld om je attent te maken op aanwezigheid van andere boten, die bevinden zich er namelijk tussen. Zolang je buiten de betonning blijft, nadert de kans op aanvaring tot nul.
 
U zult u afvragen of Wadvaren nog wel leuk is met zoveel principes. Dat vragen wij ons dat ook wel eens af.
 
Augustus 2006, 15.00 uur Wind west 3 tot 4
Nabij het Oosterom onder Terschelling, anderhalf uur voor hoogwater te Nes.
Met stroom en wind mee liepen we vanaf Vlieland de afgelopen uren vlot 5 knopen, nu de fut er uit is op het wantij, zakt dat terug naar een knoop of 2,5-3. Ergens ten zuiden van ons vaart een hele stoet zeiljachten voortdurend gijpend strak langs de betonde route over het wantij. Wij varen een rechte koers op de ingang van de Blauwe Balg, nog niet goed zichtbaar, maar keurig ingeprogrammeerd als waypoint toch aanwezig, handig zo’n GPS.
In de Blauwe Balg staat het stroompje nog aardig tegen al nadert de kentering. De wind is nog wat afgeflauwd en tergend langzaam dobberen we de tonnetjes voorbij. “Toch maar even de motor erbij, anders missen we straks nog stroom mee op het Borndiep” excuseer ik me. Fok weg en even tegen de stroom in doorstomen.
In het Borndiep neemt het restje van de vloedstroom ons weer mee en bollen de zeilen ook weer. Nu even flink afsteken over de Vrijheidsplaat, zodat we ook in het Molengat nog wat aan stroom mee hebben. “Maar ja daar zitten wel een paar droge stukken en nu met pal hoogwater daar vastzitten lijkt me toch geen goed idee.” “Trouwens tussen de tonnen heb je meer stroom” is ook een bruikbaar excuus.
In het Molengat begint de eb nu toch door te zetten, de flauwe koelte bolt de zeilen nog, dat wel, maar het schuift nog maar langzaam tegen de inmiddels doorzettende eb in. “Laten we in de Ballumerbocht gaan liggen, lekker rustig ankeren in de prut en met het bijbootje en fiets kunnen we wel naar de loswal en boodschappen doen”. Even de marifoon bij voor het weerbericht, hè wéér net te laat, hadden we hem maar gewoon onder het varen aangezet, dan mis je dat niet. In de verte doemt de Ballummer bocht op, er steken nogal wat chartermasten boven de loswal uit, liggen we dan wel rustig? Voor boodschappen is het toch al te laat nu (we doen net of de avondopening nog niet in deze contreien is doorgedrongen). In onze magen ontstaat een duidelijk gevoel van brandstofdeficiet. “Laten we vanavond maar een vorkje gaan prikken in Nes”. We komen nog steeds vooruit, maar nauwelijks meer over de grond, toch handig zo’n GPS. 
 
Afsteken wagen we niet meer nu het tij al aardig valt. In de verte lonkt de veersteiger van Nes. Toch maar zeilen neer en motor aan, dan schiet het tenminste een beetje op. Voor droogvallen begint het ook al wat laat te worden, laten we maar in de haven gaan liggen, dat is ook makkelijk als we vanavond in het donker terugkomen en bovendien moeten we morgen anders met het bijbootje naar de wal voor de boodschappen, dat is vanaf de steiger toch veel makkelijker.
Straks even kijken met de laptop of ze al Wi-Fi hebben in de jachthaven van Ameland, ik moet toch nodig mijn e-mail controleren. En dan kan ik gelijk even checken of die oostenwind morgen nog doorgaat. We willen beslist nog naar Schier........