banner
Pagina in afdrukformaat
(N)ergens heen

Tekst en foto's van Loet Smit, aan boord van Wieg

Uit de jaren dat ik nog in een expeditiekayak rondpeddelde, stamt zo'n beetje mijn opvatting over wadvaren. Sommigen willen met hun schip van punt a naar b. Voor mij zit de lol tussen vertrek en aankomst in. De reisplanning van dit schippertje bestaat uit voldoende water en voer aan boord zetten, kijken hoe de stroom en de wind staan en dezelfde richting volgen. Liefst over de meest ondiepe uithoeken, als het bootje dan omgaat, kan het in ieder geval niet diep zinken. Plus dat het er vele malen mooier is dan in de grote vaargeulen, tussen de echte zeelui en dito pk's. Want omslaan kan dit scheepje, een soort uit de hand gelopen kano van zes en een half bij twee meter, met twee zijzwaarden en een nagenoeg plat vlak. Een paar goede golven van opzij en het is gedaan met de koopman, de zelfvullende kuip doet de rest. Wieg heet ze, en ze doet haar naam eer aan. Ze rolt en stampt als de beste. Eigenlijk was mijn kayak veiliger, maar die kon niet zeilen, laat staan dat je ermee voor anker kon liggen en aan boord slapen.
 
Naar de Razende Bol
Den Helder is onze thuishaven. Met oostenwind en uitgaande stroom wordt de Razende Bol dit weekend het excuus om te varen. Na het schutten en passeren van de grijze vloot bekruipt me de gedachte dat er elk moment een mbk- of andersoortig gezagvoerend vaartuig achter me aan komt razen, om me erop te wijzen dat het niet toegestaan is om zomaar voor het plezier naar buiten te gaan. En of ik me zo spoedig mogelijk weer in m'n box wil vervoegen.
Eenmaal buiten de haven valt deze gedachte gelukkig weg. Samen met het laatste restje wind. Ik start de motor weer en stuur haaks op de geul richting het duin naast de Mokbaai. Even denken hoe ik de golven pak midden op het Marsdiep, maar die zijn me zeer gunstig gezind. Toch vind ik het elke keer weer prettig om buiten de betonning te komen. Het water is er kalm genoeg om, met het helmhout vastgelijnd, naar de punt te lopen en de kluiverfok uit te bomen. Ik heb geen echte vaarboom en probeer wat met de pikhaak. Alsof het ervoor gemaakt is. Uit die motor. Over het Marsdiep ploegen zeilschepen tegen de stroom in richting haven. Nederland is weer om zes uur thuis. Ik schiet voor geen meter op, prachtig! Het bootje neemt de snelheid van de stroom aan, er is amper nog wind, de kluiver klappert en vangt zo nu en dan een flauwe zucht.
Toch ben ik vlotter dan me lief is voor het Molengat. Nu is er echt he-le-maal geen wind meer, de kluiver gaat omlaag, de motor aan. Het wordt donker, ik vaar het Molengat in en om het puntje van de Bol, moet opletten vanwege de felle stroom. Ik weet van m'n laatste kanotrip dat er een dieper geultje moet zijn meteen om de hoek, met een zandbank ervoor, probeer de opening te vinden, maar het is nu echt bijna donker. Omkeren en wegwezen hier, aan de zuidkant is ruimte zat om te ankeren en daar lig ik met de vannacht voorspelde naar NW draaiende wind nog in de luwte ook.
 
Voor anker
Aan voor- en hekanker, met de boeg wijzend naar Den Helder, net buiten de branding. De wekker op 03.00 (dan zet de eb door en moet het hekanker voor 't mooie naar bakboord omgezet worden). Een kolonie dwergsterns laat collectief van zich horen. Niet zeuren jongens ik lig ver buiten de gele bordenlijn en verroer me voorlopig niet. De soep pruttelt op het vuur, in de kuip staat een fles wijn de zoute lucht in te ademen. Ik kan me niet losmaken van 't sfeertje en zit tot ver na enen in de kuip. Met de verrekijker ontdek ik dat ik niet alleen ben; op de oostpunt hebben vijf kayakkers hun kamp opgeslagen. Proost luitjes.
 
Onder een schitterende zonsopgang schuiven we op het strand...(c) Loet Smit
  
Een hazenslaapje tot de stroom gedraaid is, naar buiten om de ankerlijn over het roer te tillen en weer vast te leggen. Het is toch wel echt eind september, gauw de kajuit in. Ik lig nog enige tijd wakker vanwege passerende beroepsvaart. Stevige brekers rollen als dikke zwarte strepen op het strand af. Gelukkig houden 't voor- en achteranker samen de boeg goed haaks op de branding. Om 06.30 heeft het water bijna z'n laagste punt bereikt. Ankers op, en onder een schitterende zonsopgang schuiven we op het strand. Ik hijs m'n warmhoudpak in de mast om te drogen en overtuig me ervan dat de ankerbol goed zichtbaar is, in de hoop dat dat genoeg indicatie geeft dat we niet gered hoeven te worden. Ik heb nog alle tijd, neem koffie en boterhammen mee en ga wandelen. Het kayak-kamp vertoont nog geen teken van leven. De wind is zoals voorspeld gedraaid naar NW en wakkert aan. We zijn voor het eerst drooggevallen; de korte tijd dat het bootje droog ligt, gebruik ik om de romp te borstelen. Veel aangroei is er niet, dus ook het dek en kajuit krijgen meteen maar een schoonmaakbeurt. Het is tenslotte zondagochtend. Ik krijg visioenen van een lange rij droogliggende platbodems aan de Razende Bol. Verwoed boenende schippers, met keurend oog druk om hun nering heen lopend, op zoek naar vuil en aangroei. ''Zo buurman, aan de grote schoonmaak ? Ja, zondag hè, je moet bezig blijven''. Voor straf zet ik nog een pot koffie.
 
Warmhoudpak en ankerbol goed zichtbaar (c) Loet Smit
 
En dan terug
Om elf uur los en op 't kluivertje oversteken naar Huisduinen. Ik moet nog één keer terug omdat de ankerlijn de schoot blokkeert. Midden op de vaargeul is het veel te wild om naar voren te gaan. Na de boel geklaard te hebben gaat het lekker tot de scheidingston. Veel schuim en grote zwieperds hier. Ze leggen het scheepje nog net niet dwars op de golven. Ik zet de motor vol bij en stuur in een rechte lijn de geul uit. We stuiteren maar blijven door de vaart goed vastbijten in het water. Eenmaal buiten de betonning kan de motor uit en is het ontspannen zeilen. Ik kom zonder motorhulp tot in de havenkom, iets wat me nog niet eerder was gelukt.
De meeste kennissen vinden het maar saai, dat zeilen en ankeren enzo; ''en dan ga je nog nergens heen ook''. Het kan me niet doelloos en saai genoeg zijn.