banner
Pagina in afdrukformaat
Liever stoppen met werken dan met het Wadvaardersbestuur

Interview met voorzitter Maarten Snel door Martin Berk

Hij is al vijf jaar boegbeeld van de vereniging. Hij praat met ambtenaren, met provinciale bestuurders en hij mocht zelfs onlangs nog aanschuiven bij een bijeenkomst met Minister Veerman. Hij heeft zoals hij zegt maar één taak: de belangen van het vrij en verantwoord varen op de Waddenzee voor het voetlicht brengen en propageren. Maar hij moet ook verantwoording afleggen. Binnen het bestuur en straks ook op de Jaarvergadering. Tijd voor een gesprek met voorzitter Maarten Snel.
 
Het wordt oogstjaar want de Erecode voor vrij en verantwoord varen is vier jaar oud en wordt dit jaar geëvalueerd. Wat is je verwachting?
Ik verwacht dat de cijfers in ons voordeel zullen zijn. Onze eigen waarnemingen van het droogvallen en die van de BBZ wijzen uit dat er geen noemenswaardige verstoringen zijn opgetreden. Van andere waarnemers zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en LNV verwacht ik vergelijkbare resultaten. Ik ben daar wel optimistisch over. Minder optimistisch ben ik over wat daarna gaat gebeuren Een positieve evaluatie is één ding, het opstellen van wettelijke richtlijnen is iets anders.
In de wet- en regelgeving moet de Erecode een plek krijgen. Dat zal niet meevallen omdat we te maken hebben met de Vogel en Habitatrichtlijn en Natura 2000. Vooral de ‘handhavers’ zullen de regels toetsbaar willen vastleggen en dat is een moeilijk traject. Ik ben bang dat er straks toch nog anker- en droogvalplekken aangewezen gaan worden. En dat zou een heel slechte uitkomst zijn. Operatie gelukt maar patiënt overleden. Dat is mijn schrikbeeld.
Bestuurlijk gezien hebben we het aardig gered. We hebben goede relaties met de gedeputeerden van Noord-Holland, Groningen en Friesland. Met de ambtenaren zal het nu moeilijker worden omdat het secretariaat van de Stuurgroep Waddenprovincies gedecimeerd wordt. Onze investeringen in de relatie met de ambtenaren dreigen zo in de toekomst nog weinig op te leveren. Dat is zorgelijk. Maar de politici blijven mij geruststellen dat het allemaal in orde komt.
 
Je hebt een imago van ‘bestuurder, prater en overlegger’. Je kiest voor het lobby- en beinvloedingscircuit. Vind je dat je daar wat mee bereikt hebt?
Ja. De Erecode is nu niet alleen van de Wadvaarders, maar is inmiddels geadopteerd door veel andere organisaties. De Waddenvereniging die altijd sceptisch stond tegenover de Erecode staat er nu achter. De provincies, de gemeenten en eilanden, LNV, Natuurmonumenten, ANWB en vele anderen verschaffen brede steun aan de Erecode en daarmee aan het beginsel van de eigen verantwoordelijkheid van mensen in kwetsbare natuurgebieden. Dat is ook de reden dat de politici zo enthousiast zijn. Het past in het tijdsbeeld van de eigen verantwoordelijkheid van de burger.
Ook hebben we bereikt dat de Vereniging Wadvaarders een brugfunctie vervult tussen de natuurbeschermers en de recreatiebelangen. Dat is een dankbare positie. Ook een kwetsbare positie omdat je niet bij de een en ook niet bij de andere groep onder te brengen bent. We willen dat ook bewust niet.
Overigens hebben wij het meeste bereikt door als het nodig is in het overleg de grenzen aan te geven, wetende dat de vereniging tot actie te bewegen is. Als straks ondanks de goede evaluatie van de proef met de Erecode blijkt dat toch de regelgeving verslechtert, zullen we die actiebereidheid hard nodig hebben.
Binnen het bestuur zijn verschillende visies vertegenwoordigd. Als ik de neiging heb om teveel toe te geven zoals bijvoorbeeld rondom het tonnengedoe in het Smeriggat, word ik teruggefloten door mijn medebestuursleden. Gelukkig hebben wij diverse karakters in het bestuur. Zo kunnen we elkaar scherp houden.
Maar vergeet niet, uiteindelijk moeten de leden van onze vereniging beoordelen of we genoeg bereikt hebben. Zij moeten het antwoord geven op de vraag die je mij stelde. Het woord is elk jaar aan de leden, op onze jaarvergadering.
 
 
 
 
voorzitter Maarten Snel, richting wijzend Foto: Evert Jan de Kluizenaar
 
Wat zijn de successen?
Men heeft ons leren kennen als die club die de brugfunctie tussen natuurbescherming en recreatiebelangen vervult. En die vaak verstandige dingen zegt, een club waar mee te werken valt. Men vraagt ons advies en overleg. En men neemt onze standpunten serieus. Rijkswaterstaat heeft in 2005 met ons gesproken over de betonning van de Blauwe Balg en het Oosterom; en afgelopen zomer over het Smeriggat. En in een recent overleg hebben we met RWS een goede oplossing voor het Smeriggat voor 2007 gecreëerd.
De Raad voor de Wadden sprak met ons over het begrip verstoring. En de opstelling van de tekst voor de nominatie van het Wad als Werelderfgoed is door ons sterk beïnvloed: nu staat er dat “menselijke activiteiten een onlosmakelijk deel uitmaken van het bijzondere karakter van de Waddenzee”; dat stond er eerst niet.
De Erecode hebben wij ontwikkeld en die is nu van iedereen. We hebben nu een goede relatie met de Waddenvereniging die onze belangen nu ook serieus neemt.
Maar ook intern is winst geboekt. De vereniging is gegroeid in aantal leden, maar ook met meer activiteiten. Er zijn meer actieve leden: de waarnemers, de site en de redactie van Berichten, de organisatie van de jaarvergadering, de regionale bijeenkomsten. Meer activiteiten en meer actieve vrijwilligers. Dat betekent dat ook in de breedte de vereniging sterker geworden is en minder afhankelijk van enkele personen.
 
Wat zijn nog de uitdagingen de komende jaren?
Natuurlijk de evaluatie van de Erecode en de verankering daarvan in goede regelgeving. Dat laatste wordt dus nog een hele klus.
De waarnemingen van het droogvallen kunnen nu stoppen, maar ik denk dat we een positieve rol kunnen blijven vervullen in de signalering op het Wad. Gewoon signaleren wat je ziet, opschrijven in je logboek of direct melden bij de instanties. Een andere vorm van terreinbeheer. Zeg maar “De ogen en oren van het Wad”. Onze leden komen immers op veel meer plekken dan de toezichthouders. Dus niet alleen waarnemen wat niet goed is maar zeker ook positieve signalen geven: Heb je tuimelaars gezien, meldt het dan. Zie je de Japanse oesters oprukken, signaleer dat. Onze vereniging kan daar een belangrijke, positieve rol in spelen samen met de chartervaart.
Ik zou ook graag het Wadwachtersinitiatief ondersteunen. We hadden het immers zelf kunnen bedenken. Informatie verspreiden, gastheer zijn en toezicht houden. Wie weet, zijn die wadwachten straks wel een goed alternatief als gezocht wordt naar handhavingsalternatieven. Het zou mooi zijn als het ons lukt om een pad over de Boschplaat vrij te houden. Dat zal niet gemakkelijk zijn, maar we blijven het bepleiten.
 
Vind je het eigenlijk nog steeds boeiend?
Ik zal je eerlijk zeggen. Als ik morgen zou moeten stoppen met werken zou ik dat wel jammer vinden. Maar als ik morgen zou moeten stoppen met het Wadvaardersbestuur, zou me dat vreselijk aan het hart gaan. Ik vind het boeiend, uitdagend en inspirerend. Het levert me energie op. Ik vind de Wadvaardersvereniging een goeie sterke club. Dus ik wil ook nog wel een tijdje door. Hoe lang nog? Ik geloof nog twee of drie jaar en dan moet ik statutair aftreden. Het zou mooi zijn als het droogvallen dan goed geregeld is. Zover is het nog niet. Maar het belang van een club die de brug slaat tussen natuurwaarden en recreatie dat hebben we de laatste jaren al wel aangetoond. Vrij en verantwoord varen, dat blijven we bepleiten. We zullen dat motto hoog in het vaandel houden.