banner
Pagina in afdrukformaat
Iets minder drammerig graag

Interview met Liesbeth Meijer door Karin Broer

 

Liesbeth Meijer
 
Liesbeth Meijer was bij de oprichtingsvergadering van de Wadvaarders. Daarna ontmoette ze de vereniging nog vaak, eerst als beleidsmedewerkster waterrecreatie van de Waddenvereniging, later als senior beleidsmedewerkster van de Stuurgroep Waddenprovincie en nu van het Regionaal College Waddenzee. Als het haar op persoonlijke titel gevraagd wordt, heeft ze wel een mening over houding en strategie van de Wadvaarders: iets minder drammerig en je tijd niet besteden aan details als de doorgang over de Boschplaat.
 
Als zoveel mensen in het vergadercircuit over de Waddenzee kent Liesbeth Meijer de Waddenzee ook vanaf het water. Vorig jaar voer ze naar Denemarken met haar bijna honderd jaar oude Oeral Thús, een 13,5 meter lang skûtsje.
‘We hadden het geweldig getroffen met het weer. In een week voeren we van Harlingen naar de Giselausluis in het Kielerkanaal en al die tijd hebben we geen haven gezien, drooggevallen, geankerd. In juni heb je natuurlijk heel lange dagen. Soms is dat wel even slikken. Bij Bremerhaven in de buurt moesten we bijvoorbeeld om 4.00 uur ‘s ochtends vertrekken, maar dat is ook het mooie van het wadvaren.’
Droogvallen, ankeren kent ze goed. ‘We zitten tussen tafellaken en servet in. We varen met onze bijna dertig ton niet graag een jachthaven in, zeker niet als hij vol ligt met al dat plastic. Maar we zijn weer te klein om tussen de chartervaart te liggen.’
 
Je was bij de oprichtingsvergadering van de Wadvaarders.
‘Ja, ik werkte toen bij de Waddenvereniging en was uitgenodigd. Als Waddenvereniging hadden we veel belangstelling voor een organisatie die mensen vertegenwoordigde die op de Waddenzee voeren. De Waddenvereniging had eerder samen met KNWV en de NNWV samengewerkt aan een recreatienota.’
 
Vond je het als wadvaarder ook logisch dat er een belangenbehartiger werd opgericht?
‘Ja eigenlijk wel. De directe aanleiding was toen, meen ik, een gemeentelijke verordening.’
 
Die 200 meter regel?
‘Nee, die bestond al, dat zat in de aanwijzing volgens de natuurbeschermingswet. Gemeentelijke verordeningen kwamen op tafel na die aanwijzing. Midden jaren tachtig is de Waddenzee gemeentelijk en provinciaal ingedeeld. Daarvoor viel de Waddenzee geheel onder rijksverantwoordelijkheid. Het was een tijd waarin het steeds duidelijker werd dat er regels moesten komen. Ik voer in de jaren zeventig met een sloep op het wad, dan kwam je nauwelijks iemand tegen. Dat was een enorm verschil met de tweede helft van de jaren tachtig. Overheden vroegen zich af: wat gaan we met al die recreatie doen, hoe zorgen we dat dat allemaal op een goede manier plaatsvindt? Ik vind dat ook logisch. Als meer mensen gaan varen, komt er op bepaalde gebieden veel meer druk te staan. En als je kijkt naar de wadlopers, dan is voor de wadvaarders nog altijd vrijheid blijheid. Je hoeft als vaarrecreant niet van te voren een examen af te leggen , je hoeft niet vooraf te melden hoe groot de groep is waarmee je het wad opgaat en er zijn geen quota.’
 
Hoe vind je het om te varen binnen de huidige regels.
‘Ik vind dat er binnen de huidige regels uitstekend is te varen, zelfs al zou er een droogvalverbod komen 200 meter buiten de geul.’
 
Dat is vloeken in de kerk, hè?
‘Ja, dat is een meningsverschil tussen Maarten (Snel, red.) en mij. Hij vindt dat de natuur beter beschermd is zonder 200 meter regel. Maar ik denk dat het goed is de mensen bij laag water enigszins te concentreren en dat doet zo’n regel.’
 
Natuurlijke concentratie nabij een wantij
 
Ik heb altijd gedacht dat die mensen die die regel verzonnen, niks van wadvaren begrepen.
‘Dat is een groot misverstand. Die regels worden echt niet in Den Haag achter een bureau gemaakt en ik ken mensen van het ministerie van LNV die donders goed weten wat er op het wad gebeurt. Alle mensen die zich met de waddenzee bezighouden hebben een gemene deler: ze houden allemaal van het wad, iedereen wil dit gebied behouden. Ik vind het heel storend als belangengroepen, ook de Wadvaarders, doen alsof degene die de regels maakt er helemaal niks van weet, pure onzin. Ik vind ook: zo moet je niet over elkaar praten. Ik ben een paar jaar lid geweest van de Wadvaarders, maar ik heb opgezegd mede omdat er in een brief over de contributie een sneer werd uitgedeeld aan ambtenaren van LNV. In een brief over de contributie… Zo moet je niet over elkaar praten, vind ik. Je moet respect voor elkaar hebben.’
 
Als je terugkijkt op het bestaan van de Wadvaarders hoe hebben ze het dan gedaan?
‘Sommige zaken hebben ze heel goed opgepakt. Het is heel goed dat er een vertegenwoordiger is van de groep die op het wad vaart. Met bijvoorbeeld de website bereiken ze een groot publiek. Ze hebben ook veel gedaan om de beleving van het wad onder de aandacht te brengen. Maar ik vind de Wadvaarders ook wel eens behoorlijk drammerig. Als ik bijvoorbeeld kijk naar die zaak over de corridor op de Boschplaat dan denk ik: ben je dan niet een beetje buiten je doelstelling bezig, is dat geen spijkers op laag water zoeken? Ook vanuit mijn eigen gevoel als wadvaarder denk ik: is dat nu perse nodig? Je ligt aan de wadkant droog, wil je dan perse helemaal naar het Noordzeestrand?
De Wadvaarders is uiteindelijk een kleine vereniging, het is een kleine speler. Met zo’n zaak bouw je weerstand op bij de andere partijen, zoals de gemeenten, de provincies en natuurbeschermingsorganisaties, dan ga je goodwill verliezen die je op andere punten weer hebt opgebouwd.’
 
De Erecode mag je toch wel als succes van de Wadvaarders beschouwen.
‘Het is niet het succes van de Wadvaarders, het is het succes van alle samenwerkende organisaties, ook de chartervaart, het watersportverbond, de natuurorganisaties, de Waddenprovincies etc. De Stuurgroep Waddenprovincies heeft enorm veel tijd en geld in de proef gestoken.’
 
Hoe zie je de toekomst van de Erecode?
‘Erecode heeft duidelijkheid geschapen over hoe je je dient te gedragen op het wad, wat wel kan en wat niet. Het is een goed instrument gebleken maar wat mij betreft is het niet het enige. Het is niet zo dat je het redt met alleen de Erecode. Je hebt ook andere instrumenten nodig zoals het gesloten verklaren van bepaalde broedgebieden. Door de hele proef hebben we wel veel meer gegevens over waar mensen willen droogvallen en waar de spanning zit met de gebieden die voor vogels van
 
De spanning valt wel mee
 
belang zijn. Met zeehonden valt die spanning wel mee want die liggen het liefst op steile banken. Ik denk dat de spanning vooral zit in die gebieden die belangrijk zijn voor foeragerende vogels. De spanning zit vooral in de gebieden ten zuiden van de eilanden. Uiteindelijk zal de overheid, het bevoegd gezag, een besluit gaan nemen. Kijk, die heeft verantwoording af te leggen aan de burgers, die mogen bezwaar maken en inspraak hebben, maar aan de andere kant moet de overheid ook zich verantwoorden ten opzichte van Europese regelgeving. Je hebt te maken met de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. En dat betekent dat het gebruik dat je als overheid toestaat wel in lijn moet zijn met die richtlijn. De kokkelvisserij mag niet meer omdat het in strijd is met Europees beleid.’
 
Krijgen we dan straks toch aangewezenen droogvalplekken of iets dergelijks.
‘Dat weet ik niet. Het zou ook kunnen dat er een droogvalverbod komt tot 200 of 500 meter buiten de geul of in bepaalde gebieden.’
 
Een beetje de Duitse situatie, ik vind dat altijd erg ingewikkeld al die categorieën.
‘Ja dat is ook zo. Op papier lijkt het enorm ingewikkeld, maar wij varen er altijd op zijn Nederlands doorheen en als we ergens willen droogvallen of ankeren kijken we nog eens goed op de kaart, meestal mag het wel. Een keer zijn we bij Wangerooge aangesproken met de vraag of we voortaan elders aan wal zouden willen gaan. Ik vind het persoonlijk ook heel gek dat we in Nederland regelgeving verzinnen en dat er aan de andere kant van Eems weer een ander regime geldt.
 
Je kunt veel vergaderen over het waddengebied
Ja, maar je kunt er ook prachtig varen, prachtige foto’s maken, rust beleven enzovoort. Het is heel mooi gebied. Het is niet het meest simpele gebied om te bevaren, tij, stroom, het is er altijd een beaufortje meer. Gelukkig beschermt het gebied zichzelf ook.’