banner
Pagina in afdrukformaat
Workshop Waddenunit

Verslag door: Peter Schotman

Jarenlang stonden de belangen van bewoners, vissers, natuurbeschermers en recreanten (wadvaarders) lijnrecht tegenover elkaar. Tot 27 partijen elkaar wisten te vinden in het Convenant voor Vaarrecreatie Waddenzee (2007), het Pact van Rede (2010) en december 2013 in een Actieplan vaarrecreatie Waddenzee 2014-2018.


De Erecode
Na diverse acties van burgerlijke ongehoorzaamheid door Wadvaarders (bezetting Vogelwachtershuis Engelsmanplaat, droogvallen op de Dellewal bij Terschelling, enz.), is men het een aantal jaren geleden eens geworden over een Erecode voor Wadliefhebbers. De code formuleert regels om vogels en zeehonden niet te verstoren en voor 'Wat vanzelf spreekt', zoals honden aanlijnen, geen harde muziek, geen afval en chemicaliën overboord zetten, geen hekgolven en felle verlichting en niet vliegeren.

De code stelt ook, dat goed zeemanschap boven alles gaat en de schipper dus altijd verantwoordelijk blijft, ook voor het gedrag van zijn opvarenden (o.a. belangrijk voor de bruine vloot en rondvaartboten).
Vier jaar lang zijn toen een aantal verordeningen, bv. verboden voor droogvallen opgeschort en hebben Wadvaarders en anderen via officiële waarnemingen de effecten daarvan gemeten. Een unicum in ons gereglementeerde land! Daaruit is gebleken, dat 95% van de bezoekers, ook de droogvallers zich aan de code houdt.
Daarop volgde een aantal jaren, waarin het onduidelijk was, wat autoriteiten en belanghebbenden nu verder voor de toekomst wilden.
December 2013  zijn deze (landen, ministeries, provincies, gemeentes, vissers, natuurbeschermers en gebruikers, totaal 27 partijen) -eindelijk samen- begonnen aan het formuleren en uitzetten van een beleid, dat in eerste instantie gericht is op de 95% goedwillenden. Dit in tegenstelling tot eerdere regelgeving, die zich in het bijzonder op de verstoorders richtte. Een en ander wordt door Economische Zaken gefinancierd.
 
Nieuwe ontwikkelingen
Verder zijn er een aantal positieve ontwikkelingen, zoals een cursus op Ecomare voor beroepsschippers en voor de artikel-21-gebieden, die voor beschermingsdoelen geheel of gedeeltelijk zijn afgesloten, een dynamische zonering. Deze laatste kan inspelen op de dynamiek van de natuur, waarin vogel- en zeehondenkolonies zich tijdens het seizoen verplaatsen.
Dit jaar begint men met een aantal hot spots: de Razende Bol, de Richel, de Blauwe Balg, Engelsmanplaat en Simonszand.
Verder is de eerdere blokkade op de groei van het aantal ligplaatsen opgeheven. Wel worden de ontwikkelingen van de havens van Den Oever, Harlingen en Lauwersoog planmatig in de hand gehouden.
 
De Waddenunit LNV
De Waddenunit van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV)   beschikt op de Waddenzee over drie vaartuigen, die per jaar elk 1.000 vaaruren maken. De Phoca  in het westelijk, de Krukel in het midden en de Harder in het Oostelijk deel. De helft van de tijd wordt besteed aan inspectie en handhaving in het kader van de Natuurbeschermingswet, de overige tijd gaat op aan onderzoek en monitoring.
Ook de verhouding tussen Wadvaarders en deze overheidsdienst is duidelijk verbeterd, getuige het feit, dat de Waddenunit vorig jaar de Wadvaarderstrofee heeft gekregen, een wisseltrofee die ze volgens de traditie teruggaven met een toevoeging, en wel in de vorm van een kompasroos voor een nieuwe koers.
 
De werkzaamheden van de Waddenunit
Op de Wadvaardersdag 2014 vertelde Arjen Dijkstra, een van de schippers van de Krukel over het werk van de Waddenunit. Hij stal onmiddellijk de show met een foto, waarop hij, tewater gegaan, een grijze zeehondhuiler redde; die een van de tonnen voor zijn moeder aanzag.
Daarna illustreerde hij met een vlucht zwarte zee-eenden, hoe zijn dienst door monitoring probeert het subtiele evenwicht te bewaken tussen voedsel voor ons en de garnalen- en mosselvissers en voor de waddieren.
Zij onderzoeken met de kor en met lieslaarzen de mosselbanken, positie, grootte (van de schelp en de bank) hoeveelheid kokkels en Japanse oesters, en geven hun bevindingen door aan de vissers. Met name aan de garnalenvissers, die anders hun netten met een duiker los moeten zien te krijgen.
Wist u dat op het westelijk wad de schelpdieren groter groeien, omdat ze langer onder water blijven. Hierdoor moeten ook de kokkels loslaten.
De exotische Japanse oesters lijken qua areaal te stabiliseren. Door symbiose met de mossels spoelen deze laatste minder makkelijk weg bij stormen van 12 bft zoals onlangs.
De dienst bakent met behulp van een super GPS (ED DGGPS) tot op 3 cm nauwkeurig de uit te geven mosselpercelen af, en controleert in het seizoen de kwaliteit van de mosselen in samenwerking met het RIVM. In het bijzonder bij langdurige oostenwinden, met veel vogels in de winter en veel regen in de herfst, waardoor riolen overlopen en op de Waddenzee lozen, moet nog wel eens een waarschuwing worden afgegeven.
 
Sinds 1980 is de waterkwaliteit van de Waddenzee veranderd. Toen was er veel fosfaat, waardoor de visstand omhoog was gegaan.
Verder wordt naleving van het convenant met de kokkelvissers gecontroleerd, o.a. via een vessel monitoring system.
De laatste jaren zijn de MZI's (mosselzaad-installaties) erbij gekomen. Deze worden begin april op 5 meter diepte over een oppervlak van 1200 ha langs de vaargeulen opgesteld. Ze zijn voor de mosselvissers 10 maal zo duur, maar geven een veel hogere opbrengst. Voor andere vissers, zoals de garnalenvissers zijn de MZI's een handicap.
Verder worden veel tellingen verricht, van zeehonden en vogels. De eerste worden ook wel gezenderd, waaruit blijkt dat ze soms wel een maand op de Noordzee blijven, waar ze als een dobber slapen en dat ze makkelijk even heen en weer naar Engeland zwemmen. Voor vogeltellingen op het water worden standaardrondjes gevaren en de resultaten in kaart gebracht.
Af en toe worden bruinvissen terug naar zee gebracht. En natuurlijk wordt ook u in de gaten gehouden. Maar als u zich gedraagt, dan ontvangt u als wadvaarder een hartelijke groet vanaf de Krukel.
Zo is het fijn elkaar te ontmoeten en samen de liefde voor het wad in de praktijk te brengen.