banner
Pagina in afdrukformaat
Workshop Duitse Wad

Gegeven door: Iris Bornhold
Verslag door: Eilard Jacobs

Wat kan er op het Duitse Wad? Daarover ging een van de workshops op de jaarvergadering. Om te beginnen is er natuurlijk de uitstekende Website van Peter Renken cs: www.wattenschipper.de. Hierop is heel veel informatie te vinden, onder andere de nodige afsteekjes. Deze site bevat informatie tot de Weser. Een goede reden om op de workshop in te gaan op het Wad tussen Weser en Elbe en het Noordfriesche Wad. Iris Bornhold, voorzitter van onze zustervereniging Soltwaters, ging hier in charmant “Rudi Carell Nederlands” uitgebreid op in.

Ik zal niet in detail ingaan op haar routes en ankerplekken, al is het maar om niet het risico te lopen een lezer de droogte op te sturen. Maar eigenlijk zijn veel afsteekjes ook heel goed van de kaart af te lezen. Het komt er vooral op neer dat er rond om hoog water op veel stukken Duits wad ruim voldoende water staat tot zeg maar een meter diepgang. Dat kan je zelf aan de hand van de lodingen op de kaart en de waterstandverwachting via www.bsh.de berekenen. Verder is het een zaak van verboden gebieden vermijden (zie de tabel op: www.wattenschipper.de).
Een voorbeeld is de route komend van Wangeroog/Minseneroog onder Alte Mellum door naar het wantij van de Hohe weg. Dan vaar je tussen de afgesloten gebieden door langs de rand van de hogere plaat (zie ook weer: www.wattenschipper.de) tot aan de westelijke ingang van het wattfahrwasser (voor dit wattfahrwasser is geen alternatief).

Voor het Duitse Wad geldt: hoe oostelijker hoe lastiger. Het wattfahrwasser tussen Weser en Elbe is eigenlijk niet in één tij te varen. Je moet een aantal keren eerst een geul uit en dan met een scherpe hoek de volgende geul weer in en het is soms niet makkelijk de betonning of prikken te vinden. Er zijn ook nauwelijks afsteek mogelijkheden. Je kan wel komend van de Hoge weg het Fedderwarder Fahrwasser oversteken en over de Robben Nord Steert gelijk naar de Wurster Arm. Maar het water zal dan wel inmiddels al weer aan het zakken zijn. Met rustig weer is er ook op de Duitse Wad altijd gelukkig wel een goed anker en/of droogvalplekje te vinden. De havens langs de kust zijn niet echt bruikbaar om te overtijen omdat je er alleen rond hoogwater in en uit kan. Alleen Neuwerk biedt beschutte anker/droogvalplek en zelfs een (klein) haventje. Van Neuwerk naar de Elbe heb je óf de betonde vaarwegen die je op groot water de Elbe doen bereiken óf je vaart “over de dam”. Dat kan waarschijnlijk wel, maar durf je het ook (zie uitgebreide discussie en informatie op www.wadvaarders.nl).
 
Het meest fascinerende gebied vind ik zelf het gebied ten oosten van de Elbemonding. Uitgestrekte banken. Eindeloze prikkenrijen, schaars betonde vaarwegen, nauwelijks havens of andere beschutting en doorgaans lagerwal. Ga er maar aan staan. Maar ook daar kan gevaren worden. Bijvoorbeeld naar Friedrichskoog (zolang het nog open is). Het meest bekend is nog de vaart naar de Eider (beschreven in oa “vaarwegen naar de Oostzee”). Ook de Noorderpiep naar Büsum is diep vaarwater. Maar Noord-Zuid afsteken over het Wad langs de kust van de ene geul naar de andere is nergens mogelijk, je moet dan eerst weer naar zee.
 
Het Duitse Wad heeft duidelijk twee gezichten. Enerzijds het gebied van Oostfriesland, korte afstanden tussen de havens, prachtig beschut, maar met weinig droogvalmogelijkheden als alternatief voor soms drukke havens. Aan de andere kan het Oostelijke Wad tussen Jade en Elbe en langs de Noordfriesche kust: eindeloze trajecten, zelden beschutting en ook weinig droogvalmogelijkheden.
Het stuk boven de Eider (Halligen en Geestereilanden) is weer een ander verhaal, maar daar hebben we het in de workshop niet over gehad.