banner
Pagina in afdrukformaat
Wadvaren langs IJssel en Oude Rijn

In november 2011 organiseerde de Vereniging Wadvaarders weer de gebruikelijke najaarsledenbijeenkomsten in Woerden en Zwolle.
Op deze bijeenkomsten werden twee presentaties gegeven:
- over onze aktie om het menselijk oog op de vuurtorens te behouden en
- over de verjonging van onze vereniging.
 

Behoud van mensen op de vuurtorens

Rijkswaterstaat had het ambitieuze plan opgevat om de verkeerscentrales op de vuurtorens te gaan vervangen door één grote centrale in Maritiem Instituut Willem Barentsz op Terschelling. Technisch ambitieus: met geacvanceerde radar en video camera's. Maar zonder het mesnelijk oog op de torens.
De Wadvaarders hadden er weinig vertrouwen dat de mensen volledig door techniek vervangen kon worden en vreesden voor een teruggang in veiligheid op het Wad, met name ook voor de recreatievaart.
In de loop van de tijd bleek dat gebrek aan vertrouwen ook meer en meer terecht. Iedereen zal de medelingen van de toren van Schiermonnikoog wel eens hebben gehoord: "(..) vanwege technische problemen met de radar is slechts beperkte radar begeleiding mogelijk."
Daarom hebben de Wadvaarders uitgebreid aktie gevoerd voor het behoud van de huidige situatie. En met succes!
Maarten Snel deed een zeer leerzaam verslag van de gevoerde akties.

Na de presentatie van Maarten, was (via de telefoon) een vuurtorenwachter in de bijeenkomst om toe te lichten wat een vuurtorenwachter zoal kan van zijn toren. Met name hoe hij kan bijdragen aan veiligheid en reddingen.
 

Verjonging van De Wadvaarders

Onze verenging bestaat voor een groot deel uit vijftig- en zestiggers. Dat betekent dat de vereniging vergrijst en dus minder slagkrachtig dreigt te worden. Eilard Jacobs gaf hierover een presentatie.
Eilard gaf aan dat, om de slagkracht te behouden, de vereniging jongere generaties moet betrekken bij het denken over de recreatievaart op de Wadden. Die jongere generaties (veertigers en dertigers) zijn niet de generatie van protesteren en aktievoeren. Het zijn meer "netwerk"-mensen. Ook van "what's in it for me"; dus men verwacht inhoudelijk wat van een vereniging (cursusmogelijheden, ervaringen delen, meevaren, etc).
Misschien moeten we dus onze energie richten op het vergroten van ons netwerk en langs meer wegen mensen gaan betrekken. Mogelijk vooral langs de weg van de nieuwe media. Het werven van vooral meer leden is ook geen noodzaak; het hebben van veel medestanders des te meer. Hierop is nu het denken gericht.