banner
Pagina in afdrukformaat
Inleiding op de jaarlijkse bijeenkomst
Inleiding op de jaarlijkse bijeenkomst van de vereniging Wadvaarders, gehouden door de voorzitter Maarten Snel, op zaterdag 26 januari 2008.
 Maarten Snel verwelkomt
Dames en heren, welkom op deze jaarvergadering van de vereniging Wadvaarders. In het bijzonder een hartelijk welkom aan onze gasten.
Aan het begin van deze jaarlijkse bijeenkomst moet ik u een bekentenis doen. Ik ben vreemd gegaan. En nog wel op een bed van zeegras. Mijn vrouw is er nu niet bij, maar ik zou het u ook verteld hebben als zij hier wel was geweest. Zij weet het trouwens al.
 
Zoals u weet houd ik van het Nederlandse en Duitse Waddengebied. Het is er prachtig. Maar mij bekroop het gevoel dat ik ook wel eens wat anders wilde zien en meemaken. En toen ben ik vreemd gegaan. Ik ben geweest in het Afrikaanse Waddengebied, de Banque d’Arguin van Mauritanië. Dat land ligt aan de westkust van Afrika, onder Marokko en boven Senegal.
Het meest bijzondere van mijn reis is wel, dat ik dat niet deed als toerist maar met een opdracht om lepelaars te tellen. Ik ben niet een echte vogelaar, maar lepelaars kan ik wel herkennen. Zelfs het onderscheid tussen de Europese en de Mauritaanse lepelaar is mij inmiddels niet meer vreemd. En ik heb ringen afgelezen, om geboorteland en geboortejaar te kunnen bepalen. Daar zijn hele systemen voor, een voor mij onbekende wereld, erg interessant. Hier in deze zaal zijn er nog een paar mensen die er geweest zijn en die kunnen er ook boeiend over vertellen.
Omdat ik een opdracht had, mocht ik het gebied ook echt in, niet alleen maar langs de rand varen. Dat was een prachtige gelegenheid om het gebied te beleven.
 Ik wil er een paar dingen over zeggen, in vergelijking tot de situatie hier.
 
In de Banque d’Arguin komt de koude oceaanstroom die veel zuurstof bevat aan de oppervlakte. Daar mengt het zich met warmer water en zo ontstaat een ideaal milieu voor een overvloedige groei van ondermeer zeegras en dat is dan weer de voedingsbodem voor allerhande klein en groot grut. Deze voedselrijkdom trekt enorme aantallen vogels aan, maar ook vissen, dolfijnen en zeeschildpadden.
Onder de vogels zijn er vele goede bekenden van ons. Op hun trektocht zie je ze zowel daar als hier, maar in veel grotere aantallen. Op ons eigen Wad heb ik wel eens een vlucht van 21 lepelaars gezien; ik ken mensen die er hier wel eens 50 tegelijk hebben gezien. In Mauritanië telde ik op één plaats 670 lepelaars. En bij vallend water werd het etenstijd, dus vlogen ze vanaf hun hoogwatervluchtplaats (HVP) op, het was etenstijd op de uitgestrekte en inmiddels drooggevallen velden zeegras. Met deze honderden lepelaars vlogen zo’n 50 pelikanen op, ook tientallen zilverreigers en wat verderop de flamingo’s.
Ik voer er vier hele dagen rond op een open houten boot van zo’n tien meter, met de lokale bemanning en met een gids. Eten aan boord, gemaakt op een houtskoolvuurtje, en slapen onder de blote hemel, wat een sterren! Ik heb ervaren hoe de lokale bevolking, de Imraguen voorzichtig en zorgzaam met het gebied omgaat. Zij laten er geen vuil achter, wat in Mauritanië een unicum is! En dankzij mijn Frans en Engels sprekende gids weet ik ook dat men met elkaar afspraken maakt en maatregelen neemt om het gebied te beschermen, te behouden en het duurzaam te kunnen beleven.  
Dat is dus direct vergelijkbaar met de situatie hier.
En wat ook vergelijkbaar is met hier: de grootste bedreigingen komen van buiten af. Daar is het met name de grootschalige visserij, ook de schelpdiervisserij (uit Nederland!). En daarnaast de vervuiling die in zee terecht komt en aanspoelt op de zeegrasvelden.
 
 
Een tweede aspect van mijn reis dat ik u niet wil onthouden: Mijn reisplezier werd enigszins overschaduwd door enkele incidenten met toeristen in het Oosten des lands en met soldaten in het Noorden. Een klein groepje oproerkraaiers, met veel ketelmuziek, zorgde voor de nodige onrust op het niveau van regering en ambassades. Op straat was er absoluut niets van te merken. Integendeel, ik heb in lange tijd niet meer een zo vriendelijk en vreedzaam volk meegemaakt. Maar ten gevolge van dit alles werd de rally Parijs-Dakar afgelast en wat vooral gebeurde: er werd (toen ik daar al was) een negatief reisadvies afgegeven door Frankrijk en  Nederland.   Dat waren de ingrediënten om een beginnend toerisme in Mauritanië te frustreren. Triest om te zien dat een klein groepje een land zo kan ontwrichten.
Maar gelukkig passeerde dat in Mauritanië. Hier zijn wij daar te nuchter voor.
 
 
Een derde fenomeen dat het vermelden waard is. Op een reis over een lange rechte asfaltweg dwars door de woestijn was 100 km/u toegestaan. Veel harder moet het ook niet gaan, want dan vallen de oude auto’s ter plekke uit elkaar. Er stonden er nogal wat langs de kant van de weg!! Maar vreemd: op één plaats op die snelweg stond ineens een verkeersbord met maximumsnelheid 50. Geen reden, geen aanleiding te bekennen. Dus reed de chauffeur gewoon door, tegen de 100.
Op de terugweg zat er een politieagent bij ons in de auto. Die lui stappen soms in, je kunt ze niet weigeren. Ze vragen soms zelfs nog geld toe “voor het bieden van veiligheid”, ja, ja. Op de zelfde plek weer dat bord van 50 km/u. Ook nu reed de chauffeur gewoon door, tegen de 100 kilometer per uur. Geen probleem, dus.
Conclusie en de zelfde les als hier: Een verbod of gebod dat zijn grondslag mist, wordt gewoon genegeerd. Dat is een aardige overeenkomst tussen hier en daar.
 
 
Terug naar de beide Waddengebieden:
De Banque d’Arguin bevat grote natuurlijke rijkdommen, voetbalvelden vol met zeegras, enorme hoeveelheden vogels, van klein tot zeer groot, van kanoet tot visarend (3 x gezien), van sterntje tot pelikaan. En vissen, dolfijnen, zeeschildpadden.
Maar al met al vind ik, dat ons “eigen” Waddengebied hier er niet voor onder doet. De voedselrijkdom en de vogelaantallen zijn hier minder dan ginds. Maar wat betreft de schoonheid van het gebied vind ik het hier minstens zo mooi als in de Banque d’Arguin. Voor het varen en zeker voor het scharrelen vind ik het hier zelfs mooier en interessanter.
 
Reizen relativeert, het eigen land stijgt in de waardering. Dat is mij nu ook weer overkomen.
 
 
Over ons eigen Waddengebied kan Henny van der Windt het nodige vertellen. We hoorden hem een paar jaar geleden bij een congres ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Waddenvereniging. Toen ging het over “De illusie van de maakbare wildernis”. Evert Jan en ik hadden direct zoiets van: die man willen we nog wel eens uitnodigen voor een inleiding op onze eigen jaarvergadering. Het bestuur is blij dat het er dan nu van gekomen is.
 
                                                                       Maarten Snel
 
Slotopmerking:
Henny van der Windt zal zijn inleiding uitwerken voor onze Berichten. En Martin Berk zal met hem een interview houden dat binnenkort geplaatst zal worden.