banner
Pagina in afdrukformaat
Gesprek over convenant vaarrecreatie
‘SAMENWERKEN BIJ ZWAAR WEER’.
OP WEG NAAR DUURZAME SAMENWERKING IN DE VAARRECREATIE
 
Gesprek met Geert Meeuwissen, projectleider Convenant Vaarrecreatie Waddenzee
 
Door Martin Berk
 
Het Convenant Vaarrecreatie Waddenzee is klaar. Op 3 december 2007 zullen 22 partijen het Convenant ondertekenen. Daaronder niet de minsten: Minister Cramer van VROM en Minister Verburg van LNV en regionale bestuurders zoals als de Gedeputeerden van de drie Waddenprovincies, de gemeentes op de Waddeneilanden, de beheerder Staatsbosbeheer, en dan de gebruikers: ANWB, de verenigde Waddenhavens, de Beroepschartervaart en de Vereniging Wadvaarders. Een bijzondere gelegenheid maar het is ook een bijzonder arrangement. Want de partijen die veel verschillende belangen dienen op de Waddenzee zijn er na 9 maanden hard werken en pittig van gedachten wisselen in geslaagd een overeenkomst te bereiken over een kwetsbaar onderwerp: varen op de Waddenzee. Kern van het convenant is dat de partijen afgesproken hebben om de vaarrecreatie zo te reguleren dat nader ingrijpen van de overheid niet nodig is. Het gaat dan vooral om de capaciteit van de Waddenhavens en het varen en droogvallen op het Wad. De afspraken gelden tot 2012. Gedurende deze tijd zullen de afspraken goed gemonitord worden.
 
We spraken met de ambtenaar die het met zijn projectgroep voor elkaar gekregen heeft. Geert Meeuwissen is beleidsmedewerker bij de provincie Noord-Holland en is duidelijk zeer in zijn nopjes. Waar het in een eerder stadium niet lukte het convenant tot stand te brengen, lukt het nu de provincie Noord-Holland wel. Misschien zit daar ook wel de kern van het succes: afstand. Noord-Holland ligt toch wat verder van het Wad waar de verschillende belangenbehartigers en belangen zitten. Meeuwissen: ‘Ik ben een relatieve buitenstaander, als Noord-Hollander natuurlijk, dan ken je eigenlijk alleen de TESO-boten naar Texel, maar ook omdat ik geen relatie had met het onderwerp. Ik wist er niets van, en dat is voor zo’n klus een voordeel’. Meeuwissen wist de partijen die zoals hij zegt ‘te vaak positioneel zijn ingegraven’, te bewegen tot een vorm van samenwerking die eigenlijk uniek is.
Vraag is natuurlijk hoe lang dat gaat duren. Meeuwissen heeft daar wel vertrouwen in. ‘Er is een klimaat ontstaan van duurzame samenwerking. Dat wil niet zeggen dat er geen verschillen zijn, maar men heeft de wil getoond de verschillende belangen te willen overbruggen. Dat is belangrijke winst’. Verder is er tijd nodig om elkaar te begrijpen en te waarderen en om dezelfde taal te gaan spreken.
 
Maar wat is dit convenant waard als één van de grote partijen nog voor de ondertekening geheel eigenstandig en geheel tegen de geest van het akkoord, grote delen van het Waddengebied afsluit voor Vaarrecreatie? Is hij niet bang dat nog voor er ondertekend is de boel al uit elkaar klapt. LNV heeft immers getoond lak te hebben aan overleg en dat wekt natuurlijk grote irritaties bij de andere partijen. De recreatieclubs waaronder de Wadvaarders, hebben zich al laten horen, zo ook de bestuurders van de Waddeneilanden. Zij zijn zeer verontwaardigd over het eigenmachtige optreden van LNV, dat zomaar 16 populaire droogvallocaties in één pennenstreek tot verboden gebied wil maken.
 ‘Ik kan het gewoon niet zo goed begrijpen’, zegt Meeuwissen, ‘want ik denk dat er over het te bereiken doel niet zoveel verschil van inzicht is,. Misschien is het ook wel een clash of personalities: er zijn aan alle kanten zoveel professionals betrokken dat zij niet altijd voldoende afstand kunnen nemen en zo wordt al snel het grotere belang uit het oog verloren’. ‘Uiteindelijk denk ik dat alle betrokken partijen, als de mist weer wat is opgetrokken, met een kopje koffie en open agenda’s weer bij elkaar gaan zitten om eerst te kijken wat ze willen bereiken - en daar zijn ze het snel over eens denk ik - en dan af te spreken hoe je daar het beste kan komen. Je zou het ook als een mooie oefening kunnen zien in “samenwerken bij zwaar weer”.’
Hij adviseert de ‘gebruikersclubs’ dan ook de rust te bewaren en zo snel mogelijk na ondertekening met LNV om de tafel te gaan zitten om de verhoudingen weer te normaliseren. ‘Ook LNV gaat het natuurlijk om het resultaat’.
Hij roemt de constructieve bijdrage van de Wadvaarders aan het ontstaan van het Convenant. Hij vindt ook dat de Wadvaarders een belangrijke rol vervullen door een brug te bouwen tussen de recreatiebelangen en de natuurbelangen. Hij merkte het afgelopen jaar een “ trendbreuk”  op in het optreden van de natuurclubs. Die worden gestuurd door hun achterban die de natuur actief wil beschermen maar ook – verantwoord - wil gebruiken voor hun ontspanning. Leden betalen niet meer alleen voor afgesloten gebieden. Ze willen er in en actief deelnemen, maar ook actief beschermen.
Meeuwissen is zelf geen wadvaarder. Hij bezit een BM waar hij regelmatig mee over de Zuid-Hollandse wateren zeilt. De vrijheid op het water spreekt hem aan en hij kan zich daarom goed voorstellen dat de Wadvaarders het vaargebied op de Waddenzee toegankelijk willen houden. ‘Maar’, zo zegt Meeuwissen, ‘dat kan echter alleen als zij ook het belang van de natuur in hun gedrag laten zien. Om dit te bereiken is het, naast het convenant, dan ook zinnig dat er een breedgedragen monitor van de verstoringen komt. Dat leidt er toe dat men  het eens wordt over wat objectief vast te stellen verstoringen zijn en hoe je er mee moet omgaan. Daarom kent het convenant een uitvoerige uitvoeringsparagraaf. Er zal actief gemonitord worden, er komt een actief voorlichtingsprogramma en er komt mogelijk een vorm van waddentoezicht door de Wadwachters.’
Meeuwissen vraagt wel om wat geduld en begrip. ‘Geef elkaar nou minimaal twee jaar om het convenant een succes te maken, dan is een duurzame samenwerking binnen handbereik’. Meeuwissen ziet hier een belangrijke rol weggelegd voor de BBZ en de Wadvaarders:. Daarnaast is het belangrijk om met de direct betrokkenen, zoals gemeenten, natuurbescherming en vaarders, samen op te trekken en agenda’s te zetten. Dat maakt je sterk. Dat kan in het Toeristisch Overleg Waddenzee (TOW) dat in het convenant weer een volwaardige plaats krijgt, als adviesgroep van het RCW.
‘Probeer de tijd te vinden om rimpels glad te strijken’, is zijn advies.
 
Maar, zo hoor je in kringen van de gebruikers: wat zou het  mooi zijn als LNV daar een handje in zou helpen