Wouter van Dieren

(Berichten 57, april 2005)

Wouter van Dieren:
"Nieuwe kansen voor de Wadvaardersvereniging"

d
oor Martin Berk
       
Op de jaarvergadering van de Wadvaardersvereniging in Harlingen schetste Wouter van Dieren in het ochtendprogramma nieuwe kansen voor de Wadvaardersvereniging in het perspectief van de schuivende panelen in de discussie over de toekomst van het Wad. Het toelaten van de gaswinning (ja tenzij), het opschorten van de schadelijke kokkelvisserij, inrichting van een Waddenfonds. Dit maakt ook een herbezinning op het vaarrecreatieve gebruik van de Waddenzee mogelijk. De Wadvaarders hebben zich met het ontwikkelen van de Erecode op de kaart gezet als vertegenwoordigers van de 'natuurbeschermende recreatievaart'. In de verste verten is er geen andere vertegenwoordigende instantie te bekennen. Dus hup Wadvaarders: aan de slag.
    

Wouter van Dieren voor het voetlicht
    
Dat was zo'n beetje de boodschap van Wouter van Dieren, directeur van milieuonderzoeksbureau IMSA en milieugoeroe van het eerste uur. Van Dieren is niet met een standpunt verlegen. Al sinds begin jaren '70 (Club van Rome) laat hij van zich horen op alle terreinen van milieubeleid. En dat hij ook wat vindt van de Waddenzee, als milieuactivist zowel als bewoner en recreant, steekt hij niet onder stoelen of banken. Hij gooide, al voor de Commissie Meier een letter op papier had gezet, de knuppel in het hoenderhok door gaswinning toe te staan en met het geld de natuurbescherming in het gebied ter hand te nemen.
Het was een goed getimede zet van het bestuur om juist hem de Wadbeminners te laten toespreken. En dat kan-ie. Niet alleen de Wadvaarders waren onder de indruk van zijn retorische talent en het gemak waarmee hij zijn standpunten als vanzelfsprekend voor het voetlicht kreeg.
   
   
Friese Gedeputeerde Bijman en voorzitter Snel onder het aandachtig gehoor
 
In de discussie achteraf in een kleine werkgroep kwamen natuurlijk gelijk de dilemma's op tafel. Kan zo'n kleine club (1100) leden, met zo'n specifiek doel (verantwoord Wadvaren), zich wel opwerpen als vertegenwoordiger van de vaarrecreatie. Het bestuurlijke 'schoenmaker blijf bij je leest', vanouds de bestuurlijke lijn van de vereniging, kent een behoedzame koers als het gaat over milieuvraagstukken en vragen op het gebied van ruimtelijke ordening.
    
Wat moet een vereniging die zich eigenlijk niet wil uitlaten over de noodzaak van havenuitbreiding omdat de grootste angst is dat er nog meer mensen het Wad opkomen, hetgeen nog meer druk legt op de natuur? 'Hoezo nog meer druk' zou Wouter zeggen. 'Waar staat dat, wie heeft dat bewezen'.Wat zijn eigenlijk de 'schadelijke gevolgen' van het recreatievaren en hoe weegt dit op tegen de andere 'gevaren' voor het wad.' Dit zijn de vragen die de vereniging eigenlijk zou moeten stellen en (laten) beantwoorden.
   
Het is een wenkend perspectief voor de vereniging die toch al bezig is zich een moderner imago aan te meten. Niet meer een club van actievoerende droogvallers, van verweerde schippers die de woeste omstandigheden trotseren', maar van moderne meepratende bewuste recreanten: die weten wat ze doen, die graag bereid zijn wat te betalen voor de recreatiekwaliteit die ze ervoor terugkrijgen. De Wadvaardersvereniging moet zich ontdoen van het 'one-issue'-imago en zich bewegen naar een goed georganiseerde vaarrecreatielobby. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Dat blijkt al bij de eerste voorzichtige discussie in de werkgroep. Waar halen we het geld en de deskundigheid vandaan. Er moet veel meer onderzoek worden gedaan (geld van het nieuwbakken Waddenfonds?) Wat betekent dat voor de huidige voorzichtige bestuurlijke koers. De inkt van de koersnotitie 2005 was nog niet droog of er kan alweer een nieuwe geschreven worden. Mooie uitdaging voor 2005.