banner
Pagina in afdrukformaat
Opening
Jaarvergadering januari 2005
Opening door de voorzitter Maarten Snel
  
De voorzitter opent de jaarvergadering met een welkom aan alle gasten en de 150 leden die naar deze vergadering zijn gekomen, naar deze heugelijke lustrumvergadering. We bestaan dit jaar namelijk 15 jaar. Op 10 april wordt dat gevierd, daarover volgen nadere berichten.
   
In een zeer korte terugblik typeert de voorzitter de afgelopen 15 jaar in enkele periodes van (jawel!) zeven jaar:
In de eerste 7 jaar was de vereniging vooral een actiegroep; velen denken met weemoed terug aan die tijd waarin we de (onder meer) de Engelsmanplaat bezetten. In de volgende 7 jaar evolueerden we naar een overlegpartner, maar wel met actievoeren als drukmiddel achter de hand, waar nodig. We spraken van het "Vakbondsmodel".
En de huidige 7 jaar? Die periode is nog niet zo oud, dus moeilijk te typeren. Bruggenbouwer lijkt vooralsnog een goede typering; of initiator. Op het vlak van de droogvallerij is ons dat aardig gelukt. Hoe gaat dit verder?? Een bezinning op onze huidige positie, tegen de achter-grond van de recente ontwikkelingen rond de Waddenzee.
    
In onze laatste Berichten schreven "De wind is gedraaid", een frisse wind. Maar die wind riekt wel een beetje naar gas. De deur naar gaswinning staat open; velen houden hun hart vast. Wat betekent dat, hand aan de kraan, welke garanties zijn er??
De deur voor mechanische kokkelvisserij dicht; voor iedereen is dat een grote opluchting.
En er is een Waddenfonds in de maak, een WaddenAcademie in oprichting.
   
Er zijn bruggen geslagen, zelfs tussen gaswinners en natuurbeschermers.
Op ons bescheiden gebied (schoenmaker houd je bij je leest, nietwaar?) bouwden ook wij de afgelopen jaren bruggen en bruggetjes. Die bouwden we steeds op twee pijlers:
recreatief (mede)gebruik door mensen EN bescherming van de kwetsbare Waddennatuur.
    
Vrijwel iedereen is nu overtuigd dat de nieuwe droogvalregeling nuttig is voor het Wad en voor de belevingswaarde van het Wad. Uit de jaarlijkse evaluaties moet nog wel blijken of het ook verantwoord is en vooral: hoe het gedrag van enkele verstoorders te veranderen valt. De meeste mensen blijken voor rede vatbaar; maar de regeling is niet hufter-proof (overigens: dat geldt voor elke regeling).
Dankzij inspanningen van de Stuurgroep Waddenprovincies en het ministerie LNV-Noord (beide aanwezig op onze jaarvergadering) is het experiment met de droogvalregeling opgenomen in een boekje over
goede praktijkvoorbeelden van de uitwerking van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Dat is de Nederlandse bijdrage aan een boek met 12 goede voorbeelden uit heel Europa. Goed werk.
   
Ook in de richting van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hebben wij bruggen geslagen. In de beoordeling of er veel of weinig verstoringen plaatsvinden en over de vraag of een verstoring ernstig genoemd moet worden was (is?) er een verschil van interpretatie te signaleren tussen de vogelwachters pur-sang (SBB, Natuurmonumenten) en de Wadliefhebbers op varende en drooggevallen bootjes (Wadvaarders, BBZ). Om die reden hebben wij het afgelopen jaar met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten contacten gelegd.
We hebben zowel met beleidsmensen als met de "veldwachters" gesproken. Op beleidsniveau zijn we het vérgaand met elkaar eens. In de uitvoering blijken er nog wel eens verschillen te bestaan.
Bij Natuurmonumenten noemt de algemeen directeur (de heer De Graaf) het hoofdkantoor in Graveland wel eens het Kremlin, dat hij graag toegankelijker wil maken, meer gericht op het publiek en op natuurbeleving door dat publiek. In dat zelfde jargon lijken de vogelwachters te velde, de "veldwachters" wel eens het gestaalde kader van die organisatie. Toch hebben we de relatie met hen gelegd; aangenaam en productief. Het leidde tot wederzijds begrip, waarvan wij verslag gedaan hebben in een van onze Berichten. De
jaarlijkse VIP-vaardag, dit jaar met als onze gast de Raad voor de Wadden, hebben wij samen met Natuurmonumenten georganiseerd.
   
MAAR
Op een ander vlak komen we Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten wel weer tegen: als terreinbeheerder hebben ze het vrijwel autonoom voor het zeggen, zonder democratische controle. Dat baart ons grote zorgen. En dat is een onderwerp waar ook anderen meermalen last van hebben gehad en nog steeds hebben. Dat vraagt de komende jaren extra aandacht.
Als u deze zomer langs de Koffieboonenplaat vaart en daar een artikel 17 gebied van 9 km lengte ziet, weet dan dat dit tot stand gekomen zonder overleg in het Toeristisch Overleg Wadden; een dictaat van Staatsbosbeheer. Alle deelnemers aan dat overleg waren zeer onaangenaam verrast. Zo zijn wij het niet gewend.
   
Een laatste thema dat ik hier wil noemen is de kwestie rond het Wad als Werelderfgoed. Wij nemen daar als vereniging Wadvaarders een duidelijke positie in, waarmee we onze brugfunctie weer markeren. Ditmaal tussen voor- en tegenstanders. Moet het Wad nou wel of niet worden aangewezen als Werelderfgoed?? Onze brugfunctie is weer gefundeerd op die twee pijlers: bescherming van de kwetsbare Waddennatuur enerzijds, en menselijk medegebruik van het Wad anderzijds.
Onze positie: Wanneer een aanwijzing van het Wad als Werelderfgoed uitsluitend wordt gebaseerd op unieke natuurwaarde, dan is dat een slechte zaak (bovendien: er zijn wel 30 wadgebieden op de wereld). Maar juist de combinatie van kwetsbare natuur en menselijke aanwezigheid, menselijk medegebruik, dat is de unieke combinatie.
Wanneer die unieke combinatie wordt geprofileerd in de aanwijzing tot Werelderfgoed, dan kunnen wij daarin meegaan. Zoniet, dan zijn wij mordicus tegen een Wad als Werelderfgoed.
(nagekomen bericht: elders beschrijft het bestuur hoe wij er toe gekomen zijn
de nominatie als Werelderfgoed te ondersteunen).
    
Ik gaf u een paar voorbeelden van de brugfunctie die wij afgelopen periode hebben vervuld.
Vorig jaar op de jaarvergadering hebben wij die positiekeuze benoemd en geprofileerd. In het verlengde daarvan en in opdracht van enkele ledenvergaderingen hebben wij als bestuur onze positiekeuze met kracht naar buiten gebracht Een nieuwe folder is daarvan het tastbare resultaat, gericht op een brede groep van scharrelaars op het Wad die onze ideeën onder-schrijven. Niet om te groeien om het groeien, maar om mensen aan ons te binden die het met ons eens zijn. De folder was op tijd klaar voor het seizoen; voor de aanwezigen op de jaarvergadering zijn exemplaren beschikbaar (en opvragen kan, via het secretariaat).
   
Onze beijvering voor de Erecode, onze brugfunctie tussen natuurbescherming en verant-woorde recreatie op het Wad, onze profilering van die brugfunctie in onze nieuwe folder hebben ons geen windeieren gelegd:
- We worden met een zekere regelmaat benaderd door de media en door diverse overheden die onze mening op prijs stellen, graag onze betrokkenheid zien. EN: Onze ideeën vinden er dikwijls weerklank.
- Verenigingen benaderen ons met het verzoek om eens wat meer te vertellen over het Wad en over onze vereniging: de Schipperskring Kooijman en de Vries, de Vereniging Kustzeilers en de zeilvereniging Lelystad benaderden ons om een verhaal, om óns verhaal over het Wadvaren
  
En tenslotte:
    
Kennelijk zijn er scharrelaars die het met onze doelstelling eens zijn, en we hebben hen (mede dankzij onze folder) weten te vinden. En nog belangrijker: zij hebben ons weten te vinden. Ons ledenaantal is gestegen tot ruim boven de 1100. Een stijging in ledental van 15 %. En dat is wel een heel mooi cadeau voor een vereniging die haar derde lustrum viert.
   
Dank u wel.