Rob Bijnsdorp uit Zeilen
     
Dit artikel door Rob Bijnsdorp werd geplaatst op de "Laatste Pagina" van "Zeilen" van maart 2003. De tekst is identiek, de vormgeving is aangepast t.b.v. weergave op de website.
  
  
    
DE LAATSTE PAGINA IS BESTEMD VOOR EEN IDEE, EEN MENING OF EEN SCHATERLACH. VOORWAARDE VOOR PLAATSING IS DAT DE TEKST DE ZEILERIJ BETREFT EN NIET KWETSEND IS.

 

    

Natuurwaarden
die tellen
komen voort
uit de manier waarop mensen
de natuur
beleven
Die dekselse Wadvaarders, ze hebben het 'm geflikt! Ze hebben een convenant op stapel gezet tussen overheden, Waddenvereniging en enkele organisaties van zeilende en motorende waddenliefhebbers. Het resultaat van een jaar lang vergaderen, soebatten in wandelgangen, jongleren met de juiste woorden in ontwerpteksten en zelfs eigen veldwerk om de werkelijke omvang van vermeend wangedrag op het Wad te turven. Het is de bedoeling dat het convenant vóór het komend vaarseizoen wordt ondertekend (zie ook rubriek Bezeild). Daar hangt een gedragscode aan waarmee watersporters beloven in het gareel te zullen blijven. In ruil daarvoor ligt voor hen dan wel het gehele Wad open, met uitzondering van de delen die onder de Natuurbeschermingswet vallen. Het Wad wordt weer groot! De ellendige 200‑metergrens voor het droogvallen buiten de geulen behoort tot het verleden.
Het laat zich raden dat de Wadvaarders dit succes op hun jongste jaarvergadering op gepaste wijze hebben gevierd, namelijk met een spreker. Of ik die spreker wilde zijn? Ik zei 'ja'. Het is altijd weer leuk om midden in de dooie wintertijd tegen een zaal aan te kijken met een paar honderd in rechte rijen gerangschikte gezichten waarvan je het geluk kunt aflezen. Het geluk van even eruit zijn. 'Heerlijk' zeggen die gezichten in de zaal.'Even onder soortgenoten wezen waarmee je over bootjes kunt lullen en kunt wegdromen naar lange warme dagen op dit of dat beschutte plekje, in de eindeloze ruimte waarin elke minuut het licht verandert en de stilte zo nadrukkelijk kan zijn, dat je de wormen hoort kruipen in het droog liggende slib.'(Een samenvatting van de lezing van Rob Bijnsdorp is op deze site beschikbaar)
Maar daarover ging de lezing niet. Het onderwerp moest zijn: 'Waarden en normen op het Wad.' De Wadvaarders zijn pragmatisch. De herwonnen vrijheid mag niet worden verkwanseld doordat zeilers en motorbootvaarders zich naar het oordeel van de verantwoordelijke overheden niet kunnen gedragen zoals dat in natuurgebied betaamt. Het gaat dus om fatsoenlijk gedrag en dat heeft onder het regime Balkenende een naam gekregen: 'Waarden en normen'. Verdere verwijzingen naar de 87 dagen van het vorige kabinet zitten er niet in, want telkens wanneer toen het motto klonk, ging het over irritaties, gevoel van onveiligheid, chagrijn en frustraties, maar nooit over iets van waarde. Aan zo'n holle kreet hebben Wadvaarders dus niks. Ik heb die zaal vol goede wil daarom uitgenodigd mee te gaan in een paar denkstappen met als startpunt de enige twee vragen die altijd op hun plaats zijn: hoezo en waarom. Een kwartier later mondde dat uit in mijn stelling dat natuurwaarden niet bestaan, maar tamelijk willekeurig door mensen zijn bedacht. Er is weliswaar zoiets als de eigen waarde van de natuur, de intrinsieke waarde, die ook bestaat wanneer mensen toevallig niet kijken of er geen weet van hebben of er zelfs helemaal niet zouden zijn, maar die waarden kunnen wij niet hanteren. In een waardering die niet door mensen is opgesteld heeft een zeehond evenveel waarde als een zandkorrel. Wie geen filosoof is kan daar geen brood van bakken,
Nee, de natuurwaarden die tellen komen voort uit de manier waarop mensen de natuur beleven. je zou kunnen zeggen: het beeld dat je hebt van natuur is een spiegel van je ziel. Wadvaarders hebben waddennatuur in hun ziel.
De overheden die over het Wad gaan moeten daar wel stevig op kunnen vertrouwen. En stel dat ze daarin niet teleurgesteld worden, omdat alle georganiseerde wadvaarders zich natuurlijk keurig aan de gedragscode houden, dan zijn er nog altijd asoos voor wie de Waddenzee een soort vrijstaat is. Wat doe je daar dan mee?
Reagerend op de denkbeeldige situatie van een hinderlijk lawaaierig clubje dat een Waddenplaat gebruikt als trapveldje, of een nabij droogvallend charterschip met luidruchtige bierdrinkende Duitse jongeren, slaat in de zaal de grote aarzeling toe over hoe dan te handelen. Wie het denkt te weten komt met een verklaring. De meeste zijn opvallend mild, variërend van 'zelf weggaan zodra dat kan', tot 'erop af stappen en hart luchten.'
Een no-nonsensman op de voorste rij vindt het allemaal veel te soft. "Opschrijven," vindt hij, "en rapporteren! Wie het voor anderen verpest moet lik op stuk krijgen. Ik heb het vorig jaar nog meegemaakt op het Rif. Daar kwam een boot droogvallen en toen het water weg was stapten een man en een vrouw over boord en die hadden... die waren ... ja, ik zeg 't maar net zoals 't was, die waren helemaal bloot. Maar daar ging het nou niet om, ze hadden ook een hond bij zich."
"Ook bloot?" informeert iemand achter in de zaal.
"En die hond ging achter de vogels aan en in een ommezien was er op de hele plaat geen vogel meer te bekennen. Ik ben toen naar die lui toegegaan. Zij geneerden zich behoorlijk want ze gingen plat op de grond liggen. Ik ben toen een hele tijd naast hun boot blijven staan en die twee maar blijven liggen op een afstandje. Reken maar dat ze gevoeld hebben dat ze niet goed zaten."
"Maar wat heb je nou gedaan ?" wil iemand weten, "want het ging natuurlijk om die hond."
"Ik heb alles opgeschreven, het hele voorval en de scheepsgegevens."
"En verder? "
"Meer niet. Ik ben geen politieman."
Zie je wel dat Wadvaarders veel ruimte, rust, stilte en mooi licht in hun ziel hebben.
Rob Bijnsdorp