banner
Pagina in afdrukformaat
Lezing Rob Bijnsdorp

Lezing Rob Bijnsdorp op Jaarvergadering Wadvaarders, 25 januari 2003.
[sterk ingekorte samenvatting door Marjan Vroom]

Normen en Waarden op het Wad   

Er is alle reden om eens na te denken over de waarden en normen op het Wad. Normen hebben immers de functie onderscheid aan te brengen tussen goed en niet goed, toelaatbaar en niet acceptabel, voldoende of onvoldoende. Ze zijn onverbrekelijk verbonden aan de een of andere macht die in staat is normen te stellen. Dat kan de overheid zijn, maar ook een verzameling van mensen.
Wel, hiervan is in het Waddengebied duidelijk sprake. En voor de gelegenheid van deze dag natuurlijk in relatie tot wat de recreatievaart op de Waddenzee graag wil, maar ook mag en niet mag of juist moet.

Laten we eens in kaart brengen welke waarden het zouden kunnen zijn die het noodzaken om normen te stellen voor onze aanwezigheid op het wad:

  • De natuurwaarden: waarden verbonden aan het gebied op zich, de fysische, geografische en landschappelijke vormen, de dynamiek van de getijden, het klimaat en processen in de bodem, de flora en fauna.
  • De gebruikswaarden voor mensen: plek om te wonen, grondstoffen (olie en gas), bron van voedsel, gebied voor recreatie en toerisme.
  • De waarde voor de toekomst, de natuurhistorische en culturele waarde, ‘belevingswaarden’.

Natuurwaarden
Eerst even die natuurwaarden. De meest ver gaande maar ook zuivere benadering van de waarde daarvan is dat je zegt: natuur heeft waarde in zichzelf, puur vanwege het feit dat ze er is! Ongeacht of wij er naar kijken of er weet van hebben of er helemaal niet zouden zijn, de zogenaamde intrinsieke waarde.

Niet invoelbaar, voor ons, moderne mensen uit de 21e eeuw. Wij slaan met genoegen een mug dood, maar een kind dat een lieveheersbeestje vertrapt - ook een insect - wordt uitgemaakt voor dierenbeul. Wij koesteren de zeehond met een gezondheidszorg die aardig begint te lijken op die voor mensen en scheppen tegelijkertijd als draglinemachinisten de vis uit zee. Kippen en varkens verkeren al vele jaren als productiefactoren in de bio-industrie, maar toen alweer jaren geleden een ondernemer in Drenthe het initiatief nam tot een biofarm voor damherten stuitte dat op een muur van verontwaardiging en verzet.
Kortom, wij zijn geneigd tot rigoureus discriminatoir gedrag ten aanzien van natuur. En toch is het goed je van het bestaan van die intrinsieke waarden bewust te zijn. Ze fungeren als een soort geweten dat ons maant respect te hebben voor het 'zijn' van natuur.
Er is een tijd geweest waarin mensen zelf deel waren van die natuur. Tijdens de verlichting plaatsten mensen in Europa zich buiten die natuur. Natuur werd een object. De waardering van natuur werd instrumenteel. Ik wil over dit facet een bijzonder heldere tekst citeren van de hand van de Utrechtse milieufilosoof Schouten:
'De natuur kent zichzelf niet als natuur. Wij benoemen haar als zodanig. En in die benoeming ligt een beeld besloten: ons beeld van de natuur. Tot op zekere hoogte zegt dit beeld iets over de natuur, maar meer nog drukt het uit hoe we onszelf in verhouding tot die natuur zien. Tussen verschillende cultuurgebieden bestaan grote verschillen in opvattingen over de natuur, die in de tijd ook wijzigen.
(ingekort MV)
Nog niet lang geleden hadden we de neiging om natuur in te delen in nuttig en nutteloos of schadelijk. Die benadering van natuur hoeft niet altijd zo'n negatieve klank te hebben, ook plezier beleven aan natuur is in feite nuttig gebruik. Maar de waardering van natuur heeft dus een behoorlijk subjectieve component.
De natuurwaarden liggen niet vast, ze worden niet collectief door iedereen gedragen, ze evolueren en ze staan onder invloed van nationale en internationale ontwikkelingen die zich ook nog eens weerspiegelen in wetgeving.
Belevingswaarde
Naast de concrete natuur van aarde, water, planten en dieren is er de beleving van die natuur. Dan is natuur de drager van onze herinneringen en emoties. Vraag je aan mensen die fietsen langs de kwelder of zeilen op de Waddenzee: 'wat doet dit gebied je?' , dan krijg je antwoorden als: 'de rust, de ruimte, het licht, de vogels, de bewegingen van het water.... ‘. Het is moeilijk om onder woorden te brengen wat er in je ziel gebeurt. De beleving van het wad gaat veel dieper dan die primaire uitingen van zintuiglijke prikkels als rust, ruimte en zilte lucht.
Het is mijn diepste overtuiging dat natuurwaarden die via individuele beleving ontstaan minstens zo werkzaam zijn als natuurwaarden die bijvoorbeeld door de overheid aan de hand van een uitgekiende systematiek met criteria als biodiversiteit worden ingevuld. Deze waarden hebben een belangrijke functie in bestuurlijke procedures en afwegingen. Maar je kunt (staande bij een artikel 17-bordje) niet met burgers communiceren over die achterliggende waarderingssystematiek.
Natuurwaarden die via beleving manifest worden hebben een rechtstreekse invloed op iemands houding en gedrag. Beide waarderingsvormen moeten dus naast elkaar bestaan. Ik vind het daarom een heel goede ontwikkeling dat het ministerie van LNV een paar jaar geleden in de Nota “Natuur voor mensen, mensen voor natuur” een radicale move heeft gemaakt en de natuurbeleving heeft benoemd als een van de pijlers onder het natuurbeleid. En dat - mede op dat fundament - ook LNV akkoord is gegaan met de ontwerp-Gedragscode voor de Waddenzee vind ik een felicitatie waard.
Gebruikswaarde – recreatie
Zoomen we nu in op de relatie tussen Waddennatuur en Waddengebruikers die als recreant zeilend, gemotoriseerd, per kano of wadlopend in het gebied te gast zijn.
Zij hebben van de natuur een beeld dat respect afdwingt en het komt eenvoudig niet in hen op om ook maar de geringste verstoring te veroorzaken. Zo zal het best wel vaak gaan, maar niet voor 100 % en niet bij iedereen. Een paar voorbeelden: enkele jaren geleden heeft het Instituut voor Recreatie en Toerisme van de Landbouwhogeschool Wageningen een groot aantal wadlopers gevraagd naar hun ervaringen en belevingen tijdens het wadlopen. Op de eerste plaats stond gezelligheid, daarna kwam avontuur, uitdaging en er even helemaal uit zijn. Pas ergens op de achtste plaats kwam ruimte, daarna natuur en stilte.
Het natuurbeeld wordt bij de meeste wadlopers overheerst door aspecten van de groepsdynamiek en niet door natuurkenmerken als ruimte en rust. Dit natuurbeeld verschilt daarom van het beeld dat de vogelaar heeft die een dag lang vanaf de dijk bijzondere soorten staat te scoren en ook van dat van de groep jongeren op een charterboot en van de zeiler die zich, midden op een grote plaat drooggevallen, verliest in een eindeloze ruimte, de laatste restjes van het rusteloze water ziet wegtrekken en slechts het lispelen van de wadpieren hoort en de verre roep van een vogel.
Gebruik van het wad is zeer divers en de intenties van de gebruikers zijn dat ook. Er ontstaat dus nooit een collectief waardepatroon en ook geen vanzelfsprekend respect voor de omgeving.
Bijsturen om een heel brede opvatting van de natuurwaarden van het wad recht te doen is dus nodig en ook best mogelijk. Door informatie uit te wisselen via diverse media en door normen te stellen is het mogelijk om de waardering te sturen.
Zodra de normen zijn vastgelegd en collectief goedgekeurd is het de gezamenlijke verantwoordelijkheid dat ze worden nageleefd.
Nu praktisch ...
Maar hoe gaat dat in de praktijk?
Stel je voor, je ligt bijna droog bij de Engelsmanplaat. Een wat lawaaierig gezin komt vlak bij je liggen. Krijsende baby en twee koters die de plaat worden opgestuurd, vogels vliegen op....
Wat doe je als een charterboot met bierdrinkende lawaaierige jongeren zich erbij voegt?
Ga je ze aanspreken? Noteer je de naam? Fotografeer je de situatie? Deel je foldermateriaal uit?
De belevingswaarde voor gebruikers is niet synoniem aan het beleven van natuur. Wadvaarders beleven veel meer, bijvoorbeeld vrijheid. Juist door de belevingswaarde is de identiteit van de omgeving van cruciaal belang. Dit geldt bij uitstek voor het Wad. Als je de identiteit van het Wad wil behouden, moet je dan de boeien, Kustwacht en Natuurbeschermingswet maar afschaffen? Dat is misschien leuk voor een enkele pure genieter, maar onhaalbaar en contraproductief.
Bovendien kun je ook stellen, dat mensen van nature paden maken, net zoals allerlei dieren in het veld hun wissels. Dan passen onze huidige maatregelen voor bescherming en veiligheid redelijk bij de identiteit van het Waddengebied.

Wij mensen kunnen ons heel vaag wel iets bij dat soort waarden voorstellen, maar we kunnen er nauwelijks mee omgaan. Want stel je voor: als natuur in zichzelf waarden herbergt die er niet door mensen aan zijn gegeven dan is er geen enkele reden denkbaar waarom bijvoorbeeld een zeehond meer waarde zou hebben dan een varken in de bio-industrie.