banner
Pagina in afdrukformaat
Verslag ochtendprogramma

Verslag van het ochtendprogramma van de JAARVERGADERING van de Vereniging Wadvaarders, gehouden op 26 januari 2002 in ‘de Rousant’ te Zoutkamp door Gerd Beunk

De voorzitter, Eilard Jacobs, opent de vergadering en spreekt zijn waardering uit voor de fantastische opkomst voor deze bijeenkomst. Naast het welkom heten van de leden, noemt hij in het bijzonder hierbij de verschillende vertegenwoordigers van genode overheidsinstanties en instellingen, alsmede bevriende verenigingen inzake de Waddenzee en de inleiders voor het ochtendprogramma:

de heer Jansen, gedeputeerde van de provincie Friesland; de heer Mast namens LNV; mevrouw Van de Veen-Piscaer en de heer Loos namens de NNWB; mevrouw De Jong namens de Wadden Advies Raad; de heer Van Heesteren namens BBZ; de heren Eekhof en Wagenaar namens de Stuurgroep Waddenprovincies; de heer Kroese namens de HWSV; de heren Krützkamp en Teske namens Soltwaters, de heer Dijkstra, provincie Noord-Holland, mevrouw Woudstra namens de Waddenvereniging, alsmede de inleiders voor het ochtendprogramma, te weten de heer –en mevrouw- Kemme, mevrouw Bout en de heren Spaans en Smit.

Een aantal genodigden en leden hebben laten weten niet aanwezig te kunnen zijn, te weten de heer Teun van Waart, helaas als gevolg van een ongeval, namens de Wadlopers de heer Kwant, namens LNV de heren Van Brakel, De Groot en Nettinga, namens Rijkswaterstaat de heer Dijkstra en de leden Beumer, Cronenberg, Frank, Hansma, De Jonge, Kuhlmann, Kok, Rohling en Schaake.

De voorzitter geeft de opmaat voor het ochtendgedeelte van de bijeenkomst. Hierbij geeft hij aan dat de Vereniging Wadvaarders in een fase gaat komen van volwassenheid. Aanvankelijk vooral als actieclub opgericht ontwikkelde de vereniging zich tot de volwassen vereniging-van-vandaag. Vooral ook naar aanleiding van de discussie tijdens de Jaarvergadering in 2001, alsmede de recente ontwikkelingen over de droogvalproblematiek is de notitie ‘KOERS van de Wadvaarders: verantwoord en onverzettelijk’ ontwikkeld. Het Verenigings-adagium: vrij en verantwoord varen op het Wad staat daar in centraal. Dat was de reden om drie inleiders uit te nodigen hun visie hierop te geven, waarna in discussiegroepen op het een en ander nader kan worden ingegaan.

De heer Bernard Spaans, bioloog, verbonden aan het Nederlands Instituut voor het Onderzoek de Zee (NIOZ) houdt een boeiende lezing, in het bijzonder naar aanleiding van onderzoek naar verstoring van wadvogels door mensen. Zijn meest in het oog springende conclusie is dat – indien de opvarenden zich weten te gedragen - een drooggevallen boot in het algemeen geen negatieve effecten heeft op foeragerende vogels.

De heer Jan Smit, schipper van de ‘Krukel’, het inspectievaartuig van LNV, gaf in zijn bijdrage veel praktijkvoorbeelden hoe zijns inziens vrij en verantwoord wadvaren en droogvallen mogelijk is. Hij komt onder meer tot de conclusie dat in dat verband gedragsregels wenselijk zijn.

De heer Sieb Kemme, wadvaarder van het eerste uur en mede-oprichter van ‘de Wadvaarders’,houdt een gloedvol betoog, onder meer om de menselijke aanwezigheid te integreren met het duurzame ecologische systeem Waddenzee. Hij pleit daartoe in dit verband voor het oprichten van een Stichting Mens en Wad.

Hij nodigt het bestuur uit de mogelijkheden te onderzoeken om gebruik te maken van het systeem van te verlenen ontheffingen. Ook is hij voorstander van het aanwijzen, door de overheid, van gebieden waar juist wèl mag worden geankerd en drooggevallen: ‘anti artikel 17-gebieden’.

Mede door de –gewaardeerde- grote opkomst besluit de voorzitter de woordvoerster van de ‘droogvalwaarnemers’, mevrouw Nynke Bout het woord te geven (in plaats van een presentatie te geven in de formele ledenvergadering). In de vaarperiode 2001 hebben twaalf leden de gedragingen van Wadvaarders en wadvaarders, in het bijzonder tijdens het ankeren en droogvallen, waargenomen. Haar belangrijkste conclusie is dat Wadvaarders en wadvaarders zich kennelijk gedragen in harmonie met de natuur. Bijzonder hierbij is ook dat individuele leden elkaar aanspreken op verantwoord gedrag. Zij pleit onder meer voor voortzetting van deze wijze van observeren.

Bestuurslid Maarten Snel kondigt het discussie onderdeel van de bijeenkomst aan en stelt voor in ongeveer 45 minuten tijd, in vier groepen met vier rapporteurs de vier inleidingen nader uit te werken. Menno Buiskool zal rapporteren over de discussie met Bernard Spaans; Eiso Vos uit de discussie met Jan Smit, Henk Voerman over de inleiding van Sieb Kemme en Karel Helder over het ‘droogval-waarnemen’, aangegeven door Nynke Bout.

In de discussie, naar aanleiding van de inbreng van Bernard Spaans, is nader gesproken over de proportionaliteit van het effect van droogvallen (in de korte zomerperiode) ten opzichte van de veel heftiger natuurverstoringen als zware stormen en dientengevolge zeer hoge waterstanden, industriële lozingen, exploratie- en exploitatie werkzaamheden, etcetera.

Wadvaarders zouden nota moeten (kunnen) nemen van conclusies van onderzoek: liever droogvallen op (voedselarme) zanderige banken dan in (voedselrijke) slikgebieden. LNV kan daar voortouw nemen omdat zij immers beschikken over bodemsoorten-atlassen.

In de werkgroep met Jan Smit werd veel besproken, waarbij vooral aandacht werd besteed aan het gevaar van het (eventueel) uitvergroten van een enkel incident. Daarbij is ook gediscussieerd over het idee van ‘gast op het Wad’, versus ‘thuis op het Wad’.

Het belang van monitoring (droogvalwaarnemingen) wordt nadrukkelijk onderstreept.

Van drie stellingen van Sieb Kemme werden er twee nadrukkelijk besproken. Het systeem van het aanvragen van ontheffingen wordt gezien als een serieuze mogelijkheid. De overheid hanteert dit bijvoorbeeld voor vissers in artikel 17-gebieden. Dat kost geld en de vraag is of wij daartoe bereid zijn te betalen. Bovendien ben je afhankelijk van de overheid en de overheid - zie de jongste ervaringen - is onbetrouwbaar.

Het idee van de ‘anti-artikel 17-gebieden’ wordt als serieuze mogelijkheid aan het bestuur meegegeven.

Het idee om een Stichting Mens en Wad in te richten wordt als zeer waardevol ervaren maar niet nader besproken.

De discussiegroep naar aanleiding van de ‘droogvalwaarnemers’ discussieerde intensief over twee punten: ben je te gast op de Wadden, of voel je je thuis in dat gebied.

Van belang kan zijn om je niet als gast te beschouwen, omdat dit suggereert dat het Wad van iemand anders is en men niet verantwoordelijk zou zijn. Ook bij het idee van ‘thuis voelen’ zijn kanttekeningen te maken (als ‘bezit’), waarmede ook werd gezegd dat we hierbij niet in semantiek moeten vervallen. Men beveelt aan het een en ander in het bestuur uit te werken.

Een ander punt in dit verband is het elkaar aanspreken op niet-Wadvaarders gedrag. Waar is de grens om iemand daadwerkelijk aan te spreken en hoe doe je dat dan.

Er is veel bijval om dit monitoren nog structureler aan te pakken en voort te zetten.

De voorzitter sluit dit ochtend gedeelte af; hij bedankt in het bijzonder de vier inleiders voor hun inbreng.

Aspirant bestuurslid Evert Jan de Kluizenaar verschaft enige huishoudelijke mededelingen en vervolgens wordt de bijeenkomst geschorst voor de lunch.

Aan het einde van de lunchpauze wordt, onder begeleiding van Eiso Vos op accordeon, een aantal gevoelige Wad- en zeeliederen ten gehore gebracht.

Omstreeks 14.30 uur heropent de voorzitter de vergadering en kondigt de formele Jaarvergadering aan.

Zie daartoe het aparte verslag.