banner
Pagina in afdrukformaat
Verslag juridische werkgroep
 

Jaarvergadering Vereniging Wadvaarders, Zoutkamp

 

Presentatie Juridische Werkgroep door Erik de Waal (2/2002)

 

De juridische werkgroep heeft zich tot nu toe vooral bezig gehouden met de 200 meter maatregel. Dit naar aanleiding van het feit dat de afgelopen anderhalf jaar verschillende charter-schippers bekeurd zijn omdat ze meer dan 200 meter van een bebakende geul drooggevallen waren. Twee charter-schippers hebben de bekeuring niet betaald. Afgelopen najaar zijn beide zaken voorgekomen. De kantonrechter heeft de zaken aangehouden: de Officier van Justitie moet nog maar eens uitleggen waarom dit strafbaar is.

Voor ons is nu de vraag: mogen we wel of niet droogvallen op meer dan 200 m van een vaargeul?

De Nederlandse Waddenzee valt onder verschillende overheden: de staat, drie provincies en de waddengemeenten, die ieder hun eigen regels kunnen vaststellen.

Begin jaren ’90 hebben de verschillende waddengemeenten samen een gemeentelijke verordening voor het waddengebied bedacht en vastgesteld. In die verordening staat dat het niet is toegestaan droog te vallen of ligplaats in te nemen op het wad, behalve in een gebied van 200 meter ter weerszijde van de betonde en beprikte vaargeulen. Dit is een duidelijke bepaling. Droogvallen buiten de 200 meter van een vaargeul mag dus niet.

Maar in de toelichting van de gemeentelijke verordening staat dat deze bepaling is bedoeld om bij excessen desnoods te kunnen ingrijpen. Dus wie alleen maar droog valt en verder niet verstoort is weliswaar in overtreding, maar zal daar geen bekeuring voor krijgen.

Tot zover de gemeenten. Wat heeft het rijk geregeld?

In 1993 heeft de minister, op grond van de Natuurbeschermingswet, ongeveer 90 % van het waddengebied aangewezen als staatsnatuurmonument. Wat betekent dat voor ons als we willen droogvallen?

In de eerste plaats kan de minister nu delen van het wad afsluiten: de bekende groene hekjes op de waterkaart. In dergelijke gebieden mogen we niet komen: dus niet wandelen, niet droogvallen, niet ankeren, we mogen er zelfs niet bij hoog water doorheen varen. Als u dat toch doet, dan kunt u een bekeuring krijgen.

Verder kunnen, ook buiten de afgesloten gebieden, beperkende maatregelen genomen worden. Maar: die maatregelen zijn op dit moment nog niet genomen.

In de toelichting van de aanwijzing tot staatsnatuurmonument staat over droogvallen alleen het volgende: "Conform het beleid zoals dat is vastgesteld tijdens de Zesde Waddenzeeconferentie (Esbjerg, 1991) blijft het toegestaan in de nabijheid van de doorgaande vaargeulen droog te vallen."

Onder ‘in de nabijheid’ wordt verstaan: binnen 200 meter van een bebakende geul."

Dit is geen verbodsbepaling. Er staat dat het toegestaan blijft om binnen de 200 meter van de vaargeul droog te vallen. Er staat niet dat het daarbuiten verboden is.

Voorlopig ga ik er dan ook vanuit dat droogvallen op meer dan 200 meter van de vaargeul volgens de gemeentelijke regeling weliswaar verboden is, maar dat deze regeling alleen als excessenregeling kan worden toegepast: er moet dus meer aan de hand zijn om een bon te krijgen.

Als niet de gemeentelijke regeling van toepassing is, maar de regels voor het staatsnatuurmonument, dan is droogvallen toegestaan: het alleen verboden de natuur te verstoren.

De Officier van Justitie in Leeuwarden schijnt er anders over te denken. Wie er van de rechter gelijk krijgt zullen we moeten afwachten.