banner
Pagina in afdrukformaat
Observaties seizoen 2001

 

Jaarvergadering Vereniging Wadvaarders, Zoutkamp

Presentatie observaties Wadvaardersgedrag seizoen 2001 door Nynke Bout (1/2002)

In de aanloop naar het vorige vaarseizoen werd ik, en vele Wadvaarders met mij, opgeschrikt door een alarmerend bericht. Het droogvallen buiten de grens van 200 meter vanaf de betonning zou voortaan streng worden aangepakt. De impact hiervan is groot.

Ten eerste raakt deze maatregel het wadvaren in het hart. Het wordt onmogelijk om, gebruikmakend van weer en getij, deskundigheid en creativiteit, te scharrelen over de platen. Daarbij het besef van tijd om te voelen vormen tot besef van eb en vloed, en wezenlijk in contact te zijn met de natuur. In vrijheid je krachten daarmee te meten.

 

Waarom is het zo belangrijk dat dit kan.

Niet alleen omdat een relatief klein deel van de bevolking en zelfs van de Wadvaarders hier uitdaging en ontspanning in vindt. Het belang is groter.

Enige jaren geleden was op de Jaarvergadering uitgenodigd de heer Johan van Zoest, omgevingspsycholoog en deskundige op het gebied van recreatie en natuurbeleving. Kern van zijn verhaal was, dat het vrij kunnen handelen en beslissen in samenspel met een wildernis-omgeving grote effecten heeft op het geestelijk welbevinden en de gezondheid. Een week, of zelfs maar een weekend hierin ondergedompeld zijn of aan blootgesteld zijn, zo u wilt, levert een onevenredig groot herstel op van mentale stress. Helen, zoals dat tegenwoordig ook wel wordt genoemd. Daarbij is het element vrije wil essentiëel.

Deze gezondheid nu, dit welbevinden, dit helen, vindt niet alleen plaats bij de mensen die het vrije wadvaren zelf ondergaan. Niet alleen bij de gasten op charterschepen, die de grenzen-loze natuur misschien maar voor een keer in hun leven meemaken. Ook hun sociale omgeving krijgt er de rest van hun leven iets van mee. Door de verhalen, en meer nog door het ongrijpbare wat er achter die verhalen zit. Dat er een wereld is, op hooguit enkele uren reizen afstand, waar nog echt ruimte en stilte en donker is om tot jezelf te komen. In het collectief bewustzijn van Nederland is de Waddenzee daarmee een belangrijke psychologische escape uit het dagelijkse, spiritueel vaak redelijk zinloze, gejakker. Een Waddenzee waar vrijheid kan worden beleefd, is een waardevolle psychologische hulpbron. Een kostbaar onderdeel van de Nederlandse volksgezondheid.

Dat op zichzelf is iets om verschrikkelijk zorgvuldig mee om te gaan.

Deste belangrijker is dit, omdat er draagvlak nodig is voor bescherming van de Waddenzee als uniek natuurgebied. Dat draagvlak ligt bij uitstek bij de Wadvaarders en een flink aantal charterschippers. Als geen ander verlangen zij naar een ongeschonden waddengebied, als geen ander dragen zij de beschermingsgedachte uit in de rest van Nederland, en is het hun diepe wens om alles te doen wat in hun vermogen ligt om hieraan bij te dragen. Verantwoord varen zit hen aan het hart gebakken.

De begrippen vrij en verantwoord zijn als yin en yang aan elkaar verbonden. Het een bestaat niet zonder het ander. Je kunt je alleen verantwoord, verantwoordelijk gedragen in vrijheid.

 

De Vereniging Wadvaarders heeft niet voor niets deze BEIDE de begrippen in het vaandel. Zij benutte het vaarseizoen van 2001 dan ook om het eigen gedrag kritisch tegen het licht te houden. Twaalf leden gaven gehoor aan de oproep van het Wadvaardersbestuur. Een seizoen lang observeerden zij systematisch droogvallende schepen en het gedrag van hun opvarenden.

Er werden 63 momenten van droogvallen geregistreerd. Daarbij werden 285 schepen waargenomen. De observaties betreffen lokatie, tijd, tij, weersomstandigheden, bijzonderheden en mogelijk verstorend gedrag. De algemene indruk is, dat de geobserveerde wadvaarders zich gedroegen in harmonie met de natuur. De enkele maal dat hierover twijfel mogelijk was, bleek de wadvaarder in kwestie hier door een mede-wadvaarder goed op aanspreekbaar.

Dit punt gaf binnen ons groepje van twaalf wel aanleiding tot discussie. Dat aanspreken, hoe doe je dat? Hoe ga je om met weerstand, hoe voorkom je die? Hoe tref je de juiste toon? Misschien dat iemand van u hier een succesvol voorbeeld van weet te noemen, hoe hij dat heeft aangepakt, waar anderen hun voordeel mee kunnen doen. Daar kom ik straks op terug.

Een ander punt van discussie is het aantal waarnemingen. We hebben nu met betrekkelijk weinig mensen een begin gemaakt. Deze observaties kunnen nooit de rol spelen van een gedegen onderzoek, dat cijfermatig valide en betrouwbaar is opgezet, wat het totale droogvallen in het hele waddengebied dekt. Daarvoor zouden we een onderzoeksbureau in moeten huren, en dat schiet nu zijn doel voorbij. Wat nu wel aan de orde is, is dat een flink aantal wadvaarders gaat meedoen, en dat we deze observaties een jaar of vijf volhouden. Dan hebben we over vijf jaar toch een aardig objectief beeld van droogvallen en verantwoord droogvalgedrag.

Daarmee hebben we voor onszelf in de dialoog met regelgevers nog beter positie bepaald, en onze moraal een realistische onderbouwing gegeven.

Misschien dat we dan een keer worden vertrouwd. Want het moet ons van het hart dat in deze discussie de naald steeds blijft hangen in dezelfde groef. Je bent voor natuurbescherming of je bent tegen. De stellingen zijn al lang betrokken, er vindt geen werkelijke dialoog plaats. Er wordt nog gepraat vanuit een romantische vooronderstelling, dat de mens geen deel uitmaakt van de natuur. Dat de mens in principe een verstoring is. Terwijl de mens onlosmakelijk verbonden is met de natuur.

De Indianen wisten dat, en leefden daarnaar. Toen ze nog vrij waren. De nieuwe generatie weet het ook. Door de vooronderstelling dat de mens in principe een verstoring is, worden we als Wadvaarders consequent in de hoek gedrongen, in de verdediging gedrukt. We moeten eerst bewijzen dat we niet verstoren. Helaas. We zijn bij voorbaat verdacht.

Wat mij betreft: ik voel me geen gast in het waddengebied. Ik voel me thuis. En waar ik thuis ben, daar wil ik voor zorgen en dat wil ik beschermen. Wat er moet gebeuren, is dat we ophouden elkaars opponenten te zijn. Ik citeer uit de Berichten voor Wadvaarders midden jaren 90. "We moeten ophouden macht tegenover macht te stellen. Alleen in eigen belang te denken en in eigen straatje te praten. Het moet afgelopen zijn met de sfeer van ! "wij" hebben het beste met de wadden voor, en "zij" vormen een bedreiging.

Er moet werkelijk overleg komen, met argumenten, niet gericht op "winst" voor de eigen stellingname, het eigen deelbelang. We moeten met zijn allen verantwoordelijkheid leren dragen voor het geheel." Einde citaat.

Ondertussen is het belangrijk dat we doorgaan met deze observaties. Hoe meer mensen mee gaan doen, hoe meer waarnemingen we doen, hoe meer zicht we krijgen op wat er gebeurt en hoe beter we erover kunnen communiceren met elkaar en met andere gesprekspartners.

Ik roep u op mee te gaan doen met het observeren. Doet u mee, dan doet u een heel seizoen mee. U hoeft niet elk jaar mee te doen. Maar als u meedoet is het belangrijk dat u het consequent doet. Een volgend jaar kunnen het weer anderen zijn.

U kunt zich opgeven bij Ruud van der Steen.

Dank.