Een impressie van het overleg met LNV
Van: Jan Asselbergs(voorzitter), maart 2008
Contrasten
Als je overheid uitspreekt in plat Haags krijg je overhead. Dat is geen toeval, want de overheid is de overhead van de samenleving. Een complexe samenleving vereist regels anders kan je niet samen leven. Die overhead is nodig om die regels te verzinnen, in werking te stellen en te houden. Die overhead is erg kostbaar, de helft van ons inkomen gaat er direct naar toe en in de vorm van BTW en accijnzen nog eens een kwart. Overheidsdienaren die zich hiervan bewust zijn stellen zich effectief, dienstbaar en bescheiden op.
Woensdag 27 februari was een dag met grote contrasten. Wij waren te gast bij LNV Noord met twee onderwerpen: Een inventariserend gesprek over de mosselzaadvang en een gesprek over het monitoring programma in verband met het Convenant. Zelden maakten wij een groter verschil mee in sfeer, elegantie, dienstbaarheid en taakopvatting in één middag, in één gebouw, bij één organisatie.
Samen met BBZ en het Watersportverbond kregen we inzicht in de plannen rond de mosselzaadvangst op het wad. De bedrijfstak heeft onderzoek gedaan en locaties aangegeven die geschikt zijn. Men denkt aan het uitgeven van concessies op diverse plekken, die in totaal ca 550 Ha beslaan. De eerste vraag was dus: Hoeveel is 550 Ha? Is dat veel? Op kaart 1811-3 (Den Helder tot Kornwerderzand) stonden een reeks locaties aangegeven, bij één ervan stond 55 Ha, zodat we een beetje een idee kregen. Tien van die stukjes zou moeten kunnen. Er stonden echter nogal veel locaties op die kaart, in elk geval veel meer dan 550 Ha. Men zei ons dat we dat niet als claim hoefden te zien, het onderzoek was er op gericht te bepalen waar dat mosselzaad zich goed laat vangen. Dat zijn plekken waar veel stroom staat en het bij LAT dieper is dan drie meter.
Samen met onze gastheren streepten we de locaties door die ons bij het opkruisen teveel zouden hinderen en zo kwamen we op een zo op het oog redelijk compromis. Wij vroegen of het niet mogelijk zou zijn een deel van die locaties in het Eierlandse Gat in te richten, daar vaart bijna niemand. Ze zouden het voorstellen.
We zien hier, dat wanneer overheid en recreanten op constructieve wijze met elkaar overleggen, tijdig met overleg beginnen en wederzijds goed naar elkaar luisteren, er veel is te bereiken.
De vergadering daarna ging over de opzet van de monitoring die moet plaatsvinden om te kunnen beoordelen of het Convenant VR positieve of negatieve resultaten oplevert. Dat begint met een nulmeting, anders gezegd: Wat is de situatie nu en is er over x jaar een trend te bespeuren ten opzichte van nu ten gevolge van het Convenant VR?
LNV werd in het Convenant aangewezen als trekker voor de monitoring, er werden enkele partijen (waaronder de recreantenorganisaties) aangewezen als secondant voor deze taak. LNV verstrekte op 25 september de opdracht om een voorstel voor die nulmeting op te zetten. Vergeefs werd door de belangenorganisaties gevraagd om de tekst van die opdracht. Nu kwam die eindelijk op tafel, tot onze verbazing stond daar in dat LNV op 10 oktober had moeten opleveren. De ”beleidsmedewerker” die daar verantwoordelijk voor was bleek geheel niet onder de indruk van onze opmerking dat hij dus veel te laat was. Sterker nog, hij drong aan op haast, want per 31 maart moest de nulmeting in het RCW besproken worden. “Daarom is er geen ruimte meer voor veel aanpassingen in het voorliggende model,” was zijn stellige standpunt. Misschien konden wij nog wat gegevens aanleveren.
Als dat zo is, wat doen we hier dan, zeiden wij. Maarten klapte demonstratief zijn papieren dicht. Ik riep iets van een persbericht waarin we de beleidsmedewerker zouden citeren. Met ons aller constatering dat LNV dus geen medewerking duldt inzake het Convenant. Dat bracht hem kennelijk aan het schrikken, op agressieve toon vroeg hij of er dan soms iets mis was met het voorstel. “Ja, eigenlijk alles,” zeiden wij in koor.
Er ontspon zich een discussie met de mevrouw van Imares die het voorstel “op wetenschappelijk onderbouwde wijze” tot stand had gebracht. Zij legde uit waarom ze vond dat er toch instond wat de bedoeling was: Van kwantiteit (ligplaatsplafond) naar kwaliteit (beïnvloeding van gedrag) en dat je daarbij iets moet hebben om de ontwikkeling aan te toetsen. Tot zover waren we het eens, maar in haar uitleg kwam aan het licht dat het wetenschappelijke recreantengedrag iets heel anders bleek te zijn dan het Wadvaarders recreanten gedrag. Imares denkt bij gedrag aan varen of stilliggen, zeilen of motoren, ankeren, netjes tussen de boeien of zomaar over de platen. Dat moet beïnvloed worden tot allemaal netjes tussen de boeien. Wij hebben haar uitgelegd dat onze definitie van gedrag iets heel anders is: Zie de erecode, en dat dàt nu juist de basis van het Convenant was. Dat was geheel nieuw voor haar en ze verzon ter plaatse een andere omschrijving van het Imares-gedrag. Zij bleek dus wel voor rede vatbaar, haar opdrachtgever niet.
Ons belangrijkste bezwaar is dat LNV een monitoringsopzet heeft gemaakt zonder daarbij de secondanten te betrekken. Ons bezwaar bij de uitwerking is de keuze voor een op zeer oude gegevens gebaseerd ongeloofwaardig model in plaats van op recente meet- of waarnemingsgegevens. “Zoals bijvoorbeeld de door de Wadvaarders verzamelde gegevens over verstoringen,”opperden wij. De LNV-vertegenwoordiger verwees die waarnemingen zo ongeveer naar de prullenbak.
Volgens Imares voldoen die waarnemingen niet aan wetenschappelijke toetsing. Er volgde een discussie over wat we zouden kunnen doen om zo’n toets wel te doorstaan. Daarbij werd ook gemeld dat RWS door middel van extra vluchten opnemingen van allerlei beesten gaat doen, wij opperden dat er misschien een extra plek in dat vliegtuig kon worden ingeruimd voor mensen die deskundig zijn in gedragingen van wadvaarders.
Volgens de LNV man was er zo’n haast dat daar dan op maandag 3 maart maar verder over gesproken moest worden. Onze agenda’s lieten een bespreking op zo’n korte termijn niet toe. Met hem volgde vervolgens een bitse discussie waarin wij er op aandrongen de aanvang van de nulmeting dan zover uit te stellen dat er voor alle partijen een bevredigend model zou zijn gevonden.
De opstelling van deze beleidsmedewerker is geheel omgeven van het dogma dat recreanten verstoren en dat LNV bepaalt hoe er met het Wad dient te worden omgegaan. Inhoud telt niet, slechts macht. Wij vonden hem niet effectief, niet dienstbaar en evenmin bescheiden.
Samengevat: Er werd niet samengewerkt, dientengevolge kwamen wij er niet uit, er werd dus niets bereikt, we zijn erg benieuwd wat er nu verder gaat gebeuren.