Orka's op het Wad?
Van Jan Asselbergs
Wadvaarders en natuur
In 1957, dat is dus ruim 50 jaar geleden, voer ik aan boord van een door mijn vader gehuurde tjalk door wat nu zuidelijk Flevoland is. Lelystad was nog een eiland, vandaar uit groeiden dijken. Om ons heen zagen we de laatste zeilende vissers met hun botters in het span. Van milieu had nog bijna niemand gehoord, er waren vrijwel geen regeltjes.
Intussen wonen er anderhalf maal zoveel mensen in ons land, Zuidelijk Flevoland was misschien wel nodig om daar ruimte voor te bieden. Aan de Noordwestkant van dit geheel kunstmatige nieuwe stuk Nederland was een industriegebied gepland, maar er ontstond min of meer bij toeval iets dat we nu een “Natuurgebied” noemen, het was daar namelijk het diepst en het natst, er begon riet te groeien en allerlei moerasopslag, de Oostvaardersplassen.
Tal van diersoorten die halverwege die vijftig jaar ons landje vanwege drukte en vervuiling vrijwel verlaten hadden vonden daar leefruimte, met voor de IJsselmeervaarders een wel zeer opvallend verschijnsel: het groeiende aantal aalscholvers, die in fraaie lange kronkels vlak over het water scheren. Lepelaars zitten er ook, purperreigers, roerdompen, noem maar op. Deze gevederde vrienden kozen daar zelf hun plek, zij vlogen er gewoon naar toe, ze hoefden geen toestemming te vragen, het mocht gewoon. Toen het gebied bij vogelwatchers bekend raakte als rijk natuurgebied maakten de natuurbeheerders zich er meester van en werd de toegang verboden. En omdat natuur uiteraard compleet moet zijn bedachten de beheerders dat de habitat moest worden aangevuld, zo zetten ze er dus ook diverse grazers uit.
In de pogingen om die volledig door mensen gemaakte “natuur” nog meer op natuur te laten lijken zijn nu dan de “natuurlijke” vijanden aan de beurt. Met honger als de eerste, na enkele winters oefenen stelt de Tweede Kamer geen vragen meer over van de honger omgekomen runderen. De volgende stap is nu aan de orde: er komen wolven! Van deze wolven wordt verwacht dat zij de kost verdienen door zwakke hoefdieren te verscheuren en op te vreten. Als zij hun werk goed doen neem ik aan dat daar in de Tweede Kamer weer over geklaagd zal worden: zo inhumaan! Na wat discussie luwt dat wel weer: ook de wolven zijn dan deel van onze zelfgemaakte natuur.
Het bracht mij wel op een idee. In het noorden van ons land vinden we wat wel genoemd wordt het laatste stuk echte natuur in Nederland. Daar valt best wel wat op af te dingen, want om het echt weer op natuur te laten lijken moet je heel wat dijken slopen, te beginnen met de Afsluitdijk. Ook Griend hoort er in die optiek niet bij. Maar alla, uitgestrekte droogvallende platen met enorme hoeveelheden bijbehorende dieren in een grote verscheidenheid, met en zonder veren, haren of schubben. Dit is natuur, dus het wordt fanatiek beheerd, maar de mens mag er zelfs hier en daar nog een beetje bij, binnen strenge regeltjes.
Zeehonden vormen er een opvallende zeer aaibare diersoort met toegewijde sponsors, waarvan de populatie steeds maar toeneemt. Zoals wij allen weten heeft de zeehond in ons kustgebied geen natuurlijke vijanden behalve, volgens LNV, mensen die op het Wad varen en eens in de dertig jaar een opduikend virus. Plaat na plaat wordt door de zeehond veroverd en valt ten prooi aan de handhavers.
Daarom lijkt het een goede gedachte ook deze diersoort een echte natuurlijke vijand te bezorgen. Net als in de Oostvaardersplassen lijkt mij de Waddenzee toe aan het uitzetten van vraatzuchtige wilde dieren: een kudde orka's. Deze fraaie zeezoogdieren hebben zoals u bijna wekelijks op Animal Planet kunt zien de zeehond op het menu. Van die orka ’s wordt dan verwacht dat zij de kost verdienen door zwakke zeehonden te verscheuren en op te vreten. Voor de toevallige passant moet dat onvergetelijke taferelen opleveren. Aan de Tweede Kamer zal het vermoedelijk ook niet ongemerkt voorbijgaan. Al was het alleen al vanwege de teruglopende werkgelegenheid in zeehondencrèches. Maar de natuur heeft dan tenminste zijn eigen loop weer teruggekregen.