Pagina in afdrukformaat
Ervaring op het Wad met LNV

Van: Peter Houtzager, mei 2008

Op woensdag 7 mei 2008 hadden wij een interessante ervaring met met een medewerkervan het Ministerie van LNV, dhr. Jan Smit.

Rond hoogwater kwamen wij aan bij de Blauwe Balg. Wij wilden een uurtje na HW droogvallen en lagen daarom een uurtje in de geul ter hoogte van BB18 om te bekijken waar we zouden kunnen droogvallen. Aangezien het gebied vanaf 15 mei verboden gebied is hebben we extra goed bekeken of er vogels of zeehonden waren die we zouden verstoren. Wij zagen geen enkele zeehond op de zandplaten liggen - blijkbaar was hier geen sprake van een HWVP. Na een uur (nog steeds geen rustende zeehond of vogel te zien) besluiten wij droog te vallen op de zandplaat noord van de geul.

Na 15 minuten komt een rubberbootje langszij. Jan Smit van het Ministerie van LNV stelt dat wij verstoren en in overtreding zijn van artikel 18 of 19. Wij geven aan naar ons idee in het geheel niet te verstoren aangezien er geen zeehond te zien was met HW. "Nou u verstoort wel en ik kan dat weten". Dat willen wij best geloven, maar hier droogvallen kunt u ons toch moeilijk verwijten. Jan Smit geeft aan dat wij inderdaad geen zeehonden of vogels hebben verstoord door ze van een plaat te jagen maar omdat de zeehonden hier meestal wel zijn tijdens HW verstoren we toch. "Maar waar waren die zeehonden dan die wij verstoorden?". "Ja dat weten wij ook niet en het verbaast ons wel dat we ze nu niet zien", is het antwoord. Vervolgens geef ik aan dat ik heb begrepen dat het Ministerie van LNV zich in het Waddenoverleg bot opstelt, grote delen van de Waddenzee zonder enig overleg wilde dichtgooien, geen tijdige feedback over de proefperiode Erecode 2003-2007 heeft gegeven, hetgeen allemaal de verhoudingen niet ten goede komt.

Dat kan allemaal zo zijn, maar of we dan toch willen vertrekken. Nou dat willen we wel. Niet omdat we het een redelijk verzoek vinden maar omdat we deze man in zijn bevlogenheid met het Wad wel terwille willen zijn, echter niet zonder het bovenstaande mbt de opstelling van zijn baas (het Ministerie NLV) wel gemeld te hebben. We slaan achteruit en raken dwars op het tij, worden een eindje meegenomen en boem op een nieuwe bank gezet. Dwars op tij en golven, op een scheve bank, onder helling, en geen beweging meer in te krijgen. "Tja, daar is nu nog weinig aan te doen", concludeert Smit. Nou, of we dan vannacht bij hoogwater weg willen gaan. We zeggen dat toe en Jan Smit gaat heen. Negen uur later verlaten wij bij het eerste hoogwater onze plek.

Deze Jan Smit was overduidelijk heel erg positief begaan met het lot van de natuur en de zeehonden en vogels. Echter wij vonden wel dat hij hierin wel erg ver ging. De nuance en redelijkheid is ver te zoeken in deze.

Hoe te handelen een volgende keer? Burgerlijke ongehoorzaamheid? De gedachte kwam wel bij ons op.....