Doel vereniging Wadvaarders
Van: Luuk Knol, 27-10-2007 (eerste versie 17-11-2001)
Basisgedachten voor Wadvaarders
HET DOEL VERENIGING WADVAARDERS is sinds oprichting 1990:
Vrij (en verantwoord) varen op de wadden door de recreatievaarders moet mogelijk blijven.
Onderscheid van andere organisaties
Door dit specifieke doel onderscheidt de vereniging Wadvaarders zich van andere al bestaande verenigingen, op bijvoorbeeld aanverwante gebieden zoals watersport, natuur en milieu. Die andere organisaties waren er vóór de oprichting van Wadvaarders ook al. Zij speelden echter geen rol in het tegenhouden van ontwikkelingen, die door mensen die toen sinds jaar en dag op het wad voeren, als wezenlijke bedreigingen ervaren werden voor het vrije wadvaren. Sommige organisaties droegen zelfs bij aan die bedreigingen.
Het vrije wadvaren is een bezigheid, die Wadvaarders als een levensstijl beschouwen en waarvan zij weten dat die in harmonie met het wad, de wadden natuurlijke omgeving, plaats vindt. En waarvoor de vrijheid om op het wad te varen, te ankeren en droog te vallen essentieel was en is. Door de bewustwording van zinloze en soms zelfs contraproductieve regelgeving (Dellewal-verbod; 200 m-regel bijvoorbeeld) vonden en vinden mensen elkaar in een vereniging die niet van plan is nodeloze en zinloze beperkingen van het wadvaren te accepteren, zowel nieuwe als bestaande.
Nevenactiviteiten, ja of nee?
De vraag of de vereniging zich ook met nevenactiviteiten mag/moet bezighouden doet zich zo nu en dan voor, zij het meestal impliciet. Het antwoord is deels een kwestie van prioriteitstelling en deels van tactiek.
- In de eerste plaats mag de gerichtheid op het doel er uiteraard niet onder lijden. Dat betekent bijvoorbeeld dat bij de aanwending van de schaarse tijd en energie van (vooral bestuurs-) leden het werken aan het doel voorrang heeft. Concreet betekent dat dat er, zeker bij het bestuur, een doorlopende oriëntatie moet zijn op mogelijke (positieve of negatieve) ontwikkelingen uit het oogpunt van het doel. De vereniging moet daar een voortdurend overzicht over en inzicht in hebben. Evenals een oriëntatie op bestaande beperkende regelgeving die eveneens geen zin (meer) heeft en waartegen activiteiten ondernomen moeten worden.
- In de tweede plaats mag het beeld van de vereniging, als zijnde een vereniging die vecht voor het vrij en verantwoord varen op het wad niet vertroebeld worden door een overdosis aan niet op het doel gerichte activiteiten.
- En in de derde plaats moeten nevenactiviteiten natuurlijk niet schádelijk zijn voor de verenigingsstrategie.
Strategische en tactische keuzes
De energie van de Vereniging moet aangewend worden om steeds de beste strategie en tactiek te kiezen en toe te passen. Dit uit een veelheid aan keuzes (de volgorde geeft geen prioriteit aan):
- participeren in overlegstructuren, rekening er mee houdende dat deze methode soms slechts een negatieve opbrengst (tijdverlies en inkapseling) kan hebben voor een opstandige club als Wadvaarders,
- lobbyen, “netwerken” bij uitvoerende ambtenaren, bij hun regionale bazen, bij Haagse of regionale beleidsverantwoordelijke ambtenaren. Bij politieke bestuurders. Bij volksvertegenwoordigers op het juiste overheidsniveau. Bij politieke partijen, o.a. gericht op relevante aspecten in de partijprogramma's;
- PR, publiciteit, via alle mogelijke media de eigen deskundigheid, het eigen gedachtegoed uitdragen. Het is van wezenlijk belang steeds een duidelijk beeld te creëren en in stand te houden van waar de vereniging voor staat, ter onderscheiding van alle mogelijke andere organisaties die zich bezig houden met bijvoorbeeld voorzieningen voor recreatievaarders of met natuurbescherming. Vooral dit aspect van juiste beeldvorming kàn wel, maar mag niet ondermijnd worden door het bezig zijn met nevenactiviteiten. Als Wadvaarders dat toch doet vergt dat steeds zorgvuldig extra aandacht en activiteit om het beeld naar binnen en naar buiten scherp te houden dat dit niet de zoveelste watersportvereniging, natuur- of milieuclub is;
- diverse vormen van actievoeren en verzet plegen, vanuit het vertrekpunt dat Wadvaarders nimmer akkoord zal gaan met zinloze beperkingen en zich daaraan dan ook niet gehouden acht. De handhaving daarvan zoveel mogelijk 'dwarsbomen';
- tegelijk duidelijk maken dat handhaving van zinvolle verstandige regelgeving goed uitvoerbaar is, mede dankzij draagvlak en actieve steun van de Wadvaarders. Dat Wadvaarders iets te bieden heeft, namelijk een zinvolle bijdrage juist aan de bescherming van het wad.
Als bovenstaande prioriteiten gewaarborgd zijn, en bestuur en leden hebben er behoefte aan om zich in verenigingsverband met allerlei andere aspecten van het wadvaren bezig te houden, dan is daar uiteraard niets tegen. Met één belangrijk voorbehoud: sommige activiteiten en opvattingen over het varen op het wad kunnen de eigen strategie en tactiek schaden, en de kracht van de eigen filosofie ondermijnen; later meer daarover.
BETEKENIS DOELGERICHTHEID IN DE PRAKTIJK
Jaarvergadering
Bovenstaande betekent bijvoorbeeld, dat de jaarvergadering (en zonodig ook de regiobijeenkomsten) uiteraard in de eerste plaats benut moet worden om bij te praten over:
- De situatie met betrekking tot mogelijke bedreigende ontwikkelingen in beleid, regelgeving, en handhaving;
- Verslag van en verantwoording van het bestuur over het gevoerde beleid en verrichte activiteiten als reactie hierop;
- Blik op de toekomst, voorgenomen strategie en tactiek. Discussie met de leden over de koers. Uitwisseling van ideeën. Inventarisatie van mogelijkheden leden om bij te dragen aan het te bereiken doel.
De jaarvergadering is de enige gelegenheid om zo’n wezenlijk gesprek als vereniging met alle leden te hebben. Die kans mag dus niet gemist worden.
- Het kan dus niet dat een jaarvergadering goeddeels gevuld is met een onderwerp als “de techniek van het ankeren”, zo lang er niet eerst voldoende aandacht gegeven is aan de vraag of er op datzelfde moment misschien beleid en regelgeving in de maak is waardoor er straks weinig meer te ankeren valt! En dan is ankeren toevallig ook nog een onderwerp waar je overal mee dood gegooid wordt, van watersportbladen, boekjes, tot watersportverenigingen. En bovendien kun je het er met je buurman in de haven of desgewenst bilateraal met eventueel meer ervaren wadvaarders over hebben.
- Het kan ook niet dat de vereniging veel tijd en energie steekt in onderwerpen, hoe belangrijk ook, als windmolens, beloodsing, etc. zonder intussen voldoende toe te komen aan het tijdig waarnemen van nieuwe dreigende beperkingen, en daartegen in het geweer komen.
Natuurlijk vinden wadgebruikers, waaronder Wadvaarders, dit soort onderwerpen van groot belang, maar dat betekent niet dat déze vereniging daaraan prioriteit moet geven ten koste van het eigen doel! En nodig is het ook niet, er zijn immers krachtige watersportbonden, natuur-en milieuverenigingen, die hier mee bezig zijn. Velen van ons zijn ook lid van een dergelijke vereniging.
Iets anders is dat het om tactische redenen soms nuttig kan zijn om zich bij dit soort zaken als Wadvaarders te laten zien en horen (bekendheid krijgen, invloed vergroten). Maar dan dus weloverwogen (indirect) ten dienste van het eigen doel! Hierbij moet de effectiviteit wel steeds nadrukkelijk in de gaten gehouden worden: werkt het ook wel echt zo, of ontstaat er alleen maar vervaging van het beeld van waar staat Wadvaarders eigenlijk voor? En nemen we geen standpunten in die in algemene zin ook bedreigend kunnen zijn voor het vrije wadvaren?
Berichten en Wadvaarders.nl
Wat voor de jaarvergadering geldt, geldt mutatis mutandis ook voor de overige structurele communicatie van de vereniging, dus voor Berichten, dat 4x per jaar naar leden wordt gestuurd en in zekere zin ook voor de Website (die dan nog meer van belang is voor de beeldvorming naar buiten).
Ook in deze twee media dient de prioriteit te liggen bij de zaken die betrekking hebben op het doel van de vereniging. Ook zij moeten door hun inhoud de doelgerichtheid ondersteunen en bijdragen aan de beeldvorming van waar de vereniging voor staat. En tussen de jaarvergaderingen door de leden op de hoogte houden van de stand van zaken en wat het bestuur doet. De aandacht voor aanvullende zaken mag niet ten koste hiervan gaan.
STRATEGIE EN TACTIEK,
HET VERHAAL VAN DE WADVAARDERS.
Wadvaarders heeft een goed verhaal dat vanuit verschillende relevante invalshoeken sterk genoeg is om resultaat te kunnen boeken.
- In de eerste plaats de eigen filosofie/identiteit, zoals weergegeven in de treffende “Indianen-metafoor”: een Wadvaarder is geen kolonist die het wad plundert, ook geen hekkenplaatser die het wad afsluit voor de mens. Een Wadvaarder is een Indiaan, die in harmonie met het wad leeft en meer dan wie ook belang heeft bij instandhouding van de waddennatuur, waar hij immers voor zijn beleving van afhankelijk is. Wadvaardersleden zijn dus niet schadelijk voor het wad, integendeel zij zullen alles doen voor het behoud, zij kennen het wad en weten wat schadelijk is en wat niet.
- De feiten, en dan met name over de zeehonden. Jarenlang is vooral de bedreiging van de zeehondenpopulatie door de verhekkers als argument gebruikt om de mens en in casu de wadvaarder buiten steeds grotere gebieden te houden. De verhekkerslobby heeft zich inmiddels ongeloofwaardig en zelfs belachelijk gemaakt door destijds omslachtig “onderzoek” te doen naar verstoring, met als suggestieve uitkomst dat een zeilboot op 1500 m afstand een zeehond zijn kop op doet heffen, en daarmee reeds bedreigend in zijn voortbestaan verstoord wordt. Terwijl uit ons aller waarnemingen en inmiddels ook overtuigend uit onderzoekcijfers blijkt dat de vrij constante, gering toenemende pleziervaart samengaat met een bijna explosieve groei van de populatie. Het medegebruik zit elkaar totaal niet in de weg. Wadvaarders vond (de uitkomst van) het zeehondenverstoringsonderzoek destijds al onzinnig, evenals het idee dat Wadvaarders bedreigend zouden zijn voor de zeehondenpopulatie (ook historisch trouwens onzinnig voor wie even terug ziet op de geschiedenis van de wadvaart). Alleen al de tot hondertallen gegroeide zeehondenpopulatie op de bank vlak naast de hoofdgeul van Baltrum, waar alle veerboten, watertaxi’s, Seehundsbankenboote, en alle pleziervaart op nog geen 100 m langs vaart (en ligt), moet al méér dan voldoende zijn om een eind te maken aan elk verhaal dat de zeehondenstand aanvoert als grond voor beperkingen.
Wadvaarders heeft dus overtuigend gelijk op grond van de cijfers. Dit gelijk moet nu ook te halen zijn bij verantwoordelijke beleidsdenkers en bestuurders. Bovendien kan er een conclusie getrokken worden over de kwaliteit van de adviseurs vergeleken met de ervaringsdeskundigheid van de Wadvaarders!
- De verhekkers-lobby heeft de neiging de recreatievaart op het wad voor te stellen als een potentieel heel grote groep, een dreigend massaverschijnsel. Dat is een beeld wat er gemakkelijk in gaat, omdat in deze samenleving dat bijna overal inderdaad zo is. En indien dat zo zou zijn, dan zouden ook wij ons kunnen voorstellen dat dan het wad niet meer het wad zou blijven en dus ingrijpend beschermd zou moeten worden tegen de toestromende horden.
Dat beeld is goed te bestrijden, want er is een goed en met de feiten strokend verhaal om inzichtelijk te maken, dat dat gevaar er nu niet is, en er ook niet zal komen, want:
- Van de hele recreatievloot komt maar een beperkt deel binnen het bereik van ‘de wadden’ met zijn ondiepe en droogvallende delen, geultjes en prielen.
- Veruit het overgrote deel van de vloot dat in weekends of vakantie op de Waddenzee vaart, vaart uitsluitend noord/zuid verbindingen door diepe geulen naar de eilanden. Deze massa is niet relevant voor het wadvaren, en ankert en droogvalt ook niet. Het gaat hier om diepwater haven/haven varen en liggen. Dit raakt het waddenmilieu niet.
- Van de recreatievloot is slechts een zeer gering percentage geschikt voor het echte wadvaren, qua diepgang en qua mogelijkheid tot droogvallen (platbodems, kimkielers, en midzwaardboten).
- Van dat percentage heeft slechts een klein deel de vaardigheid en de moed om kriskras over het wad te zwerven, droog te vallen en ‘s nachts op het wad achter een ankertje, soms ten koste van de nachtrust, de getijwisseling te ondergaan.
Dit zijn de Wadvaarders, die die moed en vaardigheid hebben opgedaan door bij anderen in de leer te gaan en daarbij ook het nodige over natuurvriendelijk gedrag op te steken. Voorts doen zij dit alles juist omdat zij waddenliefhebbers bij uitstek zijn. Zij houden van de natuur, het avontuur en het ongebonden scharrelen en zwerven. Zij hebben geleerd zichzelf te redden met het wad zoals het is. Zij hoeven geen voorzieningen, en zelfs nauwelijks havens. Zij willen ook geen massa-aantrekkende uitbreiding van ligplaatsen en andere voorzieningen.
- Voor dit kleine overblijvende deel zijn de omstandigheden dan ook nog een groot deel van de tijd zodanig dat ook zij niet op het wad zitten: vaak is het weer te ruig om op het wad te verblijven, het waait te hard, het is er koud en onaangenaam en zelfs gevaarlijk. Insiders weten, dat in tegenstelling tot andere natuurgebieden het wad in vergaande mate zichzelf beschermt. Het is er vaak woest en ongenaakbaar. Het grootste deel van het jaar zie je dan ook geen enkele recreatievaart op het wad. Het wad verdedigt zich zelf tegen grote toestroom! En de enkele mooie zomerdag waarop het hoogwater gunstig valt en de wind goed staat en er op één dag wèl 70 schepen (35 oost-> west en 35 west->oost) de Engelsmanplaat passeren staat het welvaren van de waddennatuur in het geheel niet in de weg.
- Historisch gezien is het rustiger dan ooit met de wadvaart. Ooit waren er voortdurend het hele jaar door tjalken e.d. onderweg van west naar oost en terug, zeilend, laverend, ankerend en droogvallend op alle mogelijk afstanden van de geul, terwijl in die tijd de zeehonden en wie weet wat allemaal nog meer bejaagd werden. De zeehondenstand nam pas af toen die tijd voorbij was, en dus als gevolg van geheel andere oorzaken.
Het beeld van de hier beschreven realiteit van het wadvaren als een activiteit, die door een aantal natuurlijke gegevenheden vanzelf en zonder regulering beperkt zal blijven tot een beperkte groep liefhebbers, in een woest natuurgebied, dat zich zelf heel goed verdedigt tegen grote toestroom van kwetsbare bootjes, mag in géén geval vertroebeld worden door activiteiten gericht op bevordering van voorzieningen. Maar al te gauw zou ten onrechte het beeld kunnen ontstaan dat Wadvaarders streeft naar verlaging van die natuurlijke drempels, zodat regulering weer verdedigbaar wordt!
De nota uit 2001*) van LNV “Natuur voor Mensen, Mensen voor Natuur” geeft met zijn titel kernachtig aan dat natuur vooral waarde heeft als mensen daar ook daadwerkelijk toegang toe hebben. Gelukkig ziet dus ook blijkens genoemde nota de bewindspersoon van LNV dat in. Op de eigen filosofie van LNV kan ook voor het wadvaren een beroep gedaan worden! Indien, zoals in het geval van Wadvaarders die toegang niet schadelijk is, dient de overheid die toegang dan ook niet te belemmeren.
Een Wad op de maan: daar heeft niemand iets aan!
- Al kabinetten lang is er het principe van deregulering bij de overheid.
Regelgeving moet getoetst worden aan de vraag of ze nodig is, en aan de vraag of het beleidsdoel niet op een andere wijze bereikt kan worden. Het is goed te verdedigen dat bepaalde beperkende regelgeving voor het wadvaren niet nodig is, of zelfs contraproductief.
- Evenzeer huldigt de politiek het principe van handhaafbaarheid.
Regelgeving die elke redelijke grond mist voor het verkrijgen van een draagvlak bij de doelgroep, kan alleen met disproportioneel grote controle- en repressie- inspanningen gehandhaafd worden. Dat vergt veel middelen en mensen, die er niet zijn en waarvan we ook niet mogen verwachten dat die gegeven het onzinnige doel beschikbaar gesteld zullen worden.
Maar bovendien is het juist op het terrein van het wad zo dat al snel handhavingactiviteiten van enige omvang zèlf wel echt verstorend zijn. Hoeveel schepen, vliegtuigen en manschappen heeft men wel niet nodig om op het hele wad, van Den Helder tot de Eems overal te controleren dat er bijvoorbeeld niemand verder dan 200 m van een betonde geul droogvalt? En met welke snelheden en grof motorgeweld moet al dat personeel wel over het wad jakkeren om elke “overtreder” te bekeuren? En wat moet die strijdmacht het grootste deel van het jaar, als er nauwelijks wadvaart is, doen? En welk arrondissement van het O.M. heeft tijd over om zich met eindeloze vervolgingen en beroepszaken bezig te houden, gegeven alle andere dringende prioriteiten (1 miljoen zaken per jaar die blijven liggen!)? En dat alles zonder enig maatschappelijk nut?
- Het moet ook aan beleidsmakers en politici duidelijk te maken zijn dat dit een heilloze weg is. En dat terwijl er een voor de hand liggend alternatief is, waarbij in een win/win-situatie het gezamenlijke belang gediend wordt, ten gunste van het wad:
- Schaf in goed overleg met Wadvaarders overbodige beperkende regelgeving af.
- Werk samen als overheid met Wadvaarders, bij de monitoring (waarnemingen van al die wadvaarders bij elkaar kunnen toch heel nuttig zijn), en bij de handhaving: door de gedragsregels van de eigen leden, zowel als enige mate van sociale controle van alles wat er op het wad gebeurt.
De grootste winst zit er al in dat de dan resterende beperkte regelgeving zinvol gevonden wordt, waardoor er ook bereidheid is zich (en anderen) er aan te houden.
- Op wie moet Wadvaarders zich richten om met kans op succes invloed proberen uit te oefenen?
Tot nu toe is er nogal wat ervaring met het niveau van de feitelijke uitvoerders en handhavers, met niet al te veel succes. Uit de aard van hun positie en opdracht beweegt deze categorie zich binnen beperkte kaders, bijvoorbeeld voor het O.M. het kader van het handhaven van de 200m-regel. En voor uitvoerende ambtenaren van LNV het kader van de opdracht om op grond van art.17 (nu art.20) NBwet jaarlijks steeds maar weer nieuwe gebieden aan te wijzen.
Van de functionarissen op dit niveau is wellicht ook niet anders te verwachten: zij houden zich aan hun opdracht en daarmee aan hun instructies. Sterker nog: de visie van Wadvaarders staat min of meer haaks op hun eígen belang, gezien vanuit de positie en rol van deze functionarissen. (Hun taak veronderstelt immers dat zoveel mogelijk zaken zoals ook het wadvaren bedreigend zijn, zodat er steeds gestuurd, beheerst en ingegrepen moet worden).
Op voldoende hoog niveau echter staat het belang van de eigen rol, status en positie wèl los van een specifieke visie op het beleid.
Het is dus nodig om eerst tot vruchtbare nieuwe uitgangspunten te komen met ambtenaren en bestuurders op strategisch niveau. Daarvoor is een vrij hoog ambtelijk niveau nodig, en wellicht toch ook al gauw de politiek, voor zover de wettelijk kaders toch te beperkt zouden blijken voor de benodigde koersverlegging.
Wadvaarders heeft daar wat te bieden:
- samenwerking in plaats van een zinloze doorgaande strijd
- inzicht en ervaring
- draagvlak voor het overheidsbeleid
- meewerken aan totstandkoming en doelmatige handhaving van een doeltreffend waddenbeleid
- ambassadeurschap voor de wadden en het waddenbeleid
Tot slot nog een praktische suggestie in verkiezingstijd: leg aan alle politieke partijen de filosofie en het streven van Wadvaarders voor en vraag ze in hoeverre ze met hun politiek daarachter kunnen staan. Maak de uitslag bekend in Berichten en op de Wadvaarders-site.
*) 01 juli 2000 – rapport LNV, “Natuur voor mensen, mensen voor natuur” . In deze nota wordt de aanpak van het natuurbeleid voor de komende tien jaar geschetst. Natuur en landschap leveren volgens het kabinet een essentiële bijdrage aan een leefbare en duurzame samenleving.