banner
Pagina in afdrukformaat
Zienswijze Wadvaarders art.20 gebieden
06-12-07 Verslag van afspraken uit drie besprekingen met LNV, over art. 20 gebieden 2008.
09-10-07 Zienswijze van de vereniging Wadvaarders betreffende de voorstellen van LNV
 
Verslag van afspraken uit drie besprekingen met LNV, over art. 20 gebieden 2008.

Na de TOW vergadering van 9 oktober zijn er drie gesprekken met LNV geweest:
* 06 november met terreinbeheerders en vrijwel alle gebruikersorganisaties
* 27 november met terreinbeheerders, BBZ en Wadvaarders over de vier hotspots
* 04 december met ANWB, HISWA, BBZ en Wadvaarders over het totaal aan plannen voor 2008 (en verder)
Het resultaat voor wat betreft de plannen voor artikel 20 gebieden 2008 is als volgt
(de nummering van de voorstellen van LNV wordt hier aangehouden):

1. Razende bol:
De grenzen van het huidige art. 20 gebied worden naar oost en naar west verschoven, omdat er veel zeehonden met hun jongen en vogels een plek hebben gevonden.
De aantallen zijn in de besprekingen niet op tafel gekomen maar worden nageleverd, zodat de diverse achterbannen goed geïnformeerd kunnen worden over deze maatregel **).

2. De Bollen
Het plan voor afsluiting van De Bollen is van de baan. De betreffende schippers van rond-vaartboten zullen separaat worden aangesproken.

3. Mosselgaatje
De huidige afsluiting van het gebied rond Mosselgaatje betreft de periode van 15-5 tot 1-9. In verband met zeehonden en hun jongen wordt de afsluiting verlengd voor het gehele jaar. De afsluiting wordt zo gelegd, dat kleine geul (de meest zuid-westelijke) toegankelijk blijft.

4. Boschplaat en Koffieboonenplaat
De meest oostelijk gelegen punt is een HVP, die blijft afgesloten (geen wijziging).
De plaat ten noorden van de oude Oosterom blijft wel beschikbaar voor droogvallen (!). Van hieruit kan het Noordzeestrand bereikt worden via een wandelpad(corridor).
De nieuwe grens van het artikel 20 gebied wordt naar het zuiden verschoven, komt ongeveer tussen de huidige grens en de geul in te liggen; strook voor droogvallen wordt dan een paar honderd meter breed. Mocht na het broedseizoen de afsluiting niet meer nodig zijn, dan verwijdert het SBB de bebording.

5. Groene strand Ameland
Wordt afgesloten conform plan LNV

6. Vogelpolle
Wordt afgesloten conform plan LNV

7. Steenplaat
De uitbreiding van het bestaande artikel 20 gebied wordt minder ver naar het westen doorgetrokken. De westelijke grens wordt een eind teruggelegd; details in kaart van 2008.

8A. Zwarte Haan
De uitbreiding van het gebied langs de Zwarte Haan gaat niet meer tot en met de geul, maar de geul blijft bevaarbaar; details in kaart van 2008.

8B. Dantziggat
De uitbreiding van het gebied langs het Dantziggat gaat niet meer tot en met de geul, maar de geul blijft bevaarbaar; details in kaart van 2008.   
 
9. Holwerderbalg
De uitbreiding van het gebied langs de Holwerderbalg gaat niet meer tot en met de geul, maar de geul blijft bevaarbaar; details in kaart van 2008.  
 
10. Holwerderpier
Wordt aangepast conform plan LNV
 
11. Oostkant Ameland
Huidige afsluiting bij Oerd en Hon wordt niet vergroot; situatie 2007 wordt gecontinueerd
 
12. Rif
Op grond van gegevens LNV en Staatsbosbeheer blijkt er zich in 2007 op het Rif een HVP te hebben gevestigd. Dat rechtvaardigt dan een afsluiting gedurende de HW-periode, van 3 uur voor tot 3 uur na HW. Evaluatie na 2008.
 
13. Oostpunt Schiermonnikoog
Huidige afsluiting wordt niet vergroot; situatie 2007 wordt gecontinueerd.
 
14. Rottumerplaat
Wordt aangepast conform plan LNV.
 
**) In algemeenheid is afgesproken dat de gegevens van LNV aan ons beschikbaar worden gesteld (zoals in 2006 ook gedaan werd) om de informatie aan de diverse achterbannen goed te kunnen verzorgen.
 
En verder:
Ter voorbereiding op werkwijze 2008 wordt er in het voorjaar gesproken over het beleid mbt de artikel 20 gebieden.
De communicatie zal in 2008 beter worden geregeld; dit heeft dit jaar alle betrokkenen te veel tijd gekost.
Maarten Snel


Zienswijze van de vereniging Wadvaarders betreffende de voorstellen van LNV voor het in 2008 afsluiten van gebieden op grond van artikel 20 Natuurbeschermingswet als vervat in de voorstellen aan het Toeristisch Overleg Waddenzee, gehouden op 09-10-‘07
 
                                                                                 
Voorstellen van LNV
 
Het bestuur van de vereniging Wadvaarders heeft kennis genomen van de voorstellen van LNV voor het afsluiten van gebieden op grond van artikel 20 Natuurbeschermingswet. Ook van de onderbouwing van die voorstellen door LNV heeft het bestuur kennis genomen. Met name tijdens de TOW-vergadering van 9 oktober jl. is die onderbouwing gegeven, maar in de bijeenkomst rond het Convenant Vaarrecreatie op 6 september te Den Helder werd reeds gepreludeerd op die onderbouwing.
 
Er wordt voor een groot aantal gebieden een uitbreiding van de bestaande afsluiting voorgesteld; ook wordt de periode van afsluiting in een aantal gevallen verlengd, aldus de voorstellen van LNV. Omdat de omvang en de mate van afsluitingen voor 2008 ongebruikelijk groot is heeft LNV tevoren enkele betrokkenen in globale zin van de plannen op de hoogte gesteld.
Bij de onderbouwing van de voorstellen baseert LNV zich op de resultaten van de evaluaties van de Erecode. Ook refereert LNV bij haar onderbouwing van de voorstellen aan het overleg tussen terreinbeheerders en gebruikersorganisaties waaruit zou voortvloeien dat er gebieden afgesloten zouden moeten worden. Een basis voor de uitbreiding van de afgesloten gebieden wordt ook gevonden in het Convenant Vaarrecreatie, aldus LNV. En tenslotte geldt voor een aantal (alle?) gebieden dat de afsluiting een gemakkelijker handhaving bevordert, aldus LNV. Met name dit laatste argument voor verdergaande afsluiting had LNV ook al tijdens de vergadering rond het convenant Vaarrecreatie te Den Helder (6 september) aangedragen.
In een enkel geval wordt verkleining van afgesloten areaal dan wel een verkorting van de gesloten periode voorgesteld.
 
Draagvlak en wederzijds vertrouwen, ze komen te voet en verdwijnen te paard.
 
Bij de presentatie van de voorstellen refereerde LNV meermalen aan het bestaande draagvlak voor maatregelen op grond van artikel 20 Nb-wet. In de afgelopen jaren is er inderdaad regelmatig een draagvlak gevonden voor maatregelen die soms impopulair waren voor (een deel van de) betrokkenen. Op grond van respect voor elkaars standpunt en een groeiend besef van wederzijds belang werd dat draagvlak zorgvuldig gecreëerd. Dat is de natuurbescherming ten goede gekomen. En voor de recreatie in de vorm van natuurbeleving is dat een goede zaak.
Tot vlak voor de presentatie van de voorstellen van LNV was er sprake van een zorgvuldig opgebouwd draagvlak. De mate waarin LNV voor 2008 voorstelt gebieden af te sluiten, de wijze waarop LNV een en ander heeft voorbereid en hoe LNV dit vervolgens motiveert, doet dat draagvlak in één pennenstreek te niet. Dat is zowel voor de natuurbescherming als voor de recreatie in de vorm van natuurbeleving een slechte zaak. Alle betrokken gebruikersorganisaties geven aan dat zij zich door de gevolgde handelwijze buiten spel gezet voelen. Voor de vereniging Wadvaarders geldt, dat zij de resultaten van de verrichte waarnemingen, de tellingen, de evaluatieresultaten en de resultaten van gevoerd overleg op geen enkele manier terug ziet in de voorstellen van LNV.
 
 
Fundament in de evaluaties Erecode.
 
LNV baseert zich, naar eigen zeggen, bij de motivering en onderbouwing van haar voorstellen op de evaluatie van de Erecode. De eindevaluatie is in formele zin nog niet rond, dus dat is lastig baseren. Maar los van dit formele punt: op geen enkele wijze zijn de resultaten uit de evaluatie herkenbaar in de voorstellen van LNV.
Het cijfermatige materiaal dat tijdens de evaluaties werd besproken leidt tot de algemene conclusie dat de proef als zodanig geslaagd is. Dat betekent dat de verstoringen in de jaren van de proef niet zijn toegenomen. Dat is niet een conclusie uit de koker van een gebruikers-organisatie, dat is een conclusie waarover consensus bestaat tussen terreinbeheerders, gebruikers en overheden. Lijnrecht in tegenspraak met een dergelijke breed gedragen conclusie komt LNV nu met voorstellen om een flink aantal gebieden ruimer en langduriger af te sluiten.
Als direct betrokkenen bij de evaluaties herkent de vereniging Wadvaarders zich niet in de voorstellen. Deze zijn op geen enkele manier te rijmen met de resultaten uit de evaluaties, eerder in tegendeel. LNV gaat deels aan die resultaten voorbij, daarbij de goede bedoeling van de gebruikersorganisaties in twijfel trekkend; en deels verwringt zij de resultaten om (meer) afsluitingen te rechtvaardigen. De vereniging Wadvaarders voelt zich door deze handelwijze niet serieus genomen en tekent er fel protest tegen aan.
 
 
Overleg tussen terreinbeheerders en gebruikersorganisaties
 
Naar aanleiding van de evaluaties van de Erecode is een bespreking tot stand gekomen tussen terreinbeheerders en gebruikersorganisaties. In dat constructieve overleg werd geconstateerd dat er vier kwetsbare gebieden zijn waar extra aandacht nodig of wenselijk is. Verwacht mag worden dat er voor die extra aandacht een draagvlak te creëren is bij de diverse achterbannen. Maar met “extra aandacht” is tijdens die bespreking nooit gesproken over afsluiting. Sterker nog: één van de vier gebieden is al het hele jaar afgesloten. Daar (en ook op die andere drie plekken) is dus iets anders nodig dan afsluiten. Het werken met Wadwachten is tijdens die bijeenkomst wel genoemd maar kon nog niet als de oplossing gepresenteerd worden; inmiddels wordt er hard gewerkt aan het realiseren van die oplossing.
Het overleg tussen gebruikers en terreinbeheerders wordt door alle betrokkenen gewaardeerd; en het creëert draagvlak voor maatregelen die bij de achterban soms impopulair zijn. Maar uiteindelijk komt dat de natuurbescherming ten goede. In die zin is het zaak zorgvuldig om te gaan met de resultaten uit dat overleg.
Een vervolg op het eerder genoemde overleg kan leiden tot breed geaccepteerde maatregelen. En als afsluiting de enig resterende goede oplossing is, dan zal ook daarvoor een draagvlak blijken te bestaan. Door in dit stadium afsluitingen voor te stellen blokkeert LNV de mogelijkheid dat er in goede harmonie gesproken wordt over een uitwerking van “extra aandacht” voor vier gebieden.
 
 
De vier kwetsbare gebieden
 
Voor de goede orde zij hier vermeld dat de volgende vier kwetsbare gebieden zijn gelokaliseerd tijdens de evaluaties en tijdens het gesprek tussen terreinbeheerders en gebruikersorganisaties. Voor de volgende gebieden is extra aandacht (niet zijnde afsluiting, of in elk geval niet per definitie zijnde een afsluiting) nodig:
Oostpunt Terschelling
Oostpunt Schiermonnikoog
HVP Engelsmanplaat
Richel
 
Over de Oostpunt van Terschelling is destijds bij de vergroting van de afsluiting van de Boschplaat (2004??) met veel nadruk gesteld dat dit niet zou leiden tot een verdere afsluiting naar het zuiden, tot aan de geul: “Droogvallen ten noorden van de geul blijft wel mogelijk, het gebied mag in de betreffende periode niet betreden worden”. Met geen woord wordt in het LNV-voorstel gerept over die afspraak, hij wordt eenvoudig terzijde geschoven. Overigens: het voorliggende voorstel voor verdere afsluiting in zuidelijke richting werd door LNV tevens gemotiveerd uit een makkelijker handhaving.
Voor wat betreft de Oostpunt van Schiermonnikoog ontbreekt het aan cijfermatig materiaal, door gebrek aan mankracht bij de betreffende terreinbeheerder. Dat materiaal zou met extra aandacht wel opgeleverd kunnen worden. Een maatregel als een verdere afsluiting van het gebied zou daarop eventueel gebaseerd kunnen worden, maar komt nu dus veel te vroeg.
Extra aandacht voor de HVP van de Engelsmanplaat behelst per definitie niet een verdere afsluiting, want dat gebied is al afgesloten. Ook hier is extra aandacht dus nog nader uit te werken (evenals voor die andere drie gebieden); waarom geen Wadwachten i.p.v. afsluiten?
Het Richel bij Vlieland is en blijft afgesloten. Extra aandacht is hier nodig, vinden terreinbeheerders en gebruikersorganisaties. Door dat begrip nader uit te werken kunnen andere oplossingen dan “afsluiten” gevonden worden, niet alleen voor het Richel maar ook voor die andere drie gebieden.
Over de Oostpunt van Ameland en het Posthuiswad is ook gesproken, maar deze gebieden komen eventueel pas in latere instantie in aanmerking voor extra aandacht. Derhalve is het onbegrijpelijk dat de afsluiting van de oostpunt van Ameland nu wordt uitgebreid. Dit voorstel is ook strijdig met teksten en tellingen uit de evaluaties.
 
 
De overige voorstellen voor verdere afsluiting
 
Het Rif is in de gesprekken rond de evaluaties nooit als problematisch genoemd. Uit de permanente bewaking door Staatsbosbeheer is nooit gebleken dat hier problemen bestaan, dat er spanning zou zijn tussen natuurbelangen en recreatie. Een volledige afsluiting van het Rif voor het gehele jaar komt dan ook uit de lucht vallen.
Over het Danziggat zijn geen tellingen bekend, de motivering voor afsluiting is wel erg algemeen en dus lastig te weerleggen.
De afsluiting van de Bollen is door LNV gemotiveerd met “een eenvoudiger handhaving” omdat daar zeehondentochten te dicht bij de zeehonden komen; overigens ook op andere plaatsen is dit als argument gebruikt voor een verdere afsluiting.
Voor wat betreft de Noorderhaaks is uit de evaluaties van de afgelopen jaren is nergens gebleken dat er problemen zouden zijn met het betreden van verboden gebied. 
 
 
Handhaving als argument voor (verdere) afsluiting
 
Op diverse plaatsen in de mondelinge toelichting door LNV werd gesteld dat afsluiting op grond van artikel 20 Nb-wet wenselijk is ten behoeve van een vereenvoudigde handhaving, waardoor een betere naleving van deze wet mogelijk zou worden. Ook in de vergadering over het convenant Vaarrecreatie (6 september) bracht LNV dit argument al in.
De vereniging Wadvaarders verbaast zich zeer over deze argumentatie van de zijde van LNV.
Kennelijk wordt een handhavingsprobleem ervaren; om dit op te lossen worden oneigenlijke maatregelen voorgesteld, ook nog eens zonder afdoende onderbouwing.
 
 
Deur op slot?
 
In het Toeristisch Overleg Waddenzee zijn wij geconfronteerd met voorstellen waarin wij ons totaal niet herkennen; dit geldt overigens ook voor alle andere gebruikersorganisaties. De voorstellen kwamen voor ons als een donderslag bij heldere hemel.
LNV heeft naar eigen zeggen zijn oor te luister gelegd bij de eigen medewerkers en bij de terreinbeheerders. De vereniging Wadvaarders en andere gebruikersorganisaties stonden ondertussen voor een dichte deur.
Waar wij van onze kant aantoonbare inspanningen plegen om goed gedrag van recreatieve gebruikers op het Wad te bewerkstelligen, verwachten wij van LNV een open opstelling om ons serieus en in vroegtijdig stadium te betrekken bij diverse overleggen en voorstellen.
Bij de vereniging Wadvaarders rijzen door deze gang van zaken ernstige bedenkingen over de waarde van de vele reguliere contacten en overleggen met betrokken overheden en terreinbeheerders. Zonder het vertrouwen, dat Wadvaarders als een serieuze gesprekspartner worden beschouwd, staat deelname aan al deze tot dusver door Wadvaarders als waardevol beschouwde contacten en overleggen op het spel.
 
 
Conclusie en oproep tot serieus overleg

Voor zover gebleken is uit de evaluaties van de Erecode noch uit andere ons bekende informatie, lijkt er van een acute noodsituatie geen sprake, op geen van de door LNV voor afsluiting voorgestelde locaties.
De vereniging Wadvaarders bepleit om de voorgestelde afsluitingen terug te nemen en in het bestaande goede overleg tussen betrokkenen te spreken over de gewenste en noodzakelijke maatregelen (“extra aandacht”) ter voorkoming van schade aan de natuur. In het verleden is meermalen gebleken dat een dergelijk overleg tot constructieve resultaten leidt. Op die manier blijft het zorgvuldig opgebouwde draagvlak intact.  Dat draagvlak zullen we nodig hebben voor een geaccepteerde vorm van “extra aandacht”, voor noodzakelijke afsluiting van een gebied of voor openstelling van eerder afgesloten gebied.
 
Dit zou kunnen betekenen dat de maatregelen niet al in 2008 kunnen worden geïmplementeerd. Uitstel van een maatregel om het zorgvuldig opgebouwde draagvlak en wederzijds vertrouwen te waarborgen achten wij de moeite waard en op termijn veel beter, zowel vanuit de natuurbescherming  als vanuit de recreatie/natuurbeleving gezien.
 
 
Namens het bestuur van de vereniging Wadvaarders,
Maarten Snel, 28 oktober 2007