banner
Pagina in afdrukformaat
PKB en algemeen

Reactie van vereniging Wadvaarders op advies van de Raad voor de Wadden door Bestuur Wadvaarders(11/2006)

Het rapport "Concept-advies Vaarrecreatie" van de Raad voor de Wadden bevat naar de mening van het bestuur van de Wadvaarders een aantal waardevolle elementen. Ook is er enige kritiek.


In het rapport "Vaarrecreatie op de Waddenzee" brengt de Raad voor de Wadden advies uit naar aanleiding van het Convenant Vaarrecreatie.
In de kern komt het betoog in dit rapport er op neer, dat vaarrecreatie op het Wad mogelijk is indien de recreanten zich verantwoord gedragen en de kwetsbare gebieden op de kwetsbare tijden ontzien. Het pleidooi voor verantwoord gedrag, zoals uitgedragen door onder meer de vereniging Wadvaarders en zoals beschreven in de Erecode, past daar prima in.
Op meerdere plaatsen wordt genuanceerd geschreven over de risico's van droogvallen en wordt (terecht) gesignaleerd dat gedrag van droogvallers bepalend is voor de mate van verstoring. Maar bij het trekken van conclusies doet de Raad het voorkomen alsof per definitie "droogvallen een grote kans op verstoring geeft". De resultaten met de droogval-proef tot nu toe wijzen daar in het geheel niet op, eerder integendeel.


Pleidooi voor maatwerk
Er wordt in het rapport een onderscheid gemaakt naar de verschillende groepen recreanten.
Het verschil tussen met name de groep van "geulvaarders" enerzijds en "scharrelaars" anderzijds is dermate groot, dat het nauwelijks zin heeft de recreanten op de Waddenzee als één categorie te benaderen of te behandelen. Een specifiekere benadering is noodzakelijk; de Raad pleit hier terecht voor maatwerk.

Samenhangend met bovenstaande wordt een onderscheid gemaakt naar deelgebieden van de Waddenzee. Het oostelijk Wad heeft een ander karakter dan het westelijk deel. De recreanten van beide gebieden verschillen ook aanzienlijk. Derhalve, aldus bepleit de Raad voor de Wadden terecht, dienen de maatregelen ter bescherming van de natuurwaarden in deelge-bieden te worden onderscheiden. Ook hier maatwerk, dus.

Op meerdere manieren geeft de Raad aan dat het maximeren van het aantal ligplaatsen in de havens op de eilanden een niet-passende maatregel is. De maatregel van het maximeren wordt een "end-of-pipe-oplossing" genoemd. Het leidt tot noodgedwongen buitengaats ankeren en droogvallen door recreanten die daar niet voor gekozen hebben. Dat kan leiden tot negatieve effecten op de natuur. Naar onze mening zou dat inderdaad het geval kunnen zijn, maar daar dient dan toch aan te worden toegevoegd: "… omdat deze noodgedwongen ankeraars en droogvallers minder deskundig en ervaren zijn dan de "scharrelaars" die weten hoe ze zich verantwoord moeten gedragen in dit gebied."


Droogvallen
Op vele plaatsen wordt genuanceerd geschreven over het droogvallen in het Waddengebied. De proef met de Erecode (ofwel het Convenant Droogvallen) wordt op meerdere plaatsen in positieve termen benoemd. Gegeven de resultaten in de eerste drie jaren van deze proef (van de vier jaar dat de proef duurt) is die positieve invalshoek alleszins gerechtvaardigd.

Ons hoofdpunt van kritiek op het rapport betreft het feit dat er op sommige plaatsen ten onrechte voorbijgegaan wordt aan de ontwikkelingen en de evaluaties rond het droogvallen. Met name de conclusie in het midden van paragraaf 3.2 (onderaan blz. 21) is storend: "De Raad constateert dat er een grote kans op verstoring bestaat door met name het droogvallen op het Wad, maar ook door het ankeren in de geul." Deze krasse uitspraak correspondeert niet met de voorafgaande teksten in het rapport en wijkt ook af van de bevindingen met de Droogval-proef tot nu toe.


Want:
Zelfs de grootste criticasters van recreatie op het Wad zijn van mening dat droogvallen op zich zelf nauwelijks verstorend is. Het gedrag van mensen is bepalend voor de vraag of droogvallen (en ankeren) een verstorende bezigheid is. De Raad zelf noemt in haar rapport ook al, dat verstoring met name optreedt als er met een loslopende hond over de plaat gewandeld wordt; een inzicht dat ook uit de evaluaties van de droogval-proef naar voren komt.

Met de conclusie zoals zojuist geciteerd doet de Raad het voorkomen alsof droogvallen per definitie een grote kans op verstoring oplevert, zonder dat er gerefereerd wordt aan eerdere uitspraken in dat zelfde rapport, dat het gedrag van mensen op die droogvallende schepen de cruciale factor is. De positieve evaluaties van de proef met de erecode over de eerste drie (van de vier) jaar onderstrepen en onderbouwen een dergelijke genuanceerdere uitspraak.


Conclusie
De Raad voor de Wadden bepleit een passende oplossing voor specifieke problemen, bepleit maatregelen die toegespitst zijn op een specifieke groep van recreanten, in een bepaald gebied en op bepaalde tijdstippen. Dat is de grote verdienste van dit rapport.
Maar met de generaliserende uitspraak over droogvallen "…. een grote kans op verstoring door droogvallen …" doet de Raad geen recht aan haar eigen pleidooi voor maatwerk. Beter ware het geweest het gedrag van droogvallers centraal te stellen en meer aan te sluiten bij de tussentijdse resultaten van de proef met de Erecode.


Namens het bestuur van de vereniging Wadvaarders,
Maarten Snel

Persbericht van de Raad voor de Wadden

Het volledige rapport van de Raad voor de Wadden luidt:

Vaarrecreatie op de Waddenzee
Advies aan de Stuurgroep Waddenprovincies over het concept
Convenant Vaarrecreatie Waddenzee

U kunt een samenvatting bekijken of het volledige rapport als pdf-file downloaden.


Reactie Vereniging Wadvaarders op PKB Waddenzee


De hier weergegeven zienswijze heeft betrekking op het "Concept aangepast deel 3 planologische kernbeslissing Derde Nota Waddenzee".
Meer hierover kunt u lezen op de website van VROM. Als u alleen die pkb wilt lezen; die kunt u downloaden via deze link


Zienswijze van de vereniging Wadvaarders
Aan: Inspraakpunt pkb Derde Nota Waddenzee
19 februari 2006

Inleiding
De vereniging Wadvaarders stelt zich ten doel het vrij en verantwoord Wadvaren te bevorderen. Hieronder verstaan wij volgens onze statuten: "recreatie op en vanaf schepen in het Waddengebied, zowel op het water, op drooggevallen gedeelten, als op land." Onze vereniging spant zich in het bijzonder in om een brug te slaan tussen recreatie en natuur. Daarom hebben wij ook het initiatief genomen tot de "Convenant droogvalregeling" zoals die in de toelichting bij deze PKB (lid o.) en de strategische milieubeoordeling wordt aangehaald. Deze zienswijze richt zich op de PKB tenzij anders is genoemd.

Beleidsuitgangspunten
Wij onderschrijven de hoofddoelstelling zoals beschreven in de 1e drie regels van par. 2.1. In het ontwikkelingsperspectief dat vervolgens wordt beschreven in par. 2.2. ontbreekt echter volgens ons ten onrechte de "beleving van de Waddennatuur". Wij willen daarom aan de tekst bij het 3 na laatste aandachtstreepje "Er is een situatie bereikt van duurzaam toerisme ....... .........acceptabel is" de volgende zin zien toegevoegd "In het Waddengebied is een optimale natuurbeleving mogelijk."

Beleidskeuzen
In par. 3.2 lid a, gesloten gebieden, wordt wel gerefereerd aan de bestaande gesloten gebieden, maar wordt geen perspectief geboden over de ontwikkeling van de omvang van deze gesloten gebieden. Dit terwijl de ontwikkeling van de afgelopen decennia is geweest dat het totale areaal gesloten gebieden niet in omvang toeneemt. Uit de beleidsdoelen van deze PKB, het voorgenomen beleid en uit de bijgevoegde strategische milieubeoordeling, blijkt ook niet dat een uitbreiding van de omvang van de gesloten gebieden de komende planperiode noodzakelijk is. Wij verzoeken u dan ook in deze PKB uit te spreken dat het percentage afgesloten areaal in de planperiode niet zal toenemen.

Terecht stelt deze PKB in lid j ook lichthinder aan de orde. Wij vragen in dit kader daarom in het bijzonder uw aandacht voor lichthinder van delfstofwinlokaties en veerbootterminals.

Deze PKB kiest voor rust als kenmerkend element van de landschappelijkheid van het Waddengebied. Wadvaarders zouden dit element veel sterker benadrukt willen zien. Helaas stelt deze PKB nachtelijke geluidshinder door partyschepen niet expliciet aan de orde.
Deze geluidshinder zou volstrekt verboden moeten worden.




Wij begrijpen dat gegrepen wordt naar het onder lid o. genoemde capaciteitsbeleid voor jachthavens als voorlopig sturingsinstrument voor recreatiedruk. Op zich zijn wij door de bijgevoegde strategische milieubeoordeling nog niet overtuigd geraakt van de noodzaak deze recreatiedruk te limiteren. Aan de andere kant hebben wij vanuit onze wijze van vrij en verantwoord recreëren ook geen grote behoefte aan steeds verder uitbreidende havencapaciteit, mits dit niet ten koste gaat van de veiligheid. Een enkele keer per seizoen zullen de weersomstandigheden het nodig maken dat ook de "buiten" verblijvende recreatieschepen in jachthavens terecht kunnen. Hiervoor moet wel (nood) capaciteit beschikbaar blijven. Een zeer passende oplossing vinden wij in de onlangs door de gemeente Terschelling gepubliceerde havenvisie. Daarin wordt een beschut anker- en droogvalgebied als overloop capaciteit voorgesteld. Dit is voor alle Waddeneilanden een uitstekende oplossing, mede omdat de praktijk uitwijst dat geen grote groepen nieuwe watersporters trekt (de meesten prefereren het comfort van de jachthaven).

Onder lid q wordt betoogd dat een vermindering van de militaire activiteiten niet gewenst wordt geacht. Over de maatschappelijke noodzaak van deze voorzieningen kunnen wij niet oordelen. Ons blijkt echter steeds weer dat de aanwezigheid van militaire oefeningen ondermijnend werkt op het draagvlak bij de waddenrecreanten om zich zelf duurzaam te gedragen. Daarom zouden deze militaire aktiviteiten in elk geval niet in het recreatie-vaarseizoen plaats moeten vinden.

Bijlagen
In bijlage 3 kaart 13 scheepvaartroutes ontbreekt ten onrechte de waddenroute van Lauwersoog naar de Eemsmond.

Toelichting
Blz. 81 convenant droogvalregeling
De laatste alinea van deze paragraaf is onduidelijk (drukfout?) en mogelijk ook onvolledig. In het kader van het convenant vindt ook monitoring plaats van de resultaten. Hieruit zal in de planperiode een nadere getalsmatige onderbouwing beschikbaar komen van al of niet optredende verstoring door droogvallen.

Namens het bestuur van de vereniging Wadvaarders
Eilard Jacobs
Vice voorzitter

(Berichten 61, april 2006)

Peekabee
Door Eilard Jacobs

De eerste maanden van 2006 stonden voor iedereen die met Waddenbeleid begaan is in het teken van de 'PKB'. De afkorting staat voor 'Planologische Kern Beslissing' en omdat daar wel meer van zijn, moeten we daaraan toevoegen 'Waddenzee'. Maar goed in het Waddenspraakgebruik heeft iedereen het over PKB. In dit document is het kabinetsstandpunt over de Waddenzee bepaald. Naar goed Nederlands gebruik is er nu een mogelijkheid tot inspreken geweest en pas later gaat de kamer definitief over dit Waddenbeleid beslissen.

Op zich dus geen onbelangrijk document, de komende jaren zal voortdurend worden teruggegrepen op de beslissingen die in deze PKB zijn genomen. Daarom maken de Wadvaarders gebruik van deze mogelijkheid tot inspreken. Nu verwachten we natuurlijk direct dat minster Dekker, die hier over gaat, het geheel met ons eens is en de PKB besluiten gaat aanpassen, datzelfde hopen overigens ook alle andere insprekers. Aangezien die insprekers vaak tegengestelde belangen hebben, ontstaat in de inspraakreacties dan weer zo'n tegenstrijdig palet aan meningen dat de minister rustig de nota ongewijzigd door de kamer kan loodsen. Maar goed we doen toch maar mee aan dit circus want anders zou de balans wel eens net de verkeerde kant op kunnen doorslaan.

De vraag is natuurlijk: 'wat staat er in'. Nou is deze PKB eigenlijk helemaal niet nieuw. Al in 2001 kon worden ingesproken op de 'ontwerp PKB'. De reden dat het allemaal nog opnieuw moest was eigenlijk vanwege het gas en de kokkels. Gas winnen mag nu wel en mechanisch kokkelvissen niet meer. Het belangrijkste punt dat er voor recreatie in staat, is ook niet nieuw: een voorlopig plafond van 4400 ligplaatsen in het Waddengebied (en soms aangrenzend). Verder is er nog een rustgebied aangewezen onder Rottum om een ongestoorde referentie te hebben. Ook niet nieuw en voor de Wadvaarders die daar wel eens komen verandert dat nauwelijks iets. Wel zijn er dikke nota's als 'strategische milieubeoordeling' en 'eind rapport passende beoordeling' bijgevoegd, maar ook daar staat met betrekking tot Wadvaren geen nieuws in. Er wordt nog steeds verondersteld dat van droogvallen een verstorende werking uitgaat, maar harde cijfers blijven ontbreken. Wél nieuw is tot ons genoegen dat de Erecode voor Wadvaarders een plaats heeft gekregen in deze PKB, dat is weer een stap op weg naar een goede voortzetting na de proefperiode.

Nu wilt u natuurlijk weten wat onze reactie was. De in keurige ambtelijke taal opgestelde brief kunt u hier lezen. Wij hebben, ondanks het vurig pleidooi van Geurt Busser op onze jaarvergadering - vanwege de schoenmaker die zich bij zijn leest wil houden - het gas en de kokkels laten liggen. Wel hebben gewezen op een paar foutjes en onvolkomenheden in tekst en kaartmateriaal (die maken ze volgens mij met opzet in de hoop dat iedereen alleen dáárop reageert).

Belangrijk vinden we dat het aspect 'natuurbeleving' in de uitgangspunten genoemd had moeten worden. Verder vragen we uit te spreken dat de gesloten gebieden niet in omvang toenemen (dat is de afgelopen decennia ook niet gebeurt, maar zet dat dan ook in je beleid). Evenals alle andere vertegenwoordigers van pleziervarenden hebben we gereageerd op het plafond van 4400 ligplaatsen. Onze reactie was wel een beetje afwijkend van de anderen.




Ligplaatsenplafond niet aangetoond



Wij vinden óók dat de noodzaak van een plafond niet aangetoond is, maar zitten óók niet te wachten op allemaal grotere jachthavens. Daarom hebben wij ervoor gepleit dat de oplossing die in de 'havenvisie' van de gemeente Terschelling staat, breed wordt toegepast. Die oplossing is dat er een beschutte anker- en droogvalplek wordt gecreëerd, waar naar kan worden uitgeweken bij extreme drukte in de haven.

Tenslotte hebben we nog wat gezegd over lichthinder, geluidshinder en militaire oefeningen. Allemaal zaken die natuurlijk wat ons betreft worden afgeschaft.

Inmiddels hebben we een keurige ontvangstbevestiging van het inspraakpunt ontvangen en als het kabinet niet voor die tijd valt, komt er misschien ergens eind van dit jaar wel een heus definitief besluit over de toekomst van de Waddenzee, waarschijnlijk met veel gas, veel kokkels en veel dat bij het oude blijft.





'Waddenzee onveilig door meer boten'

Bron LEEUWARDER COURANT, 29-11-05 (via www.Waddenzee.nl)

TERSCHELLING - De pleziervaart op de Waddenzee is zo fors toegenomen dat de veiligheid op het water en in de havens in het geding is.

Dit stelt de Eilander Raad, een samenwerkingsverband van de vijf Nederlandse waddeneilanden. Zij pleit voor uitbreiding van de jachthavens en signalen bij de sluizen in de Afsluitdijk zodat schippers kunnen zien welke Waddenzeehavens vol zijn. Steeds meer kajuitzeiljachten en motorboten kiezen voor het zoute water. Intussen is het aantal ligplaatsen niet toegenomen. Dat leidt volgens de Eilander Raad tot onveilige situaties op het water en in de havens. ,,Door de beperkte havencapaciteit dienen jachten vaak vele rijen dik afgemeerd te worden. Bij ongelukken zoals bijvoorbeeld brand, kan dit tot calamiteiten leiden waarvan de gevolgen niet te overzien zijn.''
Als de jachthavens vol zijn, gaan schepen voor anker op het wad. ,,Dat kan bij plotseling opstekende harde wind tot gevaarlijke situaties leiden. De reddingsmaatschappij heeft dan handen vol werk om jachten die in de problemen zijn geraakt in veiligheid te brengen.''

De jachthaven op Terschelling telde vijftien jaar geleden ongeveer 18.000 boten per jaar. Nu komen er jaarlijks tussen de 25.000 en 30.000. Volgens Jolle de Jong van de jachthaven komt dat vooral omdat steeds meer bootbezitters buiten het seizoen een tocht naar de eilanden maken. ,,Het is maar een paar dagen per jaar echt druk. Dat is te overzien.''

Volgens De Jong komen er meer boten naar het wad omdat de capaciteit van de IJsselmeerhavens groeit. ,,De overheid denkt dat de boten daar blijven. Maar zo gauw ze een beetje kunnen varen, willen mensen naar het zoute water toe.''

De stichting Jachthavens Waddeneilanden, waarin de vijf havensmeesters sinds 2003 samenwerken, pleitte vorig jaar voor een groei van het aantal ligplaatsen met 545 tot 2245. Op Terschelling zou de kom voor de haven uitgebaggerd kunnen worden. ,,Als daar een paar zeilboten aan meerboeien liggen, lijkt het wel een baai in het Middellandse Zeegebied.''




Geen maximum ligplaatsen jachthavens Waddenzee

Datum: 27-09-2006

Een maximum van 4600 ligplaatsen in de jachthavens van de Waddenzee is niet nodig. Vanuit ecologische- en veiligheidsoverwegingen is het niet verstandig om met deze maatregel te proberen de recreatiedruk te reguleren. Regulering van de recreatiedruk vereist een samenhangend pakket van beleidsmaatregelen.


Dat stelt de Raad voor de Wadden in zijn advies aan de Waddenprovincies. De Waddenprovincies hebben de Raad deze zomer gevraagd advies uit te brengen over het Convenant Vaarrecreatie Waddenzee tussen Rijk, Waddenprovincies en –gemeenten. Het doel van het convenant is het beheersbaar maken en houden van de vaarrecreatie op de Waddenzee. Hiermee hopen de convenantpartners dat het Rijk besluit om het maximum aantal van 4600 ligplaatsen in de jachthavens van de Waddenzee te schrappen.


De Raad is niet erg positief over het opgestelde convenant, omdat daarin onvoldoende onderscheid wordt gemaakt naar type recreant, naar periode van het jaar en naar gebied. Toch wil de Raad af van het maximum aan ligplaatsen in de jachthavens. Schepen die tijdens de drukte in het hoogseizoen noodgedwongen buitengaats moeten blijven, hebben namelijk een negatieve invloed op de natuur van de Waddenzee. De Raad vindt wel dat aan het loslaten van de ligplaatsennorm de strikte voorwaarde gesteld moet worden dat er snel nieuwe regels komen die de vaarrecreatie in de hand houden.


Vaarrecreatie kan volgens de Raad prima plaatsvinden in en op de Waddenzee. De recreanten moeten zich dan wel verantwoord gedragen en de kwetsbare gebieden moeten worden ontzien.


De Raad voor de Wadden heeft een wettelijke taak als onafhankelijk adviescollege en is ingesteld door het Ministerie van VROM. Zijn primaire taak is om gevraagd en ongevraagd adviezen uit te brengen over bestaand, nieuw en toekomstig beleid, dat zowel direct als indirect met het Waddengebied te maken heeft.



Raad voor de Wadden
Postbus 392, NL 8901 BD Leeuwarden
Lange Marktstraat 5, NL 8911 AD Leeuwarden

T 058 2126015
F 058 2120158
W www.raadvoordewadden.nl


 

Toeristische organisaties willen Waddengebied als Werelderfgoed (3/2005)

Bemanning na 410 jaar weg van Brandaris

Bron: Leeuwarder Courant 19 maart 2005

WEST-TERSCHELLING - Na 410 jaar verdwijnt de bemanning van de Brandaris op Terschelling. De laatste tien vuurtorenwachters verhuizen volgend jaar naar een nieuw, hypermodern centrum bij de Zeevaartschool op Terschelling. Dit verwacht Jan Hoogland, hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat in Noord-Nederland.
Hoogland loopt vooruit op een studie van Rijkswaterstaat die de komende week wordt gepresenteerd. Alle eilander vuurtorens krijgen infrarood-camera's die het Wad en de zeegaten in de gaten houden. De beelden worden naar het centrum op Terschelling gezonden. Vanuit daar zullen de verkeersleiders de scheepvaart begeleiden.

,,Met die nieuwe camera's kijk je dwars door de mist heen. Er zijn weinig mensen die ons geloven, maar je ziet meer dan onze mensen nu met het blote oog kunnen waarnemen. Het laatste wat wij willen, is de veiligheid verminderen'', zegt Hoogland. Hij verwacht dat het verkeerscentrum medio volgend jaar klaar is.

De vuurtoren van Schiermonnikoog is dan nog de enige bemande toren op het Wad. Ook daar komt een infrarood-camera. ,,Maar de verkeersleiders blijven voorlopig zitten. We gaan in ieder geval een jaar dubbel draaien'', zegt Hoogland. Na een evaluatie wordt besloten of ook dat baken onbemand wordt.

,,Ik kan me niet voorstellen dat ze de mensen eraf willen halen, dat meen ik uit de grond van mijn hart'', zegt burgemeester Bert Swart van Schiermonnikoog. ,,Een ongelooflijk onverantwoorde beslissing. Puur om veiligheidsredenen moet het menselijk oog blijven.''

Sinds de automatisering van de lichten en de opkomst van de elektronische navigatieapparatuur zijn wereldwijd de wakers uit de vuurtorens verdwenen. In Groot Brittannië en Duitsland worden bovendien steeds meer lichten gedoofd.

De lichten van de vuurtorens langs de Nederlandse Noordzeekust blijven vooralsnog branden, zegt Hoogland. ,,Ze gaan nu niet uit, maar zeg nooit nooit. Als alle scheepvaart aan de gps hangt, moet je je afvragen of de torens nog nut hebben. Of zelfs de betonning nog nut heeft. Sterker nog, het feit dat er dan nog tonnen liggen die het vaarwater bebakenen, is pure romantiek.''


Het Wad als Werelderfgoed, ons nieuwe standpunt.

Vier jaar geleden ondernam het Ministerie van LNV pogingen om het Waddengebied te laten aanwijzen als Werelderfgoed. Dat zou moeten gebeuren op de trilaterale ministersconferentie (Denemarken, Duitsland en Nederland), eind 2001. In Nederland stuitte de nominatie op veel verzet. Ook de vereniging Wadvaarders vond de aanwijzing destijds geen goede zaak. In de nominatie werd namelijk eenzijdig de nadruk gelegd op het belang van de natuur. Wij bepleitten een nominatie op grond van twee pijlers: natuurwaarde EN natuurbeleving (onder meer in de vorm van kleinschalige verantwoorde recreatie). Ons standpunt is destijds niet in het Nederlandse voorstel terechtgekomen.





In 2004 ondernam het ministerie van LNV opnieuw een zelfde poging. In de oorspronkelijke teksten werd wederom uitsluitend gesproken over de natuurwaarde van het Waddengebied. Wij hebben ons andermaal daartegen verzet. Ook andere organisaties stelden zich tegen deze eenzijdigheid teweer. Dat heeft effect gehad.
Er ligt nu een nieuwe concepttekst waarin wordt aangegeven dat niet alleen natuur maar ook menselijke activiteit in het gebied van belang is. Wij interpreteren dat als een voldoende basis om natuurbeleving in het gebied veilig te stellen. In een brief namens de minister onderschrijft de directeur van LNV-Noord deze interpretatie. In de toelichtende tekst bij de nominatie staat natuurbeleving overigens wel expliciet vermeld. Ook is aangegeven dat de status van Wereld-erfgoed niet tot extra regelgeving zal leiden.

De aangepaste tekst plus de brief namens de minister van LNV maakt dat wij ons standpunt hebben gewijzigd: in de huidige vorm ondersteunt de vereniging Wadvaarders de nominatie van het Wad als Werelderfgoed. Eind 2005 zal hierover beslist worden op de trilaterale ministersconferentie, die in november op Schiermonnikoog gehouden zal worden.

Namens het bestuur,

Maarten Snel

 

 

 

 

Na aanvankelijke bezwaren, heeft een aantal toeristische organisaties, die actief zijn in het Waddengebied, besloten de mogelijke nominatie van het Waddengebied als werelderfgoed te ondersteunen. Het zijn de vereniging Wadvaarders en de ANWB, het Watersportverbond, de "bruine-vloot-schippers" (landelijk: BBZ en Harlingen: VBZH), de vereniging Toerzeilers, de Groninger wadloop-organisaties en de kanovaarders.
De eerdere bezwaren tegen deze nominatie waren gericht tegen de aanvankelijke eenzijdige nadruk op de natuurbescherming bij het aanwijzen van het Waddengebied als Werelderfgoed. De toeristische organisaties vinden de belevingswaarde van dit unieke gebied van even groot belang. Nu het ministerie van LNV de nominatie niet alleen baseert op de natuurwaarden van het gebied, maar ook op de menselijke aanwezigheid en op de natuurbeleving, zijn de aanvankelijke bezwaren voor de toeristische organisaties weggenomen en steunen ze de nominatie van harte. De toeristische organisaties zijn verheugd over de toezegging van de minister, dat de erkenning van het Waddengebied als Werelderfgoed niet betekent dat er nieuwe regelgeving van kracht wordt . Het gaat hier immers om een internationale erkenning, niet meer en niet minder.

De toeristische organisaties in het Waddengebied vinden dat het gebied deze erkenning als Werelderfgoed verdient, omdat het een gebied is waar hoge natuurwaarden harmoniëren met menselijke aanwezigheid en allerlei vormen van recreatieve natuurbeleving. Wel vinden ze dat recreanten en toeristen er mede voor moeten zorgen dat de natuurwaarden in het Waddengebied behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Dat is in het belang voor hun eigen belevingswaarde. Door goede informatievoorziening en voorlichting, waar nodig aangevuld met strenge handhaving, is het mogelijk om recreanten en toeristen verantwoord met dit unieke gebied te laten omgaan. Door de natuur van nabij te kunnen beleven neemt de waardering voor de natuur in het gebied alleen maar toe en wordt de bezoeker vanzelf ambassadeur van het gebied. Dit samenspel tussen natuurbehoud en natuurbeleving is van wezenlijk belang voor het draagvlak onder bewoners en bezoekers van het gebied voor de te nemen maatregelen, die de natuur in het gebied moeten beschermen.
Vooral deze combinatie van natuur en natuurbeleving maakt dat het Waddengebied de titel Werelderfgoed verdient.

Voor nadere informatie kunt u terecht bij de voorzitter van de vereniging Wadvaarders:

Maarten Snel
mob: 0653 66 33 16

 

 

Peijs haalt bemanning van Brandaris

Bron Leeuwarder Courant, 29-04-05

Hoewel nog moet blijken of camera's vuurtorenwachters kunnen vervangen, vindt verkeersminister Karla Peijs het ,,een aanvaardbaar risico'' de bemanning over een jaar van de Brandaris op Terschelling te halen.

Ze wil het experiment met de camera's uitvoeren vanuit de zeevaartschool. Het is "niet verantwoord'' om dan tegelijk nog mensen op de toren te houden. Peijs meldt dit in een brief aan de Tweede Kamer op schriftelijke vragen van CDA'er Eddy van Hijum en VVD'er Janneke Snijder. Ze bevestigt de plannen van Rijkswaterstaat om over een jaar de verkeerscentrale in de zeevaartschool onder te brengen en dan op camera's te vertrouwen. Daarmee neemt ze afstand van haar eigen voornemen dat ze juli vorig jaar op Terschelling uitsprak.
De bewindsvrouw zei toen dat eerst moest blijken of de camera's het menselijk oog kunnen vervangen voordat de mensen eventueel van de Brandaris zouden verdwijnen. Zo'n proef zou drie tot vier jaar duren. Nu is het experiment teruggebracht tot een jaar, is de Brandaris op voorhand de wakers kwijt en kan dat in 2007 ook gelden voor Schiermonnikoog, de laatste bemenste toren in het Waddengebied.

Van Hijum en Snijder vinden dat Peijs de verkeerde besluiten neemt en willen haar daar op aanspreken. Eerst moet maar blijken of de camera's functioneren. ,,Pas daarna kunnen we oordelen of het menselijk oog van de Brandaris af kan'', aldus Snijder. Ze vindt het juist te risicovol om nu al het toezicht te beperken.

De Kamer en regio verzetten zich vorig jaar fel tegen het voornemen van Rijkswaterstaat om de vuurtorenwachters weg te halen. Voor Peijs was dat aanleiding dat plan grotendeels in te slikken.