banner
Pagina in afdrukformaat
Beheersplan N 2000 op los zand

Door Ciska van Geer, juli 2011

Het is begin 2009 als op initiatief van LNV, RWS, de provincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland vertegenwoordigers van ecologische, visserij, militaire, civiele, recreatieve en economische belangen in het Waddengebied en Noordzee kustzone zich hebben verzameld in het Eden Oranje hotel in Leeuwarden voor een uitleg over een grote klus: het ontwikkelen van één samenhangend beheerplan voor de Waddenzee, de duingebieden van de vijf Waddeneilanden en de Noordzeekustzone; Natura 2000. Er is vastgesteld dat 9 habitattypen en 62 diersoorten waaronder zoogdieren, broedende en fouragerende watervogels en vissoorten ons werelderfgoed zo bijzonder maken. Voor deze soorten en habitat typen zijn instandhoudingdoelen geformuleerd. Als voor de kernwaarden de situatie onder controle of buiten de invloedsfeer is wil men behouden en als het slecht(er) gaat wil men verbeteren. Er is vergund en niet vergund gebruik. Het beeld is bijna compleet. Alleen bestaande maar nog niet geregistreerde kitesurf locaties moeten worden toegevoegd. Wadvaren staat ingedeeld bij niet vergund bestaand gebruik. De volgende te nemen stap is het bepalen of het niet vergund bestaand gebruik mogelijk een negatief effect heeft op de doelen. Is er geen aantoonbaar negatief effect van een activiteit, dan kan deze zonder vergunning blijven plaatsvinden. Bij twijfel moet een nadere effectanalyse (NEA) helderheid geven. Het lijkt simpel, maar de werkelijkheid kan soms erg weerbarstig zijn.

Het bevoegd gezag benadrukt dat bij het maken van iedere stap in het proces alle belanghebbenden zoveel als mogelijk zullen worden betrokken. Dit is belangrijk om transparantie te bieden en moet zorgen voor de opbouw van draagvlak voor het beheersplan. Maar praten met zo’n grote club mensen zou behoorlijk ophouden en de tijd dringt. Het streven is om in het voorjaar 2011 het definitieve beheerplan af te ronden. Dat is kort dag voor zoveel pratende, naar elkaar luisterende, meedenkende, lezende en schrijvende partijen. Overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en instanties -waaronder de Wadvaarders- zullen er ook heel wat tijd in moeten steken. Defensie volgt in de procedure een geheel eigen traject. De beoordeling van de militaire activiteiten, dus de globale en NEA in het eigen gebied zal in eigen beheer worden uitgevoerd; er zijn vele vragende gezichten in het gehoor.

Vragen worden gesteld in 4 consultatiegroepen: civiele werken, natuur, recreatie en visserij. Aan de tafel van recreatieve belangen delen wij onze zorgen met vertegenwoordigers van het Watersportverbond, de Waddenverenging, de Vereniging Toerzeilers, de Waddengemeenten en SSB. Vragen voeren de boventoon: Wat wordt precies verstaan onder verstoring? Welke ruimte is ingeruimd voor gewenning, voor het feit dat dieren zich kunnen verplaatsen? Wanneer is een effect significant? Wat is de status van de huidige art 20 gebieden? Bij wie ligt de bewijslast? Kan een nu niet vergunde activiteit vergunningsplichtig worden? En welke mitigerende maatregelen staan er te wachten?
Silhouetwerking komt aan de orde. Er wordt verwezen naar onderzoeken, die een maat geven voor opvliegafstanden voor vogels, voor verstoringsafstanden voor zeehonden. De feitenkennis, belangeninformatie en wetenschappelijk onderzoek vormen de basis van definities, aannamen en van de beoordeling zelf (de NEA). In de uitleg komt naar voren dat de verschillende informatiebronnen medebepalend zijn voor de beoordeling van eventuele effecten op de instandhoudingsdoelen via een kwalitatieve expertbeoordeling en dus rijst de vraag hoe de invulling van de expertgroep wordt bepaald. Uit de praatgroep recreatieve belangen staan vertegenwoordigers op die ook de belangen van de Wadvaarders in één van de 4 klankbordgroepen willen behartigen: Janny du Bois van het Watersportverbond en Steef Engelsma van de ANWB. Hun inzet wordt zeer op prijs gesteld. Het netwerk van het Toeristisch Overleg Wadden (TOW) wordt genoemd als mogelijke weg om de informatiestroom vanuit de klankbordgroepen richting achterban door te geven. Onze suggestie om deze taak bij bureau Arcadis onder te brengen wordt niet gehonoreerd en de verantwoordelijkheid voor de informatievoorzienning naar de verschillende achterbannen blijft in het vage. Al met al veel werk te verzetten met het credo van de dag in het achterhoofd: “Ik reken erop dat we de dialoog blijven zoeken en zorgvuldig blijven samenwerken aan realistische oplossingen”.


Een volgende bijeenkomst dat jaar staat in het teken van de procedure. Begrippen volgen elkaar in hoog tempo op. Het bijbenen van de hoofdlijnen vraagt veel van de concentratie. Niet alleen het waddensysteem is behoorlijk gecompliceerd, de opbouw van het beheerplan is ook niet voor de poes. Het uitgangspunt is helder: er is bestaand gebruik en er zijn bestaande natuurwaarden in ruimte en tijd. Daar waar beide elkaar raken kunnen knelpunten ontstaan. De uitleg van methode voor effectbepaling is een ingewikkeld betoog dat kort gezegd loopt via voortoets naar NEA, eerst per onderdeel, later uitmondend in een optelling: het cumulatieve effect. Effecten zouden op herleidbare wijze moeten worden vastgesteld, maar zal in de praktijk zwaar op expert judgement leunen. Conclusies kunnen leiden tot mitigerende maatregelen. Er is betrokkenheid bij het proces van de regelgeving mogelijk en dat geeft de wadvaarder vertrouwen.

Nog in 2009 ligt er een 237 paginas (!) dik concept rapport van de NEA voor Waddenzee en Noordzee kustzone. De eerste reacties zijn gemengd. Er is blijdschap bij de KNRM vanwege een kans om in de toekomst bij het plannen van oefeningen beter rekening te kunnen houden met de oefeningen bij Defensie. En het lijkt nu nog een droom, maar het zou ertoe kunnen leiden dat vergunningsaanvragen voor een en hetzelfde gebied bij een en dezelfde instantie ondergebracht kunnen worden, en dus niet verdeeld over ministeries en provincies. Er is boosheid over zoveel tekst en zo weinig tijd. Er is opluchting over de conclusie dat voor vrijwel alle niet NB-wet vergund gebruik geen significant negatief gevolg op natuurwaarden kan worden aangetoond. Voor ons Wadvaarders is dit dan eindelijk een eerste verlossend woord. Wadvaren inclusief droogvallen buiten art. 20 gebieden is dus niet verstorend, waarbij aangetekend dat de erecode hoog in het vaandel moet blijven staan en er geen activiteiten zullen zijn bij HoogwaterVluchtPlaatsen (HVPs) tijdens hoogwater en in of nabij broedlocaties in het broedseizoen.

Monitoring moet effecten in kaart brengen. De monitoring voor en door wadvaarders kan zich beperken tot 6 locaties. Onderzocht moet worden of er - in vakjargon uitgedrukt - een dosis-effect relatie op de ecologische waarden van het gebied kan worden vastgesteld. Genoemde locaties zijn de Richel, de oostpunt van Terschelling, Oerd, Engelsmanplaat, oostpunt van Schiermonnikoog en Simonszand. Verrassenderwijs worden in de havenvisie van 26 maart 2010 vier verstoringsgevoelige locaties meer genoemd en om de verwarring helemaal compleet te maken spreekt het Pact van Rede na een mondelinge inventarisatie op 15 april 2010 juist over minder knelpunten. Monitoring is het vage toverwoord dat net als in het convenant vaarrecreatie van december 2007 ook in dit verband vooral mogelijkheden moet open houden. Monitoring moet ruimte bieden om een vinger aan de pols te kunnen houden. Volgens de havenvisie zou monitoring het begrip verstoring moeten uittillen boven het niveau van individu naar de populatie; via verstoring naar verdringing. Nu na ruim 3 jaar uitstel en ondanks de inhoudelijke vragen die er blijven, is op initiatief van Staatsbosbeheer een begin gemaakt met de monitoring en dat kan niet zonder ons watersporters. Onze eerdere waarnemingen in de jaren 2003 tot 2006 zijn niet voor niets geweest. En mocht de opzet van nu misschien niet leiden tot vergaande conclusies, voor de beeldvorming is monitoring zeker waardevol. Doe dus mee en meld je aan bij Kor Wijngaarden.

Terug naar de opzet tot ontwikkeling van het beheersplan, naar de in opdracht van het Ministerie van Defensie op de militaire terreinen uitgevoerde NEA en toegespitst op de doelsoort eidereenden. Op Vlieland is er tijdens oefeningen een kans op sterfte, maar het effect van deze verliezen is op de schaal van de populatie te verwaarlozen, zo wordt gesteld. Niet alleen de Eider, maar ook de Bontbekplevier, Strandplevier, Visdief en Noordse stern zoekt en vindt tijdens de oefeningen vaak een veiliger heenkomen. Zeehonden raken na een aantal vluchtpogingen gewend aan militaire activiteiten en blijven in het gebied. De eindconclusie is dat geen significante effecten kunnen worden vastgesteld. De boodschap is duidelijk en enigszins hilarisch.De vraag of er misschien sprake is van opzettelijke verstoring wordt niet gesteld.

Het rapport van de NEA 1 staat halverwege 2010 op Interwad -de site van het Regionaal Wadden College en de Wadden Academie-. Uit de schriftelijke reacties van betrokkenen blijkt wel hoe lastig het is om het effect van een activiteit op het al dan niet behalen van natuurdoelen in termen van significantie uit te drukken. "Vermoedelijk", "waarschijnlijk", "kunnen" en "aannemelijk zijn dat" zijn in het rapport veel gebezigde termen. De grens tussen een zekerheid en een aanwijzing hebben is lastig te trekken. Hoe het ook zij, eind 2010 is wel duidelijk dat de voortgang van het N 2000 proces in het waddengebied niet hard genoeg opschiet. Of dit veroorzaakt wordt door de complexiteit van de materie of door de behoefte aan meer dialoog tussen bevoegde instanties blijft in het midden. Er wordt besloten om in drie themagroepen aan voorwaardenkaders te werken: waterrecreatie, kleinschalige visserij en civiele werken (baggeren, kustsuppleties, schelpenwinning). Het eerste overleg waterrecreatie vindt nog voor de jaarwisseling plaats. Vanuit de watersport wordt ingezet op de eigen verantwoordelijkheid met als vertrekpunt de Erecode en aangevuld met een gedragsbeinvloeding zoals deze al is ingezet in de campagnes van “Ik pas op het wad.” Vanuit het ministerie van EL&I wordt een eerste stap tot verbetering van het proces van aanwijzing art 20 gebieden gezet. Voor de aanwijzing van art. 20 gebieden in 2011 is maatwerk voor Blauwe Balg en Simonszand toegepast. De Vereniging Wadvaarders werd hierbij echter niet betrokken en dat moet zeker anders. Ook voor een ander knelpunt in de sector vaarrecreatie, de mogelijkheid voor kanovaarders tot kamperen op droogblijvende zandplaten, wordt naar een oplossing gezocht: ‘paalkamperen’ .

Nu al is duidelijk dat het voornemen van EL & I om huidige ingestelde art. 20-gebieden in de winter 2011/2012 te gaan evalueren nog even op zich laat wachten. Onderzoek kost niet alleen tijd en geld, het is mensenwerk. Alle inspanningen tot nu toe hebben een mooi overzicht van natuurwaarden en activiteiten in het waddengebied opgeleverd. Echter, de onderbouwing van mitigerende maatregelen compleet met significantie lijkt nog ver te zoeken. En dus zal het bevoegd gezag intensief met vertegenwoordigers van de medegebruikers en natuurorganisaties moeten overleggen bij het nemen van maatregelen. Het blijft polderen met de zekerheid dat we geen polders in ons werelderfgoed willen.


Oudere stukken:

GPD | Gepubliceerd op 20 mei 2007, 22:30

HARLINGEN - Door het Waddengebied aan te wijzen als Natura 2000-gebied verwacht minister Gerda Verburg (landbouw) dat duidelijker wordt wat er wel en niet mag in het gebied. Ze hoopt dat die helderheid ook leidt tot minder rechtszaken.

”We maken duidelijk welke soorten we willen beschermen en waar we dat gaan doen. Nu zijn er heel veel regelingen en is er heel veel onduidelijkheid. Als we de soorten en hun gebied exacter hebben vastgesteld, weten we ook wat de mogelijkheden zijn voor economische, recreatieve en andere activiteiten van mensen ”, aldus Verburg.
Woensdag begint de inspraakprocedure voor de aanwijzing van zeven Natura 2000-gebieden in het waddengebied: de Waddenzee, de Noordzeekust en de duinen op vijf waddeneilanden. Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Voor alle Natura 2000-gebieden komen beheerplannen.
De nieuwe regels betekenen volgens Verburg niet het einde voor evenementen als de sloepenrace van Harlingen naar Terschelling, het Oerolfestival of de catamaranrace rond Texel.

Bron: www.dvhn.nl

 


 

Inspraakperiode Waddengebied van start

Op 23 mei 2007 start de inspraakperiode voor zeven Natura 2000 gebieden in het Waddengebied. Natura 2000 is het netwerk van Europese natuurgebieden en vormt de basis van het Europese natuurbeleid. Geinteresseerden en belanghebbenden kunnen van 23 mei tot en met 3 juli hun mening geven, schriftelijk en tijdens drie hoorzittingen.
Tijdens deze eerste fase kan iedereen zijn mening geven over de begrenzing en natuurdoelen van de Natura 2000 gebieden: de Waddenzee, de Noordzeekustzone en de duinen op vijf Waddeneilanden. Natura 2000 voorziet in een specifiek plan van aanpak per gebied, waar voorheen een algemene bescherming gold.
 
Op de volgende data en locaties worden de informatiebijeenkomsten en hoorzittingen gehouden. Iedere avond start met een informatiemarkt vanaf 18.00 uur. Het officiële programma begint om 19.30 uur.
  • 29 mei Ameland, Hotel d’Amelander Kaap, Oosterhiemweg 1, 9161 CZ Hollum
  • 30 mei Terschelling, Hotel Skylge, Burg. Van Heusdenweg 37, 8881 ED Terschelling-West
  • 31 mei Vlieland, Badhotel Bruin, Dorpsstraat 88, 8899 AL Vlieland
  • 4 juni Texel, Gemeentehuis Raadzaal, Groeneplaats 1, 1791 AE Den Burg
  • 5 juni Delfzijl, De Molenberg Zaal de Schans, Molenberg 11, 9934 CG Delfzijl (incl. hoorzitting)
  • 7 juni Schiermonnikoog, Dorpshuis Ons Centrum, Torenstreek 18/A, 9166 LK Schiermonnikoog
  • 11 juni Harlingen, Partycentrum Trebol, Zuidoost-singel 1, 8861 GB Harlingen (incl. hoorzitting)
  • 13 juni Den Helder, Hotel Den Helder, Marsdiepstraat 2/A, 1784 AP Den Helder (incl. hoorzitting)